Fragmenten (1)

Volgens mijn vrouw hebben wij vaker wel dan geen ballonnen in huis. Opgeblazen ballonnen hebben we het dan over. Opgeblazen ballonnen die ergens rondslingeren zonder een doel te dienen. Ze zijn er niet om iets wat gevierd moet worden luister bij te zetten, bedoel ik. Ze zijn er gewoon. Omdat ik ze opgeblazen heb. En ik heb ze opgeblazen omdat mijn kinderen aan mij hebben gevraagd om ze op te blazen. Dat u niet denkt dat ik uit mijzelf ballonnen ga opblazen. De ballonnen zijn er trouwens niet alleen omdat ik ze heb opgeblazen, maar ook omdat niemand nog de moeite heeft genomen om ze lek te prikken en weg te gooien.

Mijn vrouw wees me op twee ballonnen die in onze buurt lagen. Eén ballon zag eruit alsof hij in diverse potten verf is gevallen. Een fraaie ballon, moet ik zeggen. Van een stevige kwaliteit. Weegt ook meer dan de gemiddelde ballon. Je kan er ook goed mee voetballen, weet ik uit ervaring. Meestal als je tegen een ballon trapt, zorgt de lichtheid van het materiaal ervoor dat de ballon vrijwel direct na de trap vaart mindert. De vaart van deze ballon neemt beduidend minder snel af. Een ballon naar mijn hart.

De andere ballon bestond eigenlijk uit drie ballonnen. Een gele en twee groene. Die ik zodanig in elkaar had geknoopt dat het een soort hondje werd. Mijn zoon had een gezichtje op het hoofd getekend. En op de achterkant van het hoofd had hij zijn naam gezet. Ik besloot deze ballonhond op te offeren. De geverfde ballon moest blijven.

Op de stoel naast onze tuindeur zag ik een tweede ballonhond. Deze bestond uit één groene en twee gele ballonnen. Ik voegde de twee ballonhonden bij elkaar. Het werd een nieuw wezen. Een groengeel ballonnenmonstertje met meerdere poten en twee hoofden. Mijn vrouw zei het zeer op prijs te stellen dat ik de ballonhond aan het vernietigen was. Maar toen zag ze het nieuwe ballonnenmonstertje en vroeg ze zich hardop af of ik op aarde was gezet om haar gek te maken. Dat ik steeds meer ballonnen zou samenvoegen tot één gigantisch ballonnenmonster. Een ballonnenmonster dat ons huis zou vullen en dat haar zou verstikken in haar slaap. En dat ik daarna alle ballonnen lek zou prikken, zodat de oorzaak van haar dood niet te achterhalen zou zijn. Immers, wie vermoord zijn vrouw nu met duizenden ballonnen? Ik prikte het ballonnenmonstertje ter plekke lek met een schaar.

Boven, in onze slaapkamer, vond ik een derde ballonnenhondje. Het lag op de grond, naast de stoel waarop ik mijn kleren leg voor het slapen gaan. Hij miste achterpootjes. Had een wit lijfje en een witte kop met een blauw gezicht. Grote wijd openstaande ogen. Zijn voorpoten waren oranje. Op de plek waar zijn achterpootjes hadden gezeten was het lijfje dunner. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen ook dit ballonnenhondje naar de vergetelheid te prikken. Het ballonnenhondje staart mij nu aan, terwijl ik hier op de wc zit.

One response

  1. Ook wij hebben vaker wel dan geen ballonnen in huis. Tekstballonnen. Want mijn man is striptekenaar. Opgeblazen ballonnen, u weet wel: gevuld met hoofdletters die geschreeuw suggereren, zijn er nooit bij. Mijn man schreeuwt niet. Niet tegen mij. Niet tegen anderen. Want mijn man is Nederlander. En die zullen uiteindelijk worden ondergeschreeuwd. Want de ballon Nederland is lek. Héél lek. Nooit had ik kunnen denken dat het prachtige bolwerk van Vrede en Vrijheid zo snel zou kunnen leeglopen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *