Donny

Dat matje, vlassig, puntig maar vooral aan de verkeerde kant, aan de voorkant: Donny werd er vaak aan “herinnerd” door Magere Hans. Een lange jongen met ingevallen gezicht, diepe groeven en een scheve lach. Nog geen twintig en het uiterlijk van een uitgewoonde junk. De “Lange” trok Donny vaak aan zijn matje, onverwacht, hard. “Zet het aan de achterkant lul” terwijl zijn lange vingers zich om het vlassige haar heen klauwde en hard voorover trok. Donny zou hem nog wel eens vol op zijn bek slaan, op een moment dat hij het niet zou zien aankomen. Een paar tanden eruit: hij zou laten zien dat niemand met Donny fuckt.

Dat pruilmondje. Blingbling Suarez kon het zo goed nadoen. Samengeknepen oogjes, lichaamshouding van een loser die bijna ter aarde stort en dat fucking pruilmondje. Om Donnie even te sarren. God wat haatte hij die Spanjool met zijn nepgouden kettingen en die looserspuch. Een gouden kruisje. Dat is voor fucking meisjes. Die Blingbling kon nog niet eens normaal de taal. Donnie gaf hem wel eens een klap op z’n bek, maar meestal mistte hij. Dat Suarez was tuig, wat deed hij hier? Opzouten most hij die valse nicht.

Soms kwam Eddie langs als ze op hun plek aan de haven hingen. Balletje mee, dollen. Blingbling sprong tot leven, er ontspon zich een duel tussen twee springende katten om een fucking balletje. Edje daagde Donny vaak uit, Donny kon zich nooit inhouden. Met zijn wat hoekige gestalte begaf hij zich op zijn uitdager af om de bal af te pakken. Hoe kon die gozer toch zo aan zijn bal verkleeft zijn, net elastiek? Donny kwam nooit dichter in de buurt dan een meter. Tenzij Eddie de bal uitdagend voor zijn neus op de grond legde, “kom dan”. Om dan de bal met een snelle voetbeweging voor zijn neus weg te kapen net voordat Donny zou toeslaan. Aan Donny was geen Groot-Nationaal-Elftal speler verloren gegaan. Af en toe verkocht Donny een rotschop aan Eddie, zomaar. De Lange, de Spanjool en Flapoor keken lachend toe als de nummer tien op de straatstenen stortte, krimpend van de pijn. Donnie voelde zich dan even heel groot.

Flapoor was een verhaal apart. Schuchter, puntneus, hij had wel wat weg van een ingevallen dood vogeltje. Zei vaak niets en keek alleen maar toe. “Heb je wat van me aan dan?” bitste Donny hem toe. Je kon zien dat die jongen nadacht en tegelijkertijd dom was. Interlectueel, wat een mutsen waren dat. Maar zo op zijn tijd kwam er geluid uit zijn bekkie, en soms was dat een hele goede grap. Over bloedende vrouwen of grote motoren. Motoren waarvan Donnie wel eens droomde dat hij er een had, met zwartleren pak in een grote groep de wijven van de stad lekker op stang jagen. Maar als in zijn dagdroomflard de motor naast hem Blingbling Suarez zag zitten hoefde het niet meer. Fuckoff Spanjool, ga terug waarvan je kwam. Flapoor kreeg wel eens klappen van Donnie, gewoon omdat het kon. En ze waren altijd raak. Lol.

Donny was goed met woorden: hij kon uitdelen. Dat hadden ze op het sleetse college geweten. De warrige wiskundeleraar die vastliep in een formule op het bord voor de klas triomfantelijk aanspreken met “Hey flutser, mot je niet naar school?”. Altijd even om zich heen kijken of de rest van zijn klas om zijn grap wel hard genoeg lachte. Of die zwarte aardrijkskundeleraar die altijd zeek over Afrika en zo. “Hey man, kijk niet zo naar me. Ik hou niet van bruine drollen die mij trollen”. Dat had hij maar weer mooi gezegd! Maar na weer een schoolpleingevecht moest hij bij de rector komen. Zo een slappe lul die fleemde met meisjes en in een bloemenauto rondreed. Een fucking bloemenauto. Donny had te horen gekregen dat hij te ver was gegaan, waarschuwingen en zo. Bij het weglopen had hij hem nog gegroet met “Dag lulletje rozenwater”. Dat had Donny toch maar weer mooi gezegd. Lulletje Rozenwater met zijn fucking bloemetjesauto, die hoorde thuis in een kamp voor echte mannen. Zo!

Op de plek aan de haven waren zijn maten niet onder de indruk. De Lange had een nieuw dingetje, gejat. Hij zat te spelen met knopjes en je kon er mee bellen. Sukkel. De Spanjool was voor de verandering aan het dolen met Flapoor. Niemand had oor voor de overwinning van Donnie die de fucking bloemetjesmeester toch maar op zijn plaats had gezet. Die avond bleek zijn oom ook hele harde echte klappen uit te kunnen delen. “Je vader daarboven schaamt zich zijn bretels van zijn broek”. Bam! Donny zou zijn oom de klappen nooit vergeven. Zijn moeder stond er bij en huilde zachtjes. Het was een pijnlijk einde van zijn schoolbestaan, fucking school, wat had het hem allemaal gebracht? Hij zou nog wel eens de zaken recht gaan zetten. Bloemetjesman zou gillen en smeken voordat De Don het vonnis zou vellen. Fucking loser.

Soms nam Magere Hans een vrouwmens mee naar de plek. Het was zijn vrouwtje, daar mocht niemand aankomen. Nou ja vrouw, een ding. Half lang blond haar, rommelig. Ze was pinnig, met woorden zette ze Donny in de hoek. Oh wat haatte hij vrouwmensen, later zouden ze allemaal voor hem vallen, de Grote Don. Hoe kon je ooit zo een ding doen? Met afschuw dacht hij aan De Lange met zijn vrouwmens in actie, maar slikte een puntige grap toch maar in om niet aan zijn oor naar beneden getrokken te worden door die magere en “sorry” te moeten zeggen aan de voeten van dat vrouwmens. Het was hem een keer gebeurd. Hij wist niet wat meer pijn deed, zijn oor of de vernedering aan de voeten van dat vrouwmens. Oh wat haatte hij dat toch, “sorry” is voor losers, kankerwijven moeten luisteren en gehoorzamen. Donny was vaak boos.

Soms droomde Donny dat hij directeur was in een glazenkantoor hoog boven de stad. Een lekkere secretaresse had met dikke borsten die hij elke dag zou fucken, op de glazen tafel met vol uitzicht op alles daar beneden. Dat Blingbling binnen zou komen met zijn portie coke en hij hem kon commanderen. Dat als hij niet snel opzoutte hij hem wel zou deporteren naar waar hij thuishoort. Blingbling zou kruipen voor Donny’s toorn, begreep best dat het niet zo fijn was daar met al die verkrachters en dieven. Dat hij de Lange, bedelend buiten de deur, in minachting voorbij zou lopen en zijn Gorilla’s met een vingerknip die uitvreter zou laten afvoeren, naar de vuilnisbelt daar waar hij hoorde.

Donny keek met een minachtend glimlachje de groep rond. Niemand zou kunnen bevroeden dat hij, Donny ooit de wereld zou rulen. Blingbling en Eddie, die aan het hanevechten waren om de bal, ze hadden geen idee. Niet dat vrouwmens die zat te loensen naar De Lange, gatver dan gingen ze zo meteen tongen, gat-ver! En al helemaal niet Flapoor, de onnozel. Donny zou de King zijn. Donny kneep zijn ogen breed en een magistrale glimlach verscheen onder zijn matje. Ja! Hij zou de wereld rulen.

Nobody fucks with Donny Tromp.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *