De ontdekking van de matrix (12)

Mijn ouders waren op vakantie, ik had het huis alleen. En de auto van mijn moeder tot mijn beschikking. Wij speelden tot diep in de nacht Mickey Mouse op de Playstation van mijn broertje. Mickey dartelde door een magisch heldere wereld en riep zo nu en dan iets. We speelden door tot een uur of vier in de nacht. Soms speelde er iemand alleen en zat de rest muziek te luisteren. Terwijl wij praatten over de zin van alles of juist het gebrek daaraan, stoned van de afghaan en van onze eigen diepzinnigheid, zong Stephen Malkmus over het leven op een range en schold iemand het beeldscherm verrot omdat ie level 17 weer niet gehaald had.

Wanneer m’n vrienden weg waren, rookte ik nog een jointje en speelde ik met de gedachte om in de Peugeot 205 van mijn moeder te stappen, als een waanzinnige te gaan scheuren en tegen een boom tot stilstand te komen. Niet dat ik depressief was. Maar de mogelijkheid er niet meer te zijn, om niet meer deel te nemen aan een leven waar toch niets van te begrijpen viel, om alles wat nog zou komen niet mee te maken, had iets aanlokkelijks. De schok die het teweeg zou brengen, ook. De schuldgevoelens van al die mensen die de signalen niet hadden gezien. Met terugwerkende kracht zouden ze die signalen wel zien. Terwijl die signalen er helemaal niet waren.

De gedachte aan dit einde vergezelde me terwijl ik de kat natte brokken gaf. Ik kokhalsde. De gedachte bleef bij me terwijl ik de trap op liep, mijn tanden poetste, in bed ging liggen, mij aftrok en in slaap viel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *