Het vrouwenquotum

De discussie over het quotum voor vrouwen aan de top is weer opgelaaid. Grosso modo twee kampen:
– de voors
– de tegens

Waarbij de tegens het op een nieuwe boeg gooien. De mantra VROUWEN ZIJN LUI wordt net zo vaak herhaald tot de vrouwen, die van zichzelf al niet zo sterk in hun schoenen staan als mannen, het gaan geloven. Dan ben je klaar.

Om maar even een open deur te trappen: mannen, die zijn pas lui. De voors weten dat, en de tegens weten dat. Ze hebben allemaal een moeder en een vader gehad en they all did the math. Al hebben ze misschien niet genoeg naar het buitenland gekeken waar iedereen al generaties lang voltijds werkt.

Wat is het probleem dan? Het probleem is dat vrouwen minder tijd voor topfuncties overhouden vanwege al die onbetaalde zorgtaken die ze op zich nemen. Kinderen, oude ouders, zieke buren… zodra iemand in de buurt van vrouwen begint te kwakkelen zijn het… juist, de vrouwen die zich daarover ontfermen.

Behalve de tegens.

De hardst roependen van die groep zijn vrouwen (sic) die noch kinderen noch zieke ouders hebben. En zo ja, dan ontberen ze de vermaledijde zorgmolecuul die bij de rest van hun sekse over de plinten klotst.

De tegens zijn heel tevreden met de status quo en willen dat mutsen (zo noemen ze vrouwen, wat heel anders is dan varkensmutsen) doorgaan met zorgen maar ophouden met daarover te ZEUREN.

Drie oplossingen:
– de communistische staat: geen vrouwenquotum daar nodig. De staat zorgt voor koters en ouderen van dagen.
– een algemene kinderstop: vrouwen concurreren keihard door met de kerels tot buren/ouders behoeftig worden. In de beste gevallen winnen ze daar een jaar of 30 mee. Plenty genoeg voor een inhaalslag.
– de zorgmolecuul chirurgisch bij vrouwen verwijderen.

Ik ben voor.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *