De ontdekking van de matrix (6)

Op de tweede bewolkte dag van onze vakantie waren wij naar de grotten van Villars gegaan. De grotten waren in 1953 ontdekt. De Franse overheid had het verboden om foto’s met flits te maken, om zo de stalactieten en stalagmieten te beschermen. Halverwege kregen we een licht-en-geluidshow voorgeschoteld die de grond deed trillen.
 
Aan het eind van de tour zagen we grotschilderingen die zo’n twintigduizend jaar geleden waren gemaakt. Aangebracht met zwart pigment, dat in de loop der tijd lichtblauw was geworden. We zagen paardenhoofden, een bokkenkop, een rennende bizon en een mannetje dat door de bizon werd aangevallen. Zo’n twintigduizend jaar geleden zat de maker hier zijn (of haar) tekeningen te maken, met als enig licht een fakkeltje. Wellicht regende het al dagen en verveelde hij zich. Hij tekende veel. Al sinds zijn vroege jeugd. Het was sterker dan hijzelf. Terwijl hij les in jagen kreeg, tekende hij met een stokje in het zand of met kleine steentjes op rotsblokken. En tijdens druilerige winterdagen verdreef hij de tijd door de grotwanden te bekladden. De lijnen waren vrij trefzeker voor iemand die twintigduizend jaar geleden leefde.
 
Twintigduizend jaar lang zijn de tekeningen verborgen gebleven. Totdat een groepje speleologen het iets meer dan 60 jaar geleden ontdekten.
 
Twintigduizend jaar lang bestonden die tekeningen zonder dat iemand zich erover kon verwonderen. Alleen de maker en wellicht een paar leden van zijn stam hadden ooit, zo’n twintig duizend jaar eerder, het bestaan van de tekeningen erkend. Wellicht hadden ze er in bewondering voor gestaan. Wellicht zagen ze het niet. Stonden ze er verveeld bij. Met wat kleine, smakeloze liflafjes en een glaasje champagne in de hand. Meer geïnteresseerd in wie het met wie deed dan in het wonder dat zich op de rotswanden had voltrokken.

3 responses

  1. Het was vast een solitair mannetje, die zijn zinloze reproductieloze bestaan vulde met zinloze rotsreproducties in de hoop zo toch nog indirect zijn unieke genetisch materiaal te kunnen conserveren voor en door te kunnen geven aan het Cole-Magnonmensnageslacht op de Hollands-Groningse biercampings in de Dordogne.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *