Sint zonder Piet

Ik was nog eens in mijn geboortedorp en stelde mijn kleine voor om met een lampion in de sintmaartensstoet mee te stappen. In zijn geboortedorp – Antwerpen – zijn de rituelen op 11 november rond deze eindejaarsheilige onbekend, dus ik moest hem even briefen. Rijke Ridder (ja, met een sabel), witte paard (nee niet Amerigo), deelt mantel met bedelaar (een mantel is uwe jas, maar dan zonder mouwen), etc. Toen begon de zesjarige zaken door elkaar te gooien.

‘Heeft hij een mantel aan Sinterklaas gegeven?’

‘Nee, aan een bedelaar.’

‘Gaf Sinterklaas ook cadeautjes aan bedelaars?’

‘Nee, Sintmaarten gaf zijn mantel aan een bedelaar.’

‘Wat is een bedelaar feitelijk?’

‘Een bedelaar is zo arm, dat hij buiten moet slapen.’

‘Maar dan vraagt hij toch gewoon een huis aan Sinterklaas?’

Het is duidelijk dat na Sinterklaas en de Kerstman, Sint Maarten eigenlijk één heilige teveel voor hem is. Zeg nu zelf, drie heiligen binnen een goeie maand, dat is toch ook overdreven. Allemaal in het rood bovendien, en maar liefst twee op een witte schimmel. Een mens zou van minder het overzicht verliezen.

Ik dacht er daarom goed aan te doen om het verhaal van het abstracte weg te leiden naar het tastbare, en vertelde van de lampionnen en het grote vuur.

‘Waarom is er vuur?’, vroeg hij.

Dat wist ik eigenlijk zelf niet. ‘Dan kan Sint Maarten zich warmen’, zei ik uiteindelijk. Per slot van rekening had de man nog maar een halve mantel.

Ik zocht een uitweg uit het tastbare. ‘Kijk, ze steken het vuur aan’, wees ik in de donkere verte waar een stapel pallets moeizaam vlam vatte. In mijn tijd was het nog een echte vuurberg, met autobanden en afgelopen olie. Tegenwoordig mag je blij zijn dat een of andere buurtbewoner met een te hoge hypotheek de politie niet belt voor wat zeiknat dennenhout, dat na een kwartier smeulen door de brandweer wordt afgevoerd. Of zijn ze in dit dorp nog verdraagzaam en klinkt er hooguit gedempt gemopper omdat het wasgoed vol zwarte spikkels zit? Hangt er überhaupt iemand zijn was nog buiten op, in november? Anyways.

Het geknetter werd gadegeslagen door de gemeenteambtenaar die de pallets in brand stak, en Sint Maarten zelf, die er een beetje lullig bij stond.

Mijn kleine observeerde de vonken die hoog oplaaiden. ‘Papa, er vliegen kleine vuurtjes weg!’  Hij volgde een vonk helemaal over de bomen tot aan de andere kant van de brandstapel, zag toen dat Sint Maarten zich van het tafereel verwijderde en keek mij vragend aan.

‘Sint Maarten gaat even kijken of de bedelaar goed ligt’, antwoordde ik. Al zou het ook kunnen dat hij even in de struiken ging pissen, maar dat hield ik maar voor me.

‘Mag ik straks jouw schoen zetten, daar kan meer in’, zei hij plotseling. Ik loodste hem naar de wafelkraam en slikte het antwoord in dat de Sint nog niet in het land was.

Misschien is het wel een oplossing in de Zwarte Pieten-discussie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *