Back to the Future

Ik fietste een geparkeerde Dolorean tegemoet. Mijn hart maakte een sprongetje. Het was op de Kampenstraat, recht tegenover de fotostudio van Stephan Jansen. Ik fietste erlangs en bedacht toen dat ik een foto moest maken. Ik nam er eentje van de voorkant. En eentje van de achterkant. Met mijn telefoon.

Dolorean van voren

 

Dolorean van achteren

(Dat hadden ze niet bedacht bij Back to the Future II, dat je met je telefoon foto’s zou kunnen maken! Wat ze wel hadden bedacht, was dat iedereen veertig faxen in huis zou hebben.)

Terwijl ik de foto van de achterkant maakte, bedacht ik mij dat ik, ware ik dertig jaar jonger geweest, door het raampje van de bestuurdersdeur zou hebben gekeken naar de kilometerteller. Om te kijken hoe hard de Dolorean kon. Heden ten dage ben ik te oud om naar kilometertellers te gluren. Toch kon ik het niet laten even een blik naar binnen te werpen toen ik weer op mijn fiets was gestapt. Ik meende een TomTom te zien. Die wellicht feilloos de weg naar 1985 wist.

Ik stapte weer af om het beter te zien. Doordat de zon op het schermpje stond, kon ik niet goed zien wat voor apparaatje het precies was. Ik plakte mijn gezicht tegen het raampje en hield mijn handen naast mijn hoofd, toen ik dat typische stemgeluid hoorde, met die staccato sprekende zinnen. Marty? Is that you? Ik keek op en keek in het verbaasde gezicht van Emmett Brown. De haardos wit en pluizig als altijd. Hij lachte breed. You look different, zie hij en fronste diep. Ik was niet in staat te spreken. Hij had een joint in zijn mond en een bakje appelschillen onder de arm. We have no time to loose, zei hij, terwijl hij de appelschillen in de tank gooide. De deuren ging open. Doc duwde me naar binnen en stapte zelf op de bijrijdersstoel. Ik werd omgordeld. Start engine, zei Doc. De auto maakte een hoog zoemend geluid. Step on it, zei Doc. Zonder dat ik iets deed, schoot de Dolorean vooruit.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *