De ontdekking van de matrix (4)

Het is altijd bewolkt als ik op vakantie ben.

Toen ik kind was, regende het de helft van de tijd. Het maakte niet uit waar we heen gingen, Italië, Zuid-Frankrijk of Spanje. Zodra ik ergens kwam, betrok de lucht en vulden de wolken zich met water. Er waren ook wel mooie dagen, maar de grijze overheersten.

Toen ik niet meer met mijn ouders op vakantie ging, nam ik het slechte weer mee. En toen ik voor het eerst met het meisje op vakantie ging dat thans mijn vrouw is, ook. Tot haar grote verdriet, want zij kende juist enkel vakanties met 100% zongarantie. Door ons samenzijn kwam het universum tot een compromis: het begin van onze vakanties zijn bewolkt, de tweede helft zonnig. Tijdens die eerste helft gaat mijn vrouw altijd koortsig op zoek naar plekken waar de zon schijnt. (Vroeger werd daarvoor de plaatselijke krant gekocht.) Meestal zijn er dan een paar plekken op de kaart van het land waar wij ons bevinden die niet donkerblauw kleuren op buienradar. Daar gaan wij dan heen, maar zodra wij erheen gaan, verplaatsen de donkerblauwe vlekken zich met ons mee.

Zo ook nu weer. Tijdens dagjes uit gleden de grijze wolken dreigend met ons mee. Gloorde er een blauwe hemel aan de horizon, dan betrok die zodra we dichterbij kwamen. En elke keer als we onze tent pakten om de wolken te ontvluchten en de zon op te zoeken, brak de hemel open op de plek waar we vertrokken en betrok de hemel op de plek waar we aankwamen.

En tegelijkertijd met de hemel betrok het gemoed van mijn vrouw.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *