De Man met een Piemel Als Neus: deel 14

XII (deel II)

…EN SPELERS

Snikkelien sloeg haar koffer dicht. Ze keek nijdig het hoopje Keesfan in de hoek van de slaapkamer aan. Dat stuk ongeluk zat nog steeds te bloeden. Zo over het tapijt. Goed gedaan, Keesfan.
“Die piemel,” zei ze bitter, “Was het enige mooie aan jou.”
Ze deed nog snel wat sokken en tijdschriften in een boodschappentas, en stond toen op.

“Ik ben gebeld. Ze komen mij halen. Ik ga voorgoed van je weg, en seks hebben met mannen die WEL weten hoe ze met een dame om moeten gaan.”

Keesfan knikte zachtjes.

“Til even mijn koffer naar beneden. Volgens mij hoorde ik ze net toeteren. Ik moet mij nog even mooi maken.”
Keesfan knikte weer, stond moeizaam op, pakte de koffer en stommelde naar beneden. Zo’n piemel afknippen is zwaarder dan je zou denken.
Beneden deed hij de deur open, en stapte in de bleke, maar voor de tijd van het jaar aangename winterzon. Hoe een beetje frisse lucht iemand beter kan laten voelen! Een mens is gewoon niet gemaakt om binnen te zitten, dacht Keesfan. Daar ga je alleen maar rare dingen van doen.

Voor de deur stond, dubbel geparkeerd, een antieke strijdwagen, versierd met zwanen, en een koppel gespierde paarden voorgespannen. En daarin… Woah, het waren de Spelers!! Twee mythische figuren die alleen maar bezig waren met seks de hele tijd! Gespierd, gemaskerd, en op hun simpele donkere kleding niets geborduurd buiten een 1 op Speler 1 en een 2 op Speler 2. Ze leken bijna licht te geven. Puur op basis van charisma.

“We komen je vrouw ophalen,” zei Speler 1.
“Je hebt haar bezoedeld met al die smerige pikpraktijken van jou.”

16

“Wij zijn de Spelers,” zei één van de Spelers, wat een nogal omfloerste manier was van “Ja” zeggen, maar hee, daar zijn het Spelers voor, als het allemaal makkelijk zou zijn konden simpele Stervelingen dit werk doen.
“Een vrouw heeft alleen een piemel nodig,” zei Speler 2 streng, de teugels van het paardenkoppel strak naar achteren trekkend, “En jij hebt dat afgepakt.”

Keesfan knikte. Wat kon hij anders doen? Een windvlaag achter hem, de koffer uit zijn handen getrokken, en een giechelende Snikkelien in een zomerjurk van dunne witte stof met rode stippen, die tussen de twee Spelers in ging staan.
“Seks!!” giebelde ze. Nou, inderdaad. Speler 1 klopte haar goedkeurend op het hoofd.

Beide Spelers keerden zich nu naar voren, grepen hun zwepen en begonnen de paarden te slaan.
“Juu,” zei Speler 2, harder zwepend.
“Juu!” riep Speler 1, vier of vijf keer goed heftig die zweep in de paarden slaand.
“Juu, juu!!” riep Snikkelien enthousiast mee. Terwijl de Spelers bleven slaan, mikkend op hun koppen en poten, kwamen de paarden langzaam in beweging. Als een machtig stoomschip bewoog de strijdkar, draaiend de weg op.
“Jaah! Huu!” riepen de Spelers, nog maar wat zweepklappen verkopend. Keesfan zwaaide zachtjes naar Snikkelien. Ze zwaaide niet terug. Te druk bezig lachend de billen van de Spelers te aaien. Tsja, liefde. Doet ook maar wat het wil.

Keesfan liep de straat op, en keek de vertrekkende strijdwagen na. Rechtstreeks de zon in. Het was hem nooit eerder opgevallen dat de zon zo in het midden van de straat kon hangen.

Hij knipperde tegen het felle licht, en keek weg. Toen de vlekjes in zijn ogen minder werden keek hij nog een laatste maal zijn vrouw achterna, maar die was al uit het zicht verdwenen.
In het zicht, echter, was het silhouet van een man. Die op Keesfan af kwam lopen.

“Keesfan,” zei de man. Het was Dokter Babe.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *