Raadsel

Mijn dochter wist een raadsel. Ze fietste naast me, haar beentjes drie keer sneller dan die van mij. We reden terug van het zwembad waar haar broer zwemles had gehad en mij in de kleedkamer tot zijn groot genoegen in een 1 aprilgrap had laten trappen.
“Vogel en poes zaten in het bos”, zei mijn dochter. “Vogel vloog weg, wie bleef er over?”
“Poes”, zei ik.
“Radio”, zei zij.

De maandag erop moest ze zich aankleden voordat ze naar school ging. Een mens gaat niet in zijn pyjama naar school. Ze zei dat ze een geheimpje had.
“O ja?”, zei ik. Ze gebaarde dat ik moest bukken. Ik bukte. Ze fluisterde iets in mijn oor. Zoals altijd wanneer mijn kinderen iets in mijn oor fluisteren, verstond ik het niet. Dat ligt overigens niet aan mij, dat ligt aan de manier waarop zij fluisteren. Ik zei dat ik het niet verstond. Ze fluisterde het nog een keer. Ik verstond het nog steeds niet. Ze gaf het op en liep naar de kast om er een maillot uit te halen. Ze deed de maillot aan. Er zat een gat in. Ik vond dat ze die maillot uit moest doen. Ze weigerde. Ach, dacht ik, zo groot is dat gat nu ook weer niet. En ik liet haar in de kapotte maillot naar school gaan.

Even later vertelde ze me wat haar geheimpje was: ze had met zichzelf afgesproken dat ze de eerste de beste maillot uit de kast zou halen en zou aantrekken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *