Palmkevers

Elke zondag spoot mijn vader zijn piano schoon. Dan zat er teveel zand tussen de toetsen en op de hamertjes. Hij had daarvoor een kleine blaasbalg gemaakt door het ventiel van een luchtbed aan een knijptoeter te koppelen. Het geluid van de honkey-tonk klonk steeds gammeler. De snaren zongen. Alsof ze dronken heen en weer deinsden en niet meer helemaal recht konden staan. Aarzelend zoekend naar de juiste noot. Het vertraagde de nummers.

We trokken van oase naar oase. Ergens in het midden van de Sinaï-woestijn bivakkeerden we op het terrein van een Italiaanse bioloog slash raketgeleerde. Met behulp van een omgebouwde platenspeler uit de jaren ’20 bestudeerde hij het gedrag van palmkevers die zijn palmen vernielden. Hij had geen goed word voor ze over. Verachtte ze. En bewonderde ze. Dan luisterde hij en dan mompelde hij: “Honderden knagende bekken. Zuigend. Verwoestend.” Het geluid van een orgie, vertelde hij mijn vader. “Een walgelijk feest.” Hij huiverde een rilling weg. “Ze praten”, zei hij. “Ze praten over vernietiging.” Mijn vader sprak over de tragiek van de kever die zijn eigen habitat aan het opvreten was. Dat hij de hongerdood zou sterven als de laatste palmboom uitgewoond en opgegeten was.

De bioloog vond het hun verdiende loon. Hij had plannen een raket te bouwen die hij in een baan om de aarde wilde schieten. Als hij niet bezig was met zijn kevers of zijn raket, dan speelde hij met mij. Het liefst gooide hij mij zo hoog mogelijk in de lucht en ving mij dan op. Dan vloog ik boven de woestijn. De flapjes van mijn pet wapperend in de wind.

Toen mijn ouders vertelden dat ze via Libië naar Italië wilden gaan, kreeg hij het idee Kadhaffi zijn kennis van raketten aan te bieden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *