De operazanger

Ergens eind jaren ’80 bracht mijn vader een operazanger mee naar huis. Zijn naam is mij helaas ontschoten. Het was een kleine, gedrongen man, de schouders ter hoogte van de oren. Hij deed me denken aan Clandestino, de slechterik van de Bluffers, een tekenfilmserie die in die dagen enige populariteit genoot. Hij ging altijd gekleed in zo’n pinguïnpakje. Verder was hij kalend en droeg hij een fikse snor waar geregeld tomatensaus en een enkel spaghettisliertje aan vast bleven kleven. Mijn vader had ‘m op de kop getikt bij Uno Due, een kledingzaak die aan haar naam wat Italiaanse allure probeerde te ontlenen. De eigenaar had een partijtje operazangers op de kop getikt en deed ze voor een zeer zacht prijsje weg. Hoewel mijn vader normaal niet zo van de koopjes was, kon hij deze niet weerstaan.

De man was het menselijk equivalent van een propje papier. Zag je hem, dan had je nooit gedacht dat er zo´n stem in school. Als hij zong, dan trilden de ramen in hun sponningen, begonnen de glazen in de kast te rinkelen en vluchtten de poezen het huis uit. De meeste poezen houden zeer veel van muziek, maar van opera moeten ze weinig hebben. Het zijn meer liefhebbers van jazz en soul.

Onze operazanger was gespecialiseerd in de belcantostijl. Verdi en Rossini met name. In het begin zong hij gemiddeld drie uur per dag. Soms zong hij zelfs volledige opera´s. Deed hij alle rollen. De schik die hij daarin had! Dat was erg mooi om te zien.

Geleidelijk aan begon hij te minderen. Dat kwam vermoedelijk door ons. Een artiest heeft waardering nodig. Zijn passie is zijn vuur, aandacht is de zuurstof waarmee je het vuur kan opstoken. Aanvankelijk beloonden wij hem rijkelijk. Wij zogen elke noot op. Na elk libretto kreeg hij luid applaus en staande ovaties. Er kwam ook veel bezoek in die dagen. Vrienden en buren die even op de koffie kwamen en tegelijkertijd een halve Aïda meepikten. Maar het wende snel. Al na een paar weken ging ik niet meer naar beneden als ik hem hoorde zingen. Weer een paar weken later vluchtte ik zelfs naar boven als ik toevallig beneden was. Dan ging ik van lieverlee maar aan m’n huiswerk.

Als gevolg van onze sluipende desinteresse, kreeg de operazanger er steeds minder plezier in. En begon hij zich te vervelen. Dan stond ie in je deuropening een beetje tegen de deurpost aan te trappen. Alsof ie een denkbeeldige kluit modder van zijn schoen probeerde te krijgen.

Hij sliep buiten. Mijn vader had een tent geplaatst op het balkon dat aan mijn kamer grensde. Hoewel het in de wintermaanden verrekte koud moet zijn geweest om daar te overnachten, hebben we hem nooit horen klagen. Wel horen hoesten trouwens. Hij hoestte steeds meer. En zijn stem werd ieler en ieler. Zijn buik ook trouwens, hij at nauwelijks nog iets.

Op een dinsdag stond hij ineens met z’n koffertje aan de ontbijttafel. In z’n pinguïnpak dat, door de vermagering, om hem heen hing als een laveloze vriend. Hij glimlachte melancholiek. Mijn vader protesteerde nog even, maar dat was meer voor de vorm. Diezelfde dag nog brachten wij hem naar Schiphol en vloog hij naar Barbados, waar hij in de loop der jaren enige faam verwierf als zingende afwasser. Wellicht doet hij dat nog steeds. Wellicht ook niet.

10 responses

  1. Ja, dat heb je wel vaker bij “wellicht”. Meer geschikt voor een slotzin in een “wordt vervolgd”-werkje eigenlijk.

    • Er was binnen geen plek. Althans, niet voldoende om hem de privacy te gunnen die hij nodig had. Dat was tenminste de inschatting van mijn vader.

  2. Internetstoring hier op het eiland vandaag. Maar tussen de intervals door wist mijn pc toch nog wat info het scherm op te trekken. Uw operazanger kan weleens de ooit befaamde Marco B. zijn geweest. Die kwam in elk geval vaak in een Bar genaamd Bados. Ook vaak in Bar Celona en Bar Ricade trouwens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *