Ik Ben Wubbo Ocksels, hoofdstuk VIII: deel 7

Het koude water was van geen invloed op Space Commander Gert Vandervaert, afgemeten aan de zekere zwemslag waarmee deze door het water schoot.
De situatie en daarmee zijn eigenwaarde gedegradeerd tot grap, maakte Wubbo zich zorgen over hoe het zich nu verder ontwikkelde: Space Commander Gert Vandervaert was volkomen naakt. Geen helm, geen luier. Op niets dan de inhoud van zijn longen dook hij naar de oefenmodule.

“Urgentie is belangrijk, Ocksels. Ik wil dat je snel die luiers verwisselt. Ik wil dat je weet waarom het snel moet,” had Space Commander Gert Vandervaert voor de duik gezegd. Wubbo had toen maar weer geknikt, en nu volgde hij in zijn astronautenpak met wel helm en wel zuurstof en met luiertas vol spacepampers.
Space Commander Gert Vandervaert hield zijn armen voor zich uit, strekte zijn lichaam, en gleed door een opening voor een derde maal de module binnen. Wubbo volgde. Flitsende rode zwaailichten en sirenes gingen nu al af.
“All medical teams on full standby,” zei Mission Control over de radio.

Binnen de module zag Wubbo dat Space Commander Gert Vandervaert zich gedraaid had, en zich licht met zijn armen flappend stabiel wist te houden. Zijn wangen stonden bol, maar zijn ogen straalden rust uit. Nog. Hij stak een vinger omhoog, en draaide die rond. Het signaal voor Wubbo om de luiertas te openen, en eruit te halen wat nodig was.
Space Commander Gert Vandervaert draaide met zijn armen, zodat hij horizontaal kwam te liggen langs Wubbo. Waarschijnlijk om zijn adem te sparen was hij volkomen sereen, al zijn bewegingen de diepste basis van kalmte. Hij trok langzaam zijn benen omhoog, zijn hoofd met gesloten ogen naar zijn borst, net als zijn handen. Hij leek een veertig jaar oude foetus, drijvend in het vruchtwater van gesimuleerde space.

Wubbo had de luier snel genoeg gepakt, dat wist hij zeker. Sneller dan hij het ooit had gedaan. Hij wist dat hier een leven in de weegschaal stond, afgebalanceerd door zijn astronauten carrière. Misschien was wat er gebeurde de bedoeling, daar heeft Wubbo ook lang genoeg over gepiekerd, zelfs twintig jaar later nog, in nachten waar het weer plotsklaps overging. Van koud naar warm, warm naar koud, droog naar storm: de rare dagen – dagen waar honden zouden blaffen, wolven zouden huilen- dan moest hij er aan denken. Het was niet alsof hij het nog kon vragen. Want nog voordat Wubbo de luier uit de zak kon krijgen, had Space Commander Gert Vandervaert zijn darmen ontladen. Een krachtige, bruine mist verspreidde zich als inkt uit een inktvis. Stinktvis.

Wubbo dacht dat de sirenes en zwaailichten al aan stonden- dat herinnerde hij zich toch godverdomme goed? Lees dan terug, het staat er zelfs!
– Maar nu leek het of ze des te harder gingen blazen. Rode flitsen priemden zijn brein binnen, net als het lellende geblaat van het alarm.
“POOP PARTICLES ARE ENTERING THE COMPUTERS!!” riep een panikerende stem over de radio. Was het geacteerd? En was het de bedoeling dat het water donkerder werd? Buiten door die stront die net uit Space Commander Gert Vandervaert’s reet was getoeterd, natuurlijk.

5 responses

  1. zelfs twintig jaar later nog, in nachten waar het weer plotsklaps overging. Van koud naar warm, warm naar koud, droog naar storm: de rare dagen – dagen waar honden zouden blaffen, wolven zouden huilen- dan moest hij er aan denken
    Wat een mooi fragmentje temidden van dat poepverhaal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *