Erbfeind

Mijn column die voor deze week klaar stond, ging over Frankrijk. Ik vond het niet kies om hem te plaatsen. Ik zou nog autistischer lijken dan ik al ben, wereldvreemd zou ik mijn eigen riedeltje afdraaien. Het verhaalde van een Frankrijk uit een ander tijdperk, dat lichtjaren ver verwijderd lijkt. Het Frankrijk van de Franse Slag, waar niets mocht maar alles kon. Waar alleen de directeur van het postkantoor zich druk maakte om regeltjes. Tenminste; als die hem zelf niet aangingen.

Maar het ging ook over een tijd van het Frankrijk met haat tegenover Duitsers. Want ook al hadden wij niet eens een Duits kenteken, geen pompbediende goot onze Audi vol diesel. En ooit weigerde een monteur van Touring ons botweg te helpen, vanwege ‘cette voiture allemande’. Al zal het feit dat mijn vader graag een knickerbocker om zijn omvangrijke buik droeg – mijn broer en ik schaamden ons kapot – het beeld van ‘reservemof’ wel in de hand gewerkt hebben. Het waren hoe dan ook de vroege jaren ’70, goed en wel vijfentwintig jaar na de laatste van drie oorlogen die de Fransen teisterden.

Na elk van die oorlogen kon de burgemeester van een willekeurig boerendorp een lange lijst namen op een heroïsch monument laten zetten. Onder een trotse haan van hardsteen, of een dame met wapperend gewaad in brons die naar verre verten wees. Namen van ‘braves héros’, dappere helden die het vaderland verdedigden. Maar ook van talloze ‘victimes civiles de la barbarie’, burgerslachtoffers van de barbarij. Want vooral in Noord-Frankrijk hielden drie generaties Duitsers nietsontziend huis, met ook talloze slachtoffers onder vrouwen, ouden van dagen en kinderen. De jongste die ik ooit in het marmer gebeiteld zag staan was Félix Fievez, 17 maanden oud.

En daar toerden wij krap 25 jaar later vrolijk met een Duitse auto rond, compleet met knickerbocker. Wij begrepen het ergens dan ook wel, die haat en papa kocht een Peugeot. Al heeft hij zijn knickerbocker nooit willen lossen.

Nu, dik 70 jaar na die laatste oorlog was er in Parijs een voetbalwedstrijd tussen deze ooit gezworen vijanden die wraakzuchtig tot op het bot elkaars bloed wel konden drinken. Meer dan honderd jaar lang opgezweept door nationalistische politici, op macht beluste generaals en hysterische pers. De Fransen al evenveel als de Duitsers.

En vrijdag was er dit vriendschappelijk balletje tussen ‘der Erbfeind’ en ‘le boche’. Gespeend van elk vals sentiment of onderliggende ideologie. In het affiche alleen al zat iets gewoons. ‘Frankrijk-Duitsland’, verworden tot saaie routine. Buisiness as usual. Get it over with. Tot het aan flarden werd geschoten met religieus geïnspireerd geweld. Ik ben overtuigd atheïst, maar het lijkt erop of de duivel zelve de zoveelste variant op de vermomming heeft gevonden om jonge mensen voor zijn oorlogskarretje te spannen. Ik kan alleen maar hopen dat de massa’s zich niet laten opzwepen, door welke duivel dan ook. Het geloei op de Social Media – van twee kanten –  doet mij echter het ergste vermoeden. Maar niet een erfvijand maar wederzijds begrip is de oplossing.

En laat dat nu net de moeilijkste weg zijn.

2 responses

  1. Mooi en raak die beschrijvingen van het oude Frankrijk waar ik opgegroeid ben. Die bronzen beelden ter verering van de gevallenen… Pure weemoed. Dank!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *