Pianosnaren

Mijn vader was pianostemmer. Daar heb je weinig aan, als je meereist met een bedoeïenenkaravaan. Het was het enige dat hij miste in al die jaren dat hij over de zeeën en door de woestijnen van deze wereld had getrokken. De meeste mensen missen het eten van hun vaderland, de geuren, de geluiden, mijn vader miste het stemmen van een piano. Een rustgevend werkje. Achtentachtig snaren die altijd op dezelfde manier van elkaar verschillen. Geen nieuw evenwicht, maar exact hetzelfde evenwicht als daarvoor. Het is de tijd die de piano uit balans brengt. Persoonlijk houd ik wel van een valse piano, mijn vader hield meer van het evenwicht. Hij zette de tijd graag op z’n plek.

Om zichzelf nuttig te maken, hielp mijn vader mee met het weven van nieuwe tenten of het herstellen van oude. De weefgetouwen deden hem aan pianosnaren denken. Het leverde hem weinig respect.

In al die jaren is mijn vader één piano tegengekomen. In een stenen hut, een paar honderd kilometer ten Noord-Oosten van Akaba. Een honky-tonk-piano. Mijn vader kon zijn geluk niet op en vroeg aan de eigenaar of hij zijn handen mocht laten spreken. De eigenaar zat op een pilaar en was ervan overtuigd dat hij een paar jaar eerder het einde der tijden had meegemaakt. Hij had aan de rand van het luchtzwerk een vuurstaart naar beneden zien vallen en later mannen met witte pakken zien rondlopen. Sindsdien had hij niemand meer gezien.

Mijn vader is vier uur met de piano bezig geweest. Toen hij klaar was speelde hij een stuk van Schubert. De man moest huilen. Mijn vader besloot dat het tijd was om weer terug naar Nederland te gaan.

21 responses

  1. Eigenaardig, dat de eigenaar en waarschijnlijke bespeler van dat immer sfeer verhogend instrument op een pilaar zat. Ik ben opgegroeid met het idee dat honky-tonky-pianissies op sinaasappelkissies zaten.

  2. Uiteraard moest de man huilen toen Meloen sr. iets van Schubert middels dat instrument ten gehore bracht. De gemiddelde woestijnbewoner verwachtte in die tijd immers iets als:
    “Spent a long, long evening in a low down honky-tonk bar”
    “Pulled a low down lady with a long black honky-tonk car”
    Ik meen dat dat over een benedenverdieping van een Tora Borees grottencomplex ging. En over Farah Diba, want die werd wel vaker in kinky zwarte limousines gesignaleerd. Het vertekende beeld dat die mannen daar op kamelen rondcrossen en in djellaba’s lopen kwam pas later. In de tijd van Khomeini. Inderdaad, niet direct de Ayatollah of Rock ’n Rolla.

  3. Bovendien zijn de werken van Schubert helemaal niet bekend bij Midden-Oosterse liefhebbers van het pianospel, men opteert in de Zandbak der Droevenissen eerder voor vrolijker klanken.
    Het edele “Honkie-tonkie Pianissie” is het Magnum opus van een van Neerlands grootste kleinkunstenaars, Nico Haak. Nico werd daartoe geïnspireerd door een verre neef. Deze Kapitein Haak schnabbelde destijds wat bij als pianospeler in de film Shrek 2. Aan zijn contacten in de entertainmentindustrie hield Kapitein een mooie vriendschap over met ene Aladdin, voormalig lampentechnicus uit Perzië. Perzië werd dankzij een merkwaardige democratische variant Iran, alwaar ayatollah K. het pianospelen gelijktijdig met het gebruik van wonderbra en -lamp verbood. Net als bij het overtreden van andere wetten werd bij degenen die zich hier niet aan hielden de schrijfhand afgehakt. Hetgeen ook bij Kapitein geschiedde, in tegenstelling tot bij een paar miljoen nieuwe Iraniërs. Aannemende dat Meloen sr. wél de schrijfkunst machtig was, is het een goede beslissing geweest om het land spoorslags te verlaten. Met Aladdin is het overigens ook goed afgelopen, die belandde als een der eerste asielzoekers met zijn ledloze wonderlamp in Parijs, dat sedertdien de Lichtstad genoemd wordt.

  4. Ruhollah Khomeini zelf leefde ook een paar jaar in Parijs. Periode waarover niet veel bekend is, behalve dat de man geheel volgens de leer der Takkiyya dapper meeblowde op feesten en partijen. If you can’t beat them, join them. U weet wel. Achteraf zou gezegd kunnen worden dat Ruhollah opviel door zo weinig mogelijk op te vallen. Slechts weinigen derhalve herinneren hem meezingend met Bob Dylans ‘Everybody must get stoned’. De essentie van dat lied is mij ontgaan, maar dat er geen noot piano in wordt gespeeld is een feit.

  5. Nee, stenigingen en pianorecitals zijn historisch gezien een weinig voorkomende combinatie. Hoewel Arthur Rubinstein zich ooit heeft laten ontvallen: “The only good way is a Steinway.”

    • Tja, dat is een nogal gecompliceerd verhaal. Zoiets als Handwerpen dat Antwerpen werd. In oud-Berberiaans kende men de naam W‘aywaq, wat zoiets betekent als Bermbommenlegger. Nu zult u zeggen: maar bermbommen bestonden toch helemaal niet in de oudheid? Of: er lagen toch helemaal geen bermen in de woestijn? En daarmee heeft u een punt. Of, wanneer u, mevrouw Criticali, dit niet als seksistisch grapje wilt zien, twee punten eigenlijk. Er praktiseerden in die tijd echter bepaalde profeten die een vooruitziende blik pretendeerden te hebben. Dat kwam ook in andere werelddelen voor hoor, neem bijvoorbeeld de slavenbezitter die in Suriname de voorvader van Frank de naam Rijkaard gaf. Waarmee uiteraard allerminst juridisch vastgesteld is dat moeder Meloen, geboren W‘aywaq, later verbasterd tot Wegenwacht en Van de Wegenwacht, daadwerkelijk geladen werd met criminele genen. Maar hoe het ook zij, het kon geen kwaad dat zij haar echtgenoot naar Nederland vergezelde. Of beter: naar Nederland volgde, want zo ging dat in die tijd. Feitelijk is die volgorde van verschijnen pas omgedraaid toen Mo van Medina’s voorspelling daadwerkelijk uitkwam en er ook in werkelijkheid overal Midden-Oosterse bermen aangelegd werden en er dus bijna-net-zo-overal bermbommen getraceerd werden. In dat licht is tevens het fenomeen polygamie wat beter uitlegbaar: je kunt in explosieve tijden maar beter een paar extra voor je uit lopende vrouwen achter de hand hebben. Also sprach der Prophet.

  6. Via Duitsland belandde het gezin eindelijk in het Beloofde Land. Gutmenschen applaudisseerden staand, knuffels werden uitgereikt. Opvang was geregeld in een vroeg Heumensoord, een flodderig fladderend tentenkampje. Voor de verbedoeïniseerde Meloentjes uiteraard geen probleem. Van een ruimhartig uitkeringsbeleid echter was nog geen sprake; er diende noest te worden gearbeid voor het dagelijks brood. Vader Meloen aanvaardde een betrekking als vaste pianostemmer van Pia Beck, moeder vond niet veel later emplooi bij de revue van ene A. Van Duin, alwaar zij al snel furore zou maken in de rol van mevrouw De Bok. Tussen Beck en Bok moest Massimo zichzelf maar zien te vermaken. Voetballen met andere jongens op het kamp was daarbij geen optie. Niet omdat hij nooit Jopie Cruyff, Piet Romeijn of Alfredo Di Stefano mocht zijn (omdat zijn hoofd inderdaad wel wat weg had van een astronautenhelm werd hem slechts de keuze tussen Neil Armstrong of Buzz Aldrin gelaten), maar omdat zijn gezondheid dat niet toeliet. Dankzij dagelijkse toediening van een klomp kebab (de daar door de woestijnbewoners aan toevoegde kruiden dienden niet als smaakversterkers, doch als probaat middel tegen prematuur bederf) bleek zijn spijsverteringssysteem meedogenloos voor het milde Nederlandse eten te zijn; alles wat Massimo tot zich nam werd bruut en per direct omgezet in een eerder vloeibare dan pasteuze vorm van faeces. Het spijt mij u hieromtrent niet beter te kunnen berichten, maar heden ten dage blijkt Massimolovich daarvan nog steeds last te hebben: ganse dagen dient hij door te brengen op zijn Zwolse toiletpot.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *