Zen of de kunst van het vloertjes leggen

Ik heb dit weekend een vloer gelegd. Een houten vloer. Massief grenen. Gebeitst. Ik had wel eens een laminaatje gelegd (of een parketje, ik haal die twee altijd door elkaar), maar dat mocht in vergelijking met deze vloer geen naam hebben. Ik had de vloer via marktplaats op de kop getikt. Gehaald in Friesland, dat groter bleek dan ik dacht. Het lag in een schuurtje. Opgestapeld leek het niks. Ik twijfelde. Is het niet te donker? Het zou onder meer in de kinderkamers komen te liggen. De man van wie ik het ging kopen, was een rossige klei-Fries. Hij had een T-shirt aan waar Dokk’em op stond. Een festival, zag ik aan de lijst met bandnamen die zijn rug sierde. Sepultura stond er onder andere op. Ik besloot de gok te wagen en begon het bakkie in te laden.

De zon scheen, de meren glinsterden, Nederland lag er weer eens gezegend bij.

Een week later ging ik de vloer leggen. Op zaterdag had ik hulp van de broer van mijn vrouw. Op zondag hulp van mijn vader. Ik zag er als ene berg tegenop. De klusgenen van mijn vader hebben een generatie overgeslagen. Tenminste, dat dacht ik altijd. Maar het ging verbazingwekkend goed. Buiten scheen de zon weer eens, maar ik bleef twee dagen binnen. Tussen de planken en het zaagsel. Meten, zagen, passen. Heel soms nog wat zagen. Ik kreeg de smaak te pakken. Kwam in een flow. Kwam hooguit beneden om iets te eten. Al mijn spieren wisten weer dat ze bestonden. Sommige voor het eerst in hun bestaan. Op zondagavond half zes lag de vloer er helemaal in. Glimmend in de laatste zonnestralen van de dag.

4 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *