De Man met een Piemel Als Neus: deel 3

III

SLAPEN IN JE BLOOTJE

“Ik vond dat maar echt raar,” zei Keesfan tijdens het uitdoen van zijn sokken voor het slapen gaan. Je moet nooit slapen gaan met sokken aan. Dat kan de warmtehuishouding van je lijf naar de tyfus helpen.
Hij trok aan de sok, die door aangekoekt zweet goed vast aan zijn voet bleef zitten. Bij het laatste stuk klemde hij zijn tenen, om de sok richting stapel vuile was te kunnen katapulteren.
“Waarom had hij ons nou uitgenodigd? Hij zei alleen maar rare dingen. Het sloeg nergens op,” mopperde hij. Snikkelien snoof.
“Waarom zet je mij altijd voor schut bij de dokter,” zei ze bijna zacht genoeg om niet gehoord te worden.
“Sorry? ‘De’ dokter? Ik ken die vent helemaal niet,” mopperde Keesfan verder.
Snikkelien draaide zich om, waardoor Keesfan nu pas de tranen zag biggelen over die wangen.
“JA! Waarom denk je dat hij ons uitnodigt!! OM ONS TE LEREN KENNEN! En jij wilt hem niet eens bij zijn naam aanspreken,” schudde Snikkelien haar hoofd.
“Achternaam, waarom gebruikt hij niet zijn voorna…”
“HIJ HEEFT GELEERD, DAARVOOR, KEESFAN! GUN JE HEM DAT NIET?”
“IK SNAP HET GEWOON NIET!! WAAROM WIL HIJ ONS ONTMOETEN ALS ER NIETS AAN DE HAND IS!!”
Snikkelien keek hem aan, maar niet langer boos. Het was nu meer begripvol, alsof ze haar hond had zien poepen op het tapijt, en eerst boos was, maar toen diep in de hond zijn ogen keek, en begreep dat honden niet kunnen praten en ook niet bijster slim zijn, dus als ze moeten poepen dan doen ze dat zonder daar echt bij na te denken. Honden zijn dom.

“Oh Keesfan,” zei ze zachtjes, zijn gezicht strelend met haar zachte handen, “Begrijp je dan niet, dat dat het meest kostbare geschenk is? Er is niets aan de hand. Dat zegt… De dokter.”

Nee, Keesfan begreep dat niet helemaal. Maar hij was een man, dus was hij allang blij dat ze niet meer boos op hem was, en was bereid alles daarvoor te accepteren.
“Dus je bent niet meer boos,” zei hij voorzichtig. Just checking.
“Nee gekkie. Snap jij nu alles helemaal?” vroeg ze, haar gezicht naar beneden, haar voorhoofd gefronst, en hem over haar leesbril aankijkend.
“Ja,” loog hij.
“Nou dan kunnen we nu met een opgelucht gevoel gaan slapen,” zei Snikkelien.
Keesfan liet een diepe zucht gaan. Inderdaad! Hij liet zijn hoofd ploffen in het heerlijke zachte kussen en viel bijna meteen in slaap.

-0-

“Meneer Keesfan?”
Keesfan knipperde met zijn ogen. Wat? Waarom was het licht aan? Wie maakte hem nou wakker?
“Meneer Keesfan u zat in een verschrikkelijk auto ongeluk.”
Keesfan schoot omhoog.
“Wat? Hoe? Ik sliep in mijn bed!” riep hij uit.
“U kunt zich er natuurlijk niets van herinneren,” zei Dokter Babe.
“Nee natuurlijk niet IK SLIEP!” riep Keesfan.
“Inderdaad. Vandaar het auto ongeluk, ook. Meneer Keesfan… Ik heb slecht nieuws.”

Pas nu zag hij Snikkelien naast de dokter staan, met een bezorgd gezicht. Uh oh. Wat was er gebeurd?
“Ik heb u ternauwernood uit de dood kunnen trekken… Maar het kwam met een prijs. Omdat u sliep moest ik er van uit gaan dat ik die prijs voor u moest voorschieten uit uw eigen portemonnee.”
“Ok,” zei Keesfan, afwachtend op wat er komen zou.
“Ik weet niet goed hoe ik u dit moet vertellen. Ik denk dat u dit het beste in uw eigen woorden kan horen, dus zal ik u een spiegel voorhouden. Dan kan uw reflectie het woord nemen.”

Dokter Babe drukte een knop in, waardoor met wat pneumatisch gesis een mechanisch ding aan het plafond tot leven kwam. Eerst bewoog het hortend en stotend, toen, met een schok zo groot dat het leek alsof het naar beneden viel, kwam het tot 40 centimeter boven Keesfan te hangen. Keesfan gilde.

Het apparaat was omgegeven door een dikke laag dieprood rubber. Vanuit de achterkant kwamen acht robotarmen tevoorschijn, die zich spastisch vastbeten in het omhulsel, en het in één ruk uit elkaar scheurde, waardoor de spiegel achter het rubber zichtbaar werd.

5

“AAAAAAAAAAHHH!” brulde Keesfan, geconfronteerd met zijn bloederige naakte lijf. Zijn neus en bovenlippen waren verdwenen. En… Zijn piemel. Alleen verse korsten. Keesfan wilde zich opkrullen, en harder gillen, maar de spiegel kwam nog wat naar beneden, hem klem zettend tegen het bed.
“AAAAAAAAAAAAAAAHHHHHH,” gilde Keesfan.
“WWWRRRRRRRRRRRRRRRRRRRIIIEEEHHHH,” gilden de snel draaiende motoronderdelen van de spiegel.
“HET KOMT OMDAT U SLIEP IN UW BLOOTJE,” riep de dokter over het gegil van beiden uit, “DAARDOOR WAS U NIET EFFECTIEF BESCHERMD.”
De robotarmen trilden en kraakten onder de druk van het rubber zo ver mogelijk uitspreiden.
“WAAROM WAS IK BLOOT!!! IK REED GEEN AUTO!! SNIKKELIEN ZEG WAT!!!”
“Ik sliep ook,” haalde Snikkelien haar schouders op. Hoe kon zij dan weten wat er precies gebeurd was, Keesfan? Snap je dan niks?

3 responses

  1. Gelukkig slaap ik nooit in mijn blootje en doe ik altijd mijn piemel in het glas naast me op het nachtkastje. Bovendien ben ik verzekerd met me aanvullende polis.. Mij kan dus niets gebeuren. * maakt zich nu toch wel zorgen*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *