De ontdekking van de matrix (5)

In het campingcafé vertelde de jongen achter de bar aan een ouder echtpaar dat dit de eerste dag sinds tijden was dat er wolken waren en de temperatuur onder de 30 graden was gezakt. “Geniet er maar van”, zei hij. Zo vaak kwam dat hier niet voor en lang zou het niet duren.

Sven was zijn naam. Slungelig, kromme rug, zwarte sik, baseballpet, oversized shirt van een metalband, grote bermuda, praatte in monotone staccato zinnen. Ik besloot het originele artikel van Nick Bostrom erop na te slaan.

In het begin van zijn paper poneert hij drie stellingen waarvan er op zijn minst één waar is: 1) de menselijke soort zal hoogstwaarschijnlijk uitsterven alvorens het postmenselijke stadium te bereiken, 2) het is hoogst onwaarschijnlijk dat een postmenselijke beschaving de eigen evolutionaire geschiedenis (of variaties daarop) zal simuleren, en 3) we leven in een computersimulatie.

In de daarop volgende tienduizend woorden toetst Nick Bostrom het waarschijnlijkheidsgehalte van deze drie stellingen. Het aardige van deze redeneermethode is, dat als je stelling 1 en 2 wegstreept, nummertje 3 automatisch overblijft.

Mijn brein begon het kookpunt te bereiken. Ik bluste het met het bier dat de zoon van de eigenares in oude paardenstallen brouwde. Er dwarrelden nulletjes en eentjes rond voor mijn ogen. Vooral nulletjes.

Sven vertelde dat de Nederlandse eigenares deze camping in 1980 had gekocht. Toen was het een boerderij met weiland. Om uit de kosten te komen, verhuurde ze de stallen aan een manege. Haar beide zonen waren hier geboren en werden hier groot. In het jaar 2000 groeide zowel de manege als de camping uit z’n voegen. De manege vertrok, de man van de eigenares ook. Die woont tegenwoordig in Groningen. De ene zoon bleef, de andere emigreerde naar Australië. Sven schonk zichzelf een glas kokend water in en dronk het in één keer leeg.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *