Een 3.000 jaar oud Mysterie

Syrië, ergens aan de westerlijke oever van de Eufraat in de jaren dertig. We zien een stel dorpelingen gekleed in lompen graven in het zand, want wat kan je anders doen daar. Maar dit keer vinden de dorpelingen geen kuil- ze vinden een lijk zonder hoofd.
Gillend en in blinde paniek stoppen ze met graven, en beginnen rondjes te rennen en te wapperen met hun armen, totdat één van hen genoeg rust hervindt om een telefoon van onder het zand op te graven, en Franse archeologen op te bellen. “KOM SNEL!” roept hij nog in het Syrisch (ik ben er vrij zeker van dat het een hij was want volgens de Koran mogen vrouwen geen kuilen graven. Daar krijgen ze alleen maar ideëen van, -red.).

De archeologen komen langs, om dapper verder te graven waar Syriers niet meer durven, en ontdekken dat het niet een lijk zonder hoofd was, maar een standbeeld zonder hoofd- en niet alleen dat. Er waren ook standbeelden met hoofden, waaronder eentje van een koning die duizenden jaren geleden heerste over het toenmalige daar gelegen koninkrijk Mari.
EN NIET ALLEEN DAT. Verstopt onder meters stof en zand lag een compleet koninklijk archief, bestaandend uit meer dan 20.000 kleitabletten, beschreven in de Akkadische taal.

Wat een schat aan informatie! Goud is leuk (had ook leuk geweest (jammer dat er geen goud was, dat levert wel wat meer op (waarom lag er geen goud??))) maar dit… Alsof je de deuren naar het verleden opent, en er mag rondsnoepen. Dat is toch het mooiste wat er is als je geen goud vindt?

Dankzij een tweetalige tic van oude Perzen, en bijna honderd jaar aan vertalingswerk tot dan toe was het wonderwel zelfs mogelijk deze teksten te lezen- drie, vierduizend jaar oude teksten!

Vertalers gingen noest aan de arbeid, waarvan wij er nu eentje zien, voorover gebogen aan zijn bureau, half versleten tekens te ontcijferen op één van die 20.000 tabletten. De sluiers van het verleden trekken weg, en wij zien een boodschapper genaamd Bahdi-Lim, gestuurd door de koning van Mari, Zimli-rim. In zijn handen gekluisterd een kartonnen doos, meegenomen van de Minoïsche beschaving op Kreta. We zien hem stormen trotseren op antieke onveilige boten, woestijnen doorklieven op stomme kamelen, om uit te komen op zijn eindbestemming: het machtige Babylon, zetel van koning Hammurabi!
Vallend op zijn knieën, de doos presenterend- een linkerwenkbrauw van Hammurabi gaat omhoog, net als het deksel, een paar schoenen onthullend- en wat zegt het kleitablet?

De schoenen werden teruggestuurd naar Mari. Zo las ik in “1177 B.C.: The Year Civilization Collapsed” door Eric H. Cline. Geen uitleg erbij. Niks. De schrijver mijmert nog: “Misschien pasten ze niet.”
Maar het was desalniettemin een zeldzaam geschenk. Waarom werden de schoenen teruggestuurd? Dit is de wereld voor bol.com, voor wehkamp.nl- het zou zelfs nog duizenden jaren duren eer die verschenen- dus het was niet iets simpels, iets wat je luchthartig zomaar zou doen.

Ik knipperde met mijn ogen, en legde het boek op mijn nachtkastje. Waarom zou hij die schoenen niet willen hebben? Was Hammurabi misschien boos op Zimli-rim? Je zou denken dat als er ruzie in het spel was, dit gebeuren niet zo nuchter beschreven zou zijn op het kleitablet.
Zelfs als het een geintje was tussen Zimli-rim en Hammurabi om Bahdi-Lim te narren zou je nog denken dat het in elk geval beschreven zou zijn als “Bahdi-Lim rees de halve bekende wereld af met een stel schoenen VOOR NIKS. De sukkel.” of zoiets ik weet het Akkadische woord voor sukkel niet.

De volgende avond ging ik niet verder met lezen waar ik gebleven was, maar ging ik terug naar die passage. En bleef het keer op keer herlezen. Waarom deed die gast dat nou? Ik bedoel, misschien bekijk ik het teveel vanuit mijn in 2000 jaar opgebouwde westelijke beschaving en omgangsnormen enzo, maar zoiets DOE je toch niet? Hoe moest die Bahdi-Lim zich wel niet voelen?

Het is al ruk genoeg dat je zo’n gevaarlijke reis moet ondernemen voor een stel schoenen, dan sta je voor die koning, en die zegt: “Nee. Breng maar terug.”
Terug naar een andere koning! Een koning die vraagt “Hee waarom heb je die schoenen niet gegeven? Doe jij soms niet waar ik opdracht tot heb gegeven ofzo?”

In die tijd was het waarschijnlijk normaal om mensen bruut te vermoorden voor pietluttigheden, dus was het misschien daarom zo droog omschreven op dat kleitablet. Dat het niet gezegd hoefde te worden dat Bahdi-Lim door wilde paarden gevierendeeld werd, omdat het een logische conclusie was. Schoenen niet mooi? Hoofd en ledematen eraf, doei.

De dagen hierna ankerden de geretourneerde schoenen van Hammurabi zich vast in mijn hoofd, klauwend gravend als wortels, daaruit spruitend de ene na de andere gedachte. Beginnend met “Chinese Whispers”, mijn lievelingsspel op de kleuterschool. Werkend aan dit artikel dacht ik nog “Hee ik heb die bladzijde uit het boek twee keer gelezen, ik weet wel hoe en wat.”
Nou nee. Ik heb gelinkt naar de pagina van het boek, en zelfs met om de minuut loeren is mijn interpretatie van wat daar staat van het “vrije” soort (en copy paste ik structureel die rare namen. Bimmi-rim? Zami-bong? Habbuwatti?). En dan heb ik de bronnen van dat boek niet eens gelezen. Weet ik zelf wel echt wat er op dat kleitablet staat? Misschien zit die schrijver MIJ wel te narren!

En als niet, drieduizend jaren aan tijd weet misschien letters niet geheel weg te krassen, maar context en cultuur? Woooessh. Als iemand over drieduizend jaar mijn telefoon vindt hoef ik ook niet te hopen dat hij/zij de ironie achter mijn emoji-gebruik weet te achterhalen. Aaargh!! Handen naar mijn hoofd! Zo frustrerend!

Ook het lot van Bahdi-Lim overpeinzend werd ik herinnerd aan het leven van amazon-werknemers, beschreven in het rillingwekkende artikel “I was a Warehouse Wage Slave” van Mac McClelland.

Als ik dat lees, dan had Bahdi-Lim het nog prima. Met zijn kostbare schoenen onder de arm zal hij wel de nodige bescherming hebben gehad. Plus, hij ziet nog wat van de wereld en rot niet weg in de fabrieken van Amazon. In die tijd kon je denk ik al blij zijn als je niet zonder reden gevierendeeld werd door paarden.

Ik weet het niet. Misschien was het wel een ding tussen koningen. Dat juist het retourneren het geschenk was: de ultieme luxe, de bevestiging van hoe machtig je werkelijk bent. Koning Hammurabi is zo machtig dat hij kostbare exotische schoenen “stom” kan vinden en terugsturen, en Zimli-rim is zo machtig dat hij dit schouderophalend kan accepteren. Wie weet. Ik snap het tegenwoordige nu al niet, hoe kan ik ooit het verleden snappen op basis van een samenvatting van een interpretatie van een paar oude kleitabletten?

Nou ja ik benieuwd naar jullie meningen. Nog meer benieuwd ben ik naar het volgende wat mijn brein in houdgreep bindt, zodat ik eindelijk niet meer over die KUTSCHOENEN VAN BABYLON HOEF TE DENKEN.

5 responses

  1. Ik had het op kantoor er nog over. Kreeg alleen wazige blikken met een “Tsja” erachter verstopt. GODVERDOMME MAAKT NIEMAND ZICH DRUK OM DIT?

  2. Ik vraag ne vooral af waarom dit gemeld moest worden op iets als een stenen tablet. Dan moet het toch wel een belangwekkende anekdotoise zijn. Waarschijnlijk wist iedereen destijds wat dit betekende. Heette hij De Arrogante in de volksmond en bevestigde dit verhaal de reputatie van de koning. Een exemplarisch verhaal.

  3. Ja of alles was de moeite van het melden waard. Schrijven in de oudheid was een nieuw iets natuurlijk. Misschien moeten ze de bronstijd hernoemen naar “Tienermeisje met dagboektijd”. Maar ja, dat is weer minder catchy. Wat me dan weer aan het denken zet… Als nadenken over emoties enzo iets nieuws was toen ook, zou het toen dan gestikt hebben van de emo’s?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *