5 minuten #89 – de ondankbare meneer

Onderweg naar een concert naderde ik een zebrapad, waarop een man en zijn hondje zojuist waren begonnen met oversteken. Ik kon nog gemakkelijk voor ze langs, maar omdat ik toch al aan de late kant was, besloot ik te stoppen. Ik voelde me ontzettend vriendelijk. De man stopte toen hij voor mij stond en keek mij aan. Nu gaat hij me vast bedanken, dacht ik. Hij wees naar mijn fiets en zei: ‘Doe je licht ’s aan.’

Is het dan nooit goed? Iedereen wil altijd maar meer. Daar gaat deze wereld nog eens aan ten onder. Die gast mag dankbaar zijn dat ik op een fiets zat en niet in een auto. Dat scheelt een hoop longkanker en dodelijke ongelukken. En ik was toch keurig op tijd gestopt? Wat interesseert het hem nou of mijn licht brandt of niet?

Terwijl ik doorfietste stelde ik me voor wat ik ook zou kunnen doen. Omkeren, de man onderuit schoffelen, een paar keer op zijn hoofd springen en dat vieze hondje van hem door zijn strot duwen. Dat zou ik natuurlijk nooit over mijn hart kunnen verkrijgen. Dan hondje heeft niet voor zo’n vervelend baasje gekozen. Ik houd toch al niet van geweld. Ik zou de moordenaar van mijn beste vriend nog geen haar krenken. In mijn fantasie is het anders, dan maak ik iedereen af. Vooral in het verkeer. Als iedereen die ik onderweg dood wens daadwerkelijk zou sterven, was het direct gedaan met de krapte op de woningmarkt.

Het ergste van alles was dat mijn licht gewoon brandde. Niet heel fel meer, dat geef ik toe, maar fel genoeg om geen boete te krijgen. Ik ben al een tijdje van plan om nieuwe lampjes kopen. Het probleem is dat je daarvoor naar een andere winkel moet dan de supermarkt. Ik kom nooit in andere winkels dan de supermarkt. Zo super is zo’n supermarkt eigenlijk niet, als ze geen eens fietslampjes verkopen.

Vorige week was mijn vader jarig. In het kader daarvan reed ik op de avond van 11 februari op een ov-fiets van mijn ouderlijk huis in Westerbork naar het treinstation in Beilen. Dat is haast onmogelijk zonder licht, dan zie je het fietspad niet.

In Amsterdam is het anders. Je heb geen licht nodig om te zien, enkel om gezien te worden. Door automobilisten met name; als fietser heb ik er nooit last van dat ik een andere fietser niet zie. Je kunt ook zeggen: de auto’s zijn het probleem. Niet de fietsers zonder licht. De auto’s zijn van heel veel dingen het probleem. En de politie, want zonder licht krijg je een boete. Daarom fiets ik met licht. Het systeem werkt. Je staat machteloos.

Het concert was trouwens erg goed. Het was van Marching Church, een zijproject van de zanger van Iceage. Het was heel intens. Zo intens dat iemand die naast mij stond er een beetje van moest huilen.

 

 

[Meer van Klaas Knooihuizen op Klaasknooihuizen.nl, OOR, HP/De Tijd, Trouw, Nieuwe Revu. De Zwarte Ooievaar kunt u hier bestellen. ]

3 responses

  1. Maar die aardige meneer wilde jou juist een plezier terug doen door je er op te wijzen dat je licht het niet goed deed!.

    Fietsters zijn in Amsterdam, binnen de Ring dan, wel degelijk een groot probleem. Vooral de aantallen. Veel! En veel van de fietsers denken oprecht dat ze alles mogen en maken met trotse, hautaine gezichten de meeste idiote, onbescofte en ook nog eens gevaarlijke verkeersovertredingen.

    Ben zelf ook fietser, daar niet van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *