Aart heeft K.

“Dokter! Hee! Dok! Joehoe! Dokter! Hee!”
De dokter kwam aanlopen.
“Sorry,” verontschuldigde deze zich, “Ik moest even die mensen daar vertellen dat hun dochter in de nacht is overleden.”
Aart knikte om aan te geven dat hij het begrepen had.
“Ja, is er al nieuws over mijn toestand? Waarom ik mij zo klote voel?”

De dokter knikte.
“Ik zou het u gelijk komen vertellen. Nadat ik die mensen,” wees hij naar het huilende echtpaar, “…hun slechte nieuws verteld zou hebben.”
“Maakt niet uit, niemand is perfect. Hee maar hoe zit het? Mag ik al naar huis? Er is voetbal.”

De dokter knikte om aan te geven dat hij het begrepen had- hij iets ernstiger.

“Meneer…”
“Zeg maar Aart, hoor,” zei Aart joviaal.
“Meneer, uw ziekte is uitgezaaid.”

Aart zijn gezicht betrok.
“Ziekte? Welke ziekte? Diabetes? Ik eet veel minder suiker! Ik drink een halve liter minder cola per dag!”
“Het is niet uw diabetes,” zei de dokter.
“Wat dan? Is het soms…” Aart begon te fluisteren: “…de Kanker?”
De dokter schudde zijn hoofd.
“Het is uw K… K,” zei hij uiteindelijk maar. Na de eerste letter werd het meestal te schokkend voor de patiënten.
“Waarschijnlijk door uw gewoonte te roken als een schoorsteen.”

Aart knipperde even met zijn ogen.

“Oh. Nou. Goed dat we dan maar niet in de derde wereld zitten he? K. is kut, maar hier hebben we ten minste techniek! Hier hoeven we niet dood te gaan!”

De dokter keek afwisselend Aart en zijn medische kaart ongemakkelijk aan.
“Het is slechter nieuws dan dat,” zei hij.

Aart keek hem met een lege blik aan.

“Meneer…” ging de dokter verder, “Meneer, het is te laat.”
“Wat nou te laat! Betaal ik daar belasting voor?? Er lopen hier duizend dokters rond man! WETENSCHAP! Los het op dan!!”

“Meneer, dit ziekenhuis heeft u al rond 2008 gewaarschuwd dat u K. had. Er staat hier dat u toen weggelopen bent.”

Dit wuifde Aart weg.
“Wat weten dokters nou. Toen,” voegde hij verontschuldigend toe.
“…Maar u moet weten, dokter, er heerste toen veel scepsis.”
“Niet bij ons,” schudde de dokter zijn hoofd.
“Ja maar Truus zei dat Joop ook K. zou hebben en hij werd niet eens kaal!!”

De dokter knipperde het gebrek aan logica van die opmerking weg.
“…Sinds die diagnose bent u meerdere keren opgenomen met kwalen voortkomend uit K., maar wij mochten u nooit daar aan behandelen.”
“Ach één keer koorts en het is gelijk K.”
“Uw tenen zijn geamputeerd!” riep de dokter uit.
“Dat kon ook diabetes zijn,” zei Aart, “Daar was niks sluitend over.”
“Hoe dan ook,” zei de dokter, “U heeft nog zes maanden te leven. De ziekte is overal uitgezaaid.”
“Waar is overal!”
“Overal!” zei de dokter, “Waar is overal niet?”
“Ja maar waar is het dan het ergst!”

De dokter ging gefrustreerd met zijn ogen over de kaart.

“Uw armen,” zei hij.

“Oooh, mijn armen. Nou dan amputeer je die toch.”
“Amputeren?” vroeg de dokter verbijsterd.
“Ik kan toch wel zonder armen! Het is zonde, maar als ik zo kan overleven…”
“Meneer ik geloof niet dat u de situatie begrijpt. Ik kan uw armen niet amputeren. Zo werkt dat niet. Uw ziekte is te lang onbehandeld gebleven. En uw lichaam in deze staat…”

Hij keek naar Aart, die met bepaalde delen van zijn lichaam over het bed hing.

“…U bent gewoon niet in staat om er nog tegen te vechten. Wij hebben een test gedaan. U weegt 300 kilo, en tegelijkertijd bent u ondervoed. Er is een tekort aan sommige waardes die normaal gezien alleen bij kinderen in een hongersnood gezien worden. Wat eet u in godsnaam?”

Aart keek beledigd weg. Wat gaat dat hem aan? Weet hij wel hoe duur gezond eten is? Een euroknaller bij de McDonalds kost maar één euro!

“Wel start dan een behandeling,” keerde hij zich weer tot de dokter, “Ik ben heus wel sterk genoeg. Ik leef misschien niet supergezond, maar ik kan een hoop hebben! April 2001, in elkaar geslagen. Augustus nog die zware griep er over heen. September 2003, nog zo’n verschrikkelijk pak slaag geïncasseerd! Ook overleefd. En zoveel gezonder was ik toen nou ook weer niet. Onkruid vergaat gewoon niet, dok!”

De dokter was bekend met de medische geschiedenis van zijn patiënt. Hij vond het überhaupt een wonder dat die zelf-destructieve halve krankzinnige het zo lang uitgehouden had.

Aart leek die gedachte af te kunnen lezen van het gezicht van de dokter, dus ging hij over op een meer smekende toon:

“Kom op, dokter, help mij! Er is toch niets wat wetenschap niet kan doen? Als wij het echt willen? Schouders eronder? Ik heb een hondje thuis! Als ik er niet meer ben dan gaat die dood! U kan toch geen onschuldige levens laten lijden onder een klein foutje van mij? Dat is toch niet eerlijk! Repareer het gewoon! Ik kan het hebben! Luctor et emergo enzo!”

“Meneer,” zei de dokter, eindelijk genoeg gehad, “Ik begrijp dat u denkt dat niets u kapot kan maken. Dat alles goed afloopt. Want wetenschap,” zei hij, extra nadruk gevend aan zijn wanhoop door zijn armen op te gooien.
“En omdat het sprookje natuurlijk nooit slecht kan aflopen. Maar kijk nou eens eerlijk naar uzelf! Bent u een sprookje? Misschien wordt het tijd te accepteren dat uw gedrag tot deze situatie heeft geleid, en dat u niet KAN veranderen. Dat u misschien eerder had moeten nadenken over een hondje nemen in deze staat. U gaat dood. Einde verhaal. Er valt niets meer te redden. Meneer. Sorry,” stamelde hij nu, zich schamend over zijn eigen uitbarsting.

Aart van der Mens snoof. Niet te redden. Niet kunnen veranderen. Wat een gelul. Als het nodig is, kan alles. Hij wist gewoon niet dat het echt -echt- echt nodig was. Nou, nu wel.

En zal ik je nou eens wat vertellen? De boodschap was goed aangekomen! Ditmaal! Niet alleen verbeterde hij zijn leven voor zover hij kon, maar hij zocht een second opinion- en kreeg een kans! Aart onderging een experimentele behandeling, die aansloeg! De menselijke techniek staat voor niks!
Twee maanden daarna werd het resultaat minder, en begon hij een pijnlijke dood te sterven. Toch nog sneller dan verwacht- zo gaat dat met scenario’s. Het kan altijd slechter. Zijn hondje ging naar een asiel, en kreeg een spuitje.
Wat Aart ook deed: het was te weinig en te laat. Metend de prijs in euro’s in plaats van tijd. Wel- en soms is er geluk. Andere keren niet. En dat is dan dat :-(

Het goede nieuws, dan, is dat toen Aart in de grond werd gestopt, allerlei bacteriën en wormen en andere levensvormen zich tegoed konden doen aan zijn ondergang! Zo is dit verhaal gelukkig toch nog een beetje een sprookje met een goed einde! Haha! Geniet ervan!

21 responses

  1. “Waar is overal!”
    “Overal!” zei de dokter, “Waar is overal niet?”

    De sterkste dialoog die ik dit jaar heb gelezen – en de grappigste/gevatste.

    • Ik ben vooral in mijn nopjes met de hoge metafoorbaarheid. Ik wil naar lezer schreeuwen “GEDDIT??? DO? YOU??? GEDDDDIIITTTTT???” maar dan ben ik weer zo’n moralistische lul en dat wil ik dan ook weer niet dus ga ik er maar op deze platvloerse wijze naar hinten. Als ik ergens een pleurishekel aan had dan was het die cd van de Heideroosjes waar ze bij elke songtekst ook hadden geschreven “Wat ze nou eigenlijk bedoelden te zeggen” uuurrrghhhhh nou ja anyhoo nu ben ik dus bijna net zo erg. Erger, omdat ik het kut vind. Well.

  2. De bedaarde dokter brengt me in verwarring. In mijn beleving zijn vandaag de dag zowel de patiënt als de doktoren hysterische gekken. Er staan bovendien meerdere doktoren rond de patiënt en allemaal zeggen ze iets anders. Het lijkt er trouwens ook verdomd veel op dat de doktoren zelf tot op het bot ziek zijn. Dat vinden ze in ieder geval van elkaar. Ze lopen elkaar maar te diagnostiseren met de ergste vormen van K en denken zelf dat ze schoon zijn. Dat geldt voor mezelf ook wel trouwens.

  3. “Aart” staat voor de West-Europese samenleving, “wetenschap” is een sneer naar de onbedoeld zelfdestructieve gutmenschencultuur (ik weiger dat Duitse woord met een hoofdletter te schrijven) en de klank van “K.” vertegenwoordigt heel toepasselijk de woekerende haat- en geweldscultuur Islam. Uit “experimentele behandeling” filter ik de paniekerige reparaties die de volgende verkiezingen vooruitgaan.
    Ik ben geboren en opgegroeid in een “K.”-land. Ben niet als vluchteling (niet eens als wérkelijke vluchteling), maar als partner van een lieve, zachte, maar anderzijds iets te “wetenschap”‘elijke man naar “Aart” gekomen. Om te moeten constateren dat de gutmenschen met krankzinnig grootschalige import van de “K.” de wérkelijke k (en daarmee bedoel ik niet die met peren) over “Aart” proberen af te roepen.
    Ik kan alleen maar hopen dat “K.” “Aart” nog tijdig a”wetenschap”‘elijke eigenschappen zal bijbrengen. En als u vindt dat al het bovenstaande compleet verwerpelijk is, verwerp het dan nog maar even openlijk. Maak er maar een Nurksiaanse joligheid van. Nu kan dat nog. Wanneer de handhavend uitvoerenden van de “K.” “Aart” straks regeren niet meer. Ik had drie broertjes met “K.”-verwerpende ideeën. Nu nog één.

  4. …. Ehh nee. Wat? Maar goed, bonuspunten voor het proberen! Ik dacht trouwens dat het moeilijk doorzichtig was. Hier wat hints dan!
    – Aart heeft K! Wat begint met k?
    – Aart is in elkaar geslagen April 2001, september 2003, ziek augustus 2001, dusss 2001-04, 2003-09, 2001-08, 14, 39, 38 (ok beetje vergezocht maar nogmaals KOM OP HEE. Ik dacht dat dit hele ding duidelijker was)
    – ziek door roken als een schoorsteen!
    – “één keer koorts en het is gelijk K.”
    – scepsis!
    – als aart dood is, is het goed voor andere levensvormen!
    – Aart van der Mens kan niet veranderen!

    Do you geddit, homes?? Come on mannnn it’s funny!! Why don’t you get it???

  5. Het klimaat? Wie maakt zich vandaag de dag nog druk om het klimaat? De enige K die er momenteel toe doet is de K van Keulen. Tiens!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *