Twortels

Vorig jaar las ik Robert van Eijden’s Boek (256 blz.) en daar had de schrijver het op een bepaald moment over een karakter uit Seinfeld, die altijd paraat een lijstje van gespreksonderwerpen had- nooit ongemakkelijke stiltes!

Ja mooi, dacht ik, maar hoe breng je die gespreksonderwerpen dan op tafel? Je kan toch niet ad random maar gewoon shit gaan lopen blaten? Of moet je het het net als die Seinfeld knakker als een stand up comedian brengen?
“(A). Ik bedoel, (A). Weet je wat het ding is met (A)? Nee? Laat het mij je vertellen. Blaaaaaaa blaaaaa blaaaaaa (irritant hard gepluk en getrek aan wat basgitaarsnaren en een lachband).”

Ja nou leuk als je een sitcom bent, ik ben een mens en ik praat tegen een mens, geen publiek. Je hebt een opener nodig. EN TOEN HAD IK HET! Je gebruikt gewoon de ongemakkelijke stilte zelf!!
Dat je een chick tegenkomt, de gaafste chick op aarde, en dat het ongemakkelijk stil is (natuurlijk) en dat je dan kan zeggen: “Hee, weet je, ik heb precies een lijst voor dit soort ongemakkelijke stiltes. Met allemaal gespreksonderwerpen.”
“Wat staat er op dat lijstje dan,” zou de chick vragen. “Nooouu,” zou ik heimelijk naar voren buigen, en dan weet ik veel. Wat zou er op mijn lijstje staan?

Het probleem is dat ik dingen alleen leuk vind als ik blijkbaar de enige ben die het leuk vindt, en het niet uitleggen kan ook dan nog.
Zo zag ik vorig jaar een “tweeter” bericht over wortels. In verband met koninginnedag, natuurlijk. Het bericht linkte door naar een artikel over hoe wortels een politieke oorsprong hebben: door de Nederlandse Oranjofilie werden alle voorheen rode, paarse en witte wortels weggefokt ten faveure van de oranje (boven!) wortel. Dat zou dan op een normale lijst nog een leuk weetje kunnen zijn, maar wat het voor mij opmerkbaar maakte was een naschrift onder het bericht: het wortelmuseum had contact genomen met de schrijver, en gezegd dat het, hoo eens, helemaal niet zo simpel lag. En kwam er een lading nuances die mij niets tot negatief iets intresseerden. Ok. Klof. Tweeter dicht.

Waarom dit dan toch op mijn lijst van gespreksonderwerpen zou komen, echter, is omdat ik een paar dagen later besefte dat het naschrift mij maar niet losliet. Een wortelmuseum? Iemand schrijft een nieuwsbericht op een obscure website en binnen no time hangt het wortelmuseum aan de wortel-hotline om uit te leggen hoe het ECHT zit. Hoe wist het wortelmuseum van dat bericht? Zoekt het elke dag op “wortel” in de zoekmachines? Op een kruistocht om alle misverstanden over wortels uit de wereld te helpen?

Ik begrijp dat ongeveer zoals ik evolutie begrijp: gooi mij middenin het proces (of in dit geval, een wortelfanaticus), dan kan ik emphatiseren. Ik zou inderdaad elke dag “wortel” opgooglen. Ten goede, eerst. Ik zou mijn zoekkrachten aanwenden om meer over de wortel te kunnen leren. Slurpen van de wijsheid, nederig naar de wijsheid. Maar uiteindelijk zou ook ik ten prooi vallen aan de krachten van het internet. Denken dat IK degene ben die het beter weet. En in plaats van grammarnazis en Reductio-ad-drogredeniamisten zou je een duistere wortelexpert hebben, woest aantrekkelijk maar ook mensen continue belerend toespreken hoe het echt zit met wortels, IEDEREEN ZAL MIJ LIEFHEBBEN EN VREZEN!!!

Maar, net als bij evolutie, of de Oerknal, van Hier tot Daar komen- snap ik wel. Maar hoe kwam het Hier? Welke gek begint er nou een wortelmuseum?

Als grap, misschien. Maar googlend uitkomend op het wortelmuseum leek het geen grap. Lap na lap na lap aan tekst en historische plaatjes, allemaal over wortels. Als je grappig wilt zijn, is dit niet een beetje overdreven dan? Had je niet ergens anders grappig over kunnen doen? Waarom wortels??

Hier zou de chick, met wat mazzel, nog op kunnen zeggen “Ja, grappig dat je dat…”

MAAR NEE, zou ik haar afkappen met dreigende vinger, Dit is ook niet wat het interessant voor mij maakte. Wat het echt interessant maakte was NOG een dag lang peinzen hierover.
Langzaam vormde zich in mijn hoofd de onderdelen van het stuk tekst dat u nu leest, of, laten we niet overdrijven, (het blijft immers het internet en een grote tekst over voornamelijk wortels) vluchtig doorscanned.
“Ik zou de link moeten hebben,” bedacht ik mij. Meten is weten, een bron is geen bron en geen bron is helemaal geen bron.

Dus, de ochtend daarna, ik weer op tweeter. Wanneer was dat bericht ook alweer geplaatst? Ik scrollde wat terug, maar vond niets buiten wat het tweeterend deel van de wereld dat ik volg in de laatste 23 seconden machinaal had uitgebraakt. Mijn god, en ik volg maar een handvol actieve accounts. En van die handvol moeten mensen niet al te veel gaan tweeteren over hashtag “Nou het is toch wat” en “Moet je nou eens zien” anders ontvolg ik hun chatty asses. Hoe houden normale mensen dat bij? Duizenden tweeter en feestboek vriendjes…

Ik scrollde en scrollde, tot het punt dat tweeter niet meer wilde laden, waarna ik in de control-F vloog. Wortels. Carrots. Orange. Niets. Te oud volgens de standaard van Tweeter. 180.000 maal 180 karakters, 18 eeuwen leesvoer wat het internet in 18 seconden weet te posten.

Zoeken op tweeter zelf naar “carrot” (misschien had iemand het immers “geretweetered”) maakte mij helemaal nerveus. Het halve tweeter leek het over wortels te hebben. Afgeschrikt door een lijst werd ik nog meer afgeschrikt door de melding dat dit de “topberichten” waren. Over wortels?? Waar gaat de rest van tweeter dan in hemelsnaam over? De rest van internet? De wereld? Gedachten??

Ik zat ooit in een bus tijdens een schoolreisje naar Praag. Uit het raam te staren naar beneden zakkende druppels. Hopend dat ze net op tijd, net voordat ze leeggegleden waren, tegen een andere druppel knden botsen. BOEM. Gelijk een grote druppel die weer sneller verder kon zakken. en in een moment van verveling tussen twee druppels door keek ik naar het verkeer om mij heen- allemaal auto’s, allemaal mensen. In sommige zat één persoon, anderen twee, of meer. En in een flits leek mijn brein op hol te slaan, klep van de stoomketel. Al die mensen hadden hun gesprekken, hun gedachten. Ze gingen van A naar B en beide punten hadden een rol in hun leven. A werk, een vriend of vriendin, B huis, thuis, feest? Enfin, al die mensen hun eigen leven, en al die mensen kenden mensen, en hun levens hadden invloed op elkaar, zorgden voor besluiten, beslissingen, gebeurtenissen! En ik reed ernaast! Radar in het oneindige werk! “Woah,” mompelde ik maar even, om dan snel weer terug te gaan naar de druppels. Iets minder dan teveel, en prima zo.

Zo’n flits had ik dus bij die wortels weer. De hoeveelheid data die er op dat internet bestaat. Zoeken naar “Wortel” levert morgen ook dit stuk op. En waarom? Vertelt het de lezer wat het weten wil over wortels? Niet eens! Het is puur wat ik kwijt wil, moet! En dat internet tikt maar door, sneller dan het ooit gelezen kan worden.

Ja punt, ja. Verder dan dat kom ik ook niet. Wat moet u er mee? Wat moet die chick ermee? Reken maar dat ik haar nooit deze twee aviertjes vol had kunnen lullen. Een spreker ben ik nooit geweest. Ik heb pathalogische behaagzucht, en voel mij continue tot last. Ik zou het nog geen tien seconden vol hebben gehouden, dat gelul over wortels. Elke vragende, niet snappende blik is een bevestiging van mijn teveelheid.

“Ja ik had iets gelezen over wortels. Dat ze Oranje zijn door het huis. Ja. Ja precies, maar… Sorry? Oh nee, wat ik wilde zeggen was, nou ja, ik zag dus een bericht daarover, en toen had een wortelmuseum gereageerd. En dat vond ik stom. En ik kon het niet meer vinden, dus dacht ik, zo, poeh hee, dat internet he? Dat is toch wat? Nee? Nee ik weet niet meer wat ik wilde zeggen, sorry. Nou ja.”

Dus staat het hier. Nog wel een tijdje ook, denk ik zo. Is het in ieder geval uit mijn hoofd. Zodat het gillend grote “WAAROM!!” weer die plek kan innemen. WAT! MOET! IK! HIER! MEE!

9 responses

  1. Nou, ik vond het een fijn stuk! Vooral dat intermezzo over die druppels. Dat gevoel heb ik ook altijd als ik flats en huizen zie met brandende lampjes. De onmetelijkheid van al dat menselijk verkeer. Niet te bevatten.

    • En wat dacht je van als je met de trein bent en je ziet (in een flits) overal mensen voor die overwegen staan wachten (wachten!) met hun brommer, auto, fiets. Zij hebben ook een leven, een gezin, bezigheden, een beroep waarschijnlijk, maar ze zijn anoniem en alweer voorbij. Goed stuk.

  2. In Turkije is er een stadje dat een enorm standbeeld voor de wortel heeft opgericht. Zes meter hoog of zo. Op de rotonde waar je het stadje binnenrijdt.

Laat een reactie achter bij Spencer Brandsen Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *