De toespraak

Aan het eind van haar leven, kreeg mijn grootmoeder weer meer belangstelling voor de God uit haar jeugd. Er hadden altijd wel iconen in haar huis gehangen, heel diep leek het niet te gaan. Maar de laatste jaren woonde ze wel eens een Russisch orthodoxe dienst bij. En belde ze met een priester die ze in Friesland had gevonden. Hij kende de rituelen die zij had gekend.

De priester leidde de dienst toen mijn grootmoeder werd gecremeerd. Ik zou ook wat zeggen. Ter nagedachtenis. Ik vertelde hoe dankbaar ik was dat ze ooit, ergens tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog de moed had gehad te vluchten voor Stalin. Zonder die moed was ik er nooit geweest. (Mocht ik er nooit geweest zijn, dan had ik dat niet erg gevonden, vermoed ik. Maar ik was er. En daar was ik blij om.)

Vlak voordat ik mijn toespraak hield, sprak mijn oom. En die vertelde dat mijn grootmoeder was gedeporteerd door de Duitsers. In haar dorp waren alle mannen op, dus werden de vrouwen op transport gezet om te werken in Duitsland. Die treinreis had ervoor gezorgd dat mijn grootmoeder het de rest van haar leven koud had.

Ik begon mijn toespraak met de eerste herinnering aan mijn grootmoeder. Waarin ze gekleed in bontjas op een zonovergoten strand in Zuid-Frankrijk liep. Dat was het enige stukje dat goed aansloot bij het verhaal van mijn oom. De rest klopte voor geen meter. Nog een geluk dat ik teveel met mezelf bezig was om dit verschil op te merken.

We kregen allemaal een kaarsje dat we voor ons moesten houden terwijl de priester zijn rituelen deed. Het was een dun kaarsje. En de rituelen duurden en duurden. De begrafenisondernemer was vooral bezig te voorkomen dat de kleinste kleinkinderen kaarsvet op de vloerbedekking zouden morsen.

One response

  1. Mooi stukje. Mijn oma van moeders kant had het trouwens ook altijd koud. Ze droeg minstens acht lagen kleding over elkaar en als ze er één vergat werd ze meteen verkouden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *