Het leven een droom

Ik heb een beker met melk ingeschonken en een stuk van een reep Tony Chocolonely afgebroken (karamel zeezout). Mijn vrouw heeft het bankje dat wij bij de moeder van een vriendin hebben opgehaald voor de open tuindeuren gezet. Ik hoor het golvende geruis van verkeer in de verte. Vermengd met het lichtere geruis van de wind in de bomen. Een enkel vogeltje laat zich horen. Nog een vogel. Een pauw die denkt een meeuw te zijn. De klok slaat elf uur. Recht boven mij ligt mijn dochter te slapen.

Zaterdag vroeg ze hoe je zeker weet dat je niet droomt. Haar broer had dat een paar dagen eerder geopperd. Dat het leven een droom is. Ze zaten in bad. Bij haar broer komen dat soort gedachtes en gaan ze. Bij mijn dochter blijven ze wat langer hangen. Ik vroeg haar wie nu droomde dat wij aan het fietsen waren. Een prinses misschien, zei ze. Dat vond ik wel grappig, zei ik. Dat een prinses droomt dat ze een gewoon meisje is. Meestal is het andersom. Het was ochtend, mijn zoon had net gevoetbald, de zon scheen reeds genadeloos. Ze zei dat ze niet kon stoppen met denken dat ze droomde.

Een dag later stonden wij in de file. We kwamen terug van Amsterdam. Wij hadden twee verjaardagen gehad. Een op zaterdagavond. En een op zondagmiddag. De file stond muurvast. Even daarvoor reed de Ajax-bus langs. Terug naar Amsterdam, onder politiebegeleiding. Maar dat is waarschijnlijk altijd het geval. Mijn zoon bleef maar vragen stellen over Ajax. Hij zocht naar een verklaring. Het was de spanning, zei ik. Hij begreep niet waarom spanning ervoor kon zorgen dat je slechter speelde. Misschien hadden ze een buitenspeldoelpunt gemaakt, zei hij. Ergens leek hij een mogelijkheid te zien dat ze toch nog zouden winnen. Met terugwerkende kracht.

Onze auto stond in de schaduw, de berm baadde in het zonlicht. Ik stapte de auto uit. Een mogelijkheid om op een snelweg te lopen moet je nooit voorbij laten gaan. Over 2000 jaar is deze snelweg een ruïne. Verwaarloosd. Teruggegeven aan de natuur. De Veluwe een woestijn waar gemuteerde schorpioenen in opdracht van gerobotiseerde reuzeninsecten water geven aan korenvelden vol met prinsesjes die dromen dat ze gewone meisjes zijn.

Ik hoor een kikker. Weer die pauw die denkt een meeuw te zijn. De trein naar Groningen.

We stonden met z’n vieren in de berm ergens tussen ’t Harde en Wezep. We konden het einde van de file niet zien. Iemand haalde een stoeltje uit zijn auto en ging in het zonnetje zitten. Er klonk een luide toeter. Een gele bergingswagen kwam langs. De sfeer was goed. De mensen gaven zich over aan de situatie. Het duurde een klein half uur. Toen stapte iedereen weer terug in z’n auto. We reden stapvoets. Een donkergrijze Opel was aan de zijkant van z’n lak ontdaan. Alsof iemand een blik augurken had willen open maken met een vork. Twee beduusde jongetjes werden naar de cabine van de gele bergingswagen geleid.

Thuisgekomen gaf ik mijn kinderen een bakje yoghurt. Mijn dochter wilde er zelf siroop in doen. Dat mocht niet van mij. Maar toen ze aandrong mocht het wel. Ik zette de tv aan om via uitzending gemist te zien hoe het mis was gegaan en gaf mijn zoon z’n bakje yoghurt. Daarna zei ik dat hij niet op de bank mocht eten en dus op de grond moest gaan zitten. Hij zakte naar beneden en morste yoghurt op zijn shirt. Doe je shirt uit, zei ik. Hij deed zijn shirt uit. Dat ging mij niet snel genoeg. In een vlaag van woede rukte ik zijn shirt over zijn hoofd. De yoghurt vloog in het rond. Mijn zoon huilde. Zijn bril zat onder de yoghurt. Ik zei sorry sorry sorry en liep naar de keuken om een doekje te halen. Mijn dochter kwam met haar bakje yoghurt aan, hield het bakje schuin en morste op de vloer. Ik zei dat ze aan tafel moest zitten. Ja maar hij mag wel bij de tv, zei mijn dochter. Ik zei tegen m’n zoon dat hij ook aan tafel moest zitten. Hij begon nog harder te huilen. Ik zei sorry sorry sorry het is mijn fout ik ben een stomme papa maar jullie moeten nu echt aan tafel zitten en het is te laat om te zien hoe Ajax verloor. Even later zaten ze allebei huilend aan tafel hun yoghurt naar binnen te lepelen. Weer wat later was alles weer goed. Geen droom, alles klopte.

Het begint te waaien. Ik denk dat ik zo de deur maar eens ga dichtdoen.

4 responses

  1. Ik denk dat Frank de Boer ook huilend zijn bakje yoghurt naar binnen zat te lepelen. Zonder praktiserend gloeilampje boven tafel. Als de associatie yoghurt – melk – koe- boer -superboer hem sowieso al niet te veel geworden was.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *