Rode Duivels voor Hollanders

Veel Nederlanders zagen het drama aankomen en bekeerden zich afgelopen zomer al halvelings tot supporter van de Rode Duivels. Nu de definitieve uitschakeling van het EK 2016 in Frankrijk een feit is, sluiten zelfs diehard oranjefanaten niet uit ‘de Belgen te steunen’. Een kort overzicht omtrent zeden en gewoonten van voetbalminnend België is dus stilaan op zijn plaats. Ik veronderstel hierbij dat u de wedstrijden gaat volgen in het sympathieke buurland zelf, op een van de gigantische tv-schermen die ook hier worden opgesteld, of in een klein café tussen andere roodgeschminkte gelegenheidssupporters. Want dat zijn en blijven ze, Belg of niet.

  1. Belgen geloven niet in de overwinning. Nooit.

In de hoofden van heel Holland is het Nederlands Elftal al tien keer wereldkampioen geweest, meestal nog voor de aftrap van de eerste kwalificatiewedstrijd. Hierin verschillen de Belgen fundamenteel. Zelfs bij voetballiefhebbers komt de gedachte niet eens op dat de Nationale Ploeg zou kunnen winnen. Voor een deel heeft dat te maken met de in dit land zo geliefde ‘underdogpositie’. Iedereen houdt zo van de bescheiden, wat klungelende underdogs dat die houding voor vrijwel alles wordt aangewend. Dan kan het nooit tegenvallen, nietwaar? Bovendien – en dat is een universele karaktertrek – wie heeft er nu nooit eens graag gelijk? Door het verlies in een serie rampzalige wedstrijden ruim op voorhand te voorspellen, krijgt de voetbalkenner dat gelijk per omgaande. In hun geschiedenis zijn de Rode Duivels zo genereus geweest, om met hun spel deze houding keer op keer te bevestigen.

Bovendien gaat een Belg er standaard vanuit dat er door Hogere Machten ‘met zijn voeten gerammeld wordt’, hetgeen de criminele variant van ‘voor de gek houden’ is. Alle denkbare overheden zijn alleen uitgevonden om de eenvoudige burger de psychiatrie in te pesten en in wezen streeft de Belg naar een eigen koninkrijk met zijn oprit als grens en het tuinhek als bareel. Het voetbal behoort wel degelijk tot een dergelijke Hogere Macht. Het spel is onlosmakelijk verbonden met schimmige deals door bonzen, die met gespannen overhemd in een achterafkantoortje van een slonzig stadion vanuit skai-leren bureaustoelen steevast de zondagse pret van de gewone man bederven met zinloze spelersaankopen.

Tip: stel u bij aanvang van de wedstrijd bescheiden op. Zing niet ‘hup-Rode-Duivels-hup’, of andere opwekkende liederen die bedoeld zijn om er de moed in te houden. Doe als de Belgen: kijk of het u eigenlijk geen biet interesseert, kom bij voorkeur net wat te laat, alsof u bij toeval voor het tv-scherm verzeild bent geraakt, stel het meeste belang in de prijslijst van de aangeboden dranken en foeter daar alvast op. Om te oefenen als het ware.

2. Vlak voor de wedstrijd

Ook in België wordt er hartgrondig gescholden op de trainer, daarin is er geen verschil met Nederland. Leef u dus lekker uit, ook al kent u de spelers niet en heeft u niet in het minst verstand van voetbal. Dat geldt ook voor alle Belgen die u omringen en hier ligt zelfs een mogelijkheid om voor de rest van de wedstrijd als ‘kenner’ te worden aangemerkt.

Tip: bekijk de spelerslijst vluchtig als die in beeld komt, en roep dan luid: ‘Witsel toch niet daar! Waar is die mee bezig?!’. Of ‘Natuurlijk, Fellaini niet in de basis. Ze hadden de arme jongen al beter helemaal thuisgelaten’. Bewonderende blikken zijn uw deel en als u goed luistert zult u gemompel horen in de zin van: ‘Dien Hollander heeft het tenminste begrepen.’

  1. Het volkslied

Het zal voor veel Nederlanders even slikken zijn dat op het komende EK het Wilhelmus niet uit duizenden kelen zal schallen. Maar geen nood, de Belgen hebben ook een volkslied. Dat wordt ‘Het Vaderlandsch Lied’ genoemd, of ook wel ‘Den Brabançonne’. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Spanje heeft het lied weliswaar een tekst, maar de meeste Belgen kennen deze niet. U slaat dus geen figuur als u die niet van buiten hebt geleerd. Hij wordt ook niet uitgedeeld, staat niet op de achterkant van bierviltjes noch is hij plechtig opgenomen in een boekje met leuke voetballiedjes.

Tip: bij de eerste tonen kijkt u enigszins verschrikt op, alsof u volkomen verrast bent dat het volkslied gespeeld wordt. Op zoveel eer had u vooraf niet durven hopen. Als u een diepe indruk wil achterlaten op uw Belgische voetbalvrienden, dan kunt u het memoriseren van twee regels overwegen. Het is de eerste regel: ‘O dierbaar België, o heilig land der vaadr’en’. Vervolgens weet zelfs de trouwste aanhanger van het koningshuis niet meer hoe het verder gaat en is er op zijn minst een seconde van twijfel. Die seconde is wegens de compositie fataal voor het meezingen van de rest, zodat er louter wat gemurmel overblijft. Pas aan het einde krijgt men de kans weer in te stappen en volgt er een passioneel: ‘voor vorst, voor vrijheid en voor recht’, en dat twee keer. Doorgaans wordt de hymne afgesloten met een knetterend: ‘Retteketet!’. Eventueel kunt u daarna nog mompelen: ‘Bon, gedaan met dieje zever, het mag al eens beginnen hè.’

  1. Het verloop van de wedstrijd

De basishouding van onverschilligheid en defaitisme bepaalt in grote mate het verloop van de wedstrijd. Het is zeker bon-ton om meteen na het beginsignaal luid ‘Lap, zet ‘m maar al af!’ te roepen. Het viel tegen, het valt tegen en het zal tegen blijven vallen. Merkwaardig is dat de Belgen vaak kwaad opzet vermoeden. Dat element is erin geslopen toen ook in België een groot deel van de spelers ‘in het buitenland’ gingen voetballen. In België geldt algemeen een groot ontzag voor ‘het buitenland’, mensen die tot daar geraken moeten wel iets bijzonders in hun mars hebben.

Van die buitenlandse clubs heeft echter niemand zelfs maar het flauwste vermoeden. Dus ook de mindere goden als FC Sandhausen, Carlisle United of Club Sportif Sedan Ardennes gelden als toppers.  Dat maakt dat er een reden moet zijn waarom de wedstrijd zo slecht verloopt, elders kunnen de mannen het kennelijk wél. In een land waar het al gememoreerde gefoefel in achterkamertjes tot kunst is verheven moet dat dus een verkochte wedstrijd zijn.

Tip: roep bij het allereerste balverlies – hoe onbeduidend ook : ‘Vendu!’ Dat is Frans en betekent ‘Verkocht!’. In Nederland zou men u het achterste voren op een ezel, met pek en veren bestreken de straat doorjagen. In België niet. Hier wordt instemmend geknikt en oogst u bijval. De Hogere Machten zijn weer bezig, al dan niet aangevuld met gokchinezen. Allez, bestelt er nog maar ene.

  1. Er valt een goal

Wordt er tegen alle verwachtingen in gescoord, dan kan het twee kanten op. Of het een vroege of late goal is, bepaalt welke kant. Alle doelpunten ná een kwartier speeltijd gelden hierbij als late goal.

Gesteld dat het een late goal betreft, dan ontploft de opgekropte ergernis over alle onkunde bij de moegetergde supporter. ‘Hoerenchance!’ is nog wel het vriendelijkste dat er geroepen wordt en betekent zoveel als ‘onbeschaamd geluk’.

Betreft het een vroege goal, dan ligt de kwestie anders. Alle aantijgingen, scheldtirades en apocalyptische voorbeschouwingen zijn vergeten, en niemand kijkt ervan op als de organisatie de wedstrijd onmiddellijk stillegt en de Belgische Nationale Ploeg tot voortijdig winnaar van het toernooi uitroept. Natuurlijk onder groot applaus van de andere deelnemers, die inzien dat voortspelen een doelloze onderneming is tegen zulke titanen. Mocht dat laatste ooit voorvallen, dan heeft natuurlijk iedereen dit al zien aankomen en minstens twee keer voorspeld. Dit lijkt in tegenspraak met punt -1- (zie boven), maar dat is slechts schijn. Ten eerste komt een vroeg en dus gunstig doelpunt zeer weinig voor en is het de uitzondering die de regel bevestigt. Ten tweede is dit slechts een kort moment van overmoed, veroorzaakt door de bedwelming van het onverwachte. Na luttele seconden herneemt men weer het gebruikelijke gesakker.

Tip: neem bij een voltreffer van de Rode Duivels geen risico, aangezien hier een zeer fijnzinnige interpretatie vereist is, die zelfs Jan Mulder zijn petje ver te boven gaat. Schud in alle gevallen bedeesd het hoofd, zodat het óf verbijstering over deze ongehoorde finesse in het balgevoel kan zijn óf walging over zoveel – vooruit – ‘Hoerenchance’.

  1. Een Belg wordt getackeled

Komt een Belg te vallen door een gemene tackle van achteren, dan ontwikkelen de commentaren zich in een totaal andere richting dan in Nederland. Bij Oranje zijn zelfs de minste aanrakingen reden voor een rode kaart, bestaat de tegenstander altijd uit een bende gewetenloze schurken en heeft de scheidsrechter per definitie ‘stront in z’n ogen’. Valt er echter een Belg door de smerigste schoftenstreek uit het moderne voetbal, dan weigert men dat feit te aanvaarden. Dit komt voort uit het eerder gememoreerde wantrouwen van Hogere Machten. De Belgen zijn in alle conflicten fout, de opponenten zijn een stel koorknapen die collectief bij het Vaticaan zullen worden voorgedragen voor een zaligverklaring.

Tip: wordt een Belg gevloerd, roep dan: ‘Gaat er maar al bij liggen!’, of ‘Miljoenen binnenrijven en dan wat gaan rusten onder de match!’ Volgt op de overtreding een penalty die er loepzuiver ingaat, zeg dan: ‘Seg onnozelaar, met alleen de goalkeeper in het doel kan ik het ook!’

  1. Het einde van de wedstrijd

Ontelbare keren heeft het Nederlandse volk in blessuretijd collectief het hart vast en de adem ingehouden. Natuurlijk, ook Onze Jongens waren verwende rijkeluiszoontjes die het te vlug opgaven en niet tot de laatste seconde ‘doorfoebbelden’. Maar ergens, diep in elke Nederlandse hersenstam staat getatoeëerd dat het kán en dat het ooit zal gebeuren: een 4-1 achterstand ombuigen in 5-4 winst in 90 seconden extra speeltijd. Bij voorkeur tegen Duitsland, al mag Brazilië ook. Wat dat betreft verkeert Nederland collectief in wat psychologen wel aanduiden als de ‘Kinderlijke Almachtsfantasie’.

Uit het voorgaande mag blijken dat dit in België niet het geval is. Staan de Rode Duivels in blessuretijd achter, dan gaat het café al massaal naar het toilet, worden jassen opgehaald, of wendt men zich tot het personeel voor een paar pinten. Het maakt toch geen bal meer uit, wonderen bestaan niet en het is mooi geweest.

Het vreemde is echter dat dit soort rituelen ook bij een voorsprong worden uitgevoerd, en ergens hebben de Belgen gelijk. Als ze voor staan, is er al helemaal geen reden meer om de wedstrijd tot het bittere einde uit te zitten. Het feest kan beginnen, sla het vat maar aan. Het zal meerdere malen voorgekomen zijn dat half België meende te weten dat de match gewonnen was, terwijl de dag nadien de kranten spraken van een ‘onverwacht gelijkspel’.

Tip: begin in de extra tijd een gesprek over iets triviaals met degene die naast u staat. Dat het weer niet onaardig is, maar dat het uit de zon toch fris blijft en dat het de zomers van vroeger niet meer zijn. En bestel vooral wat te drinken, het toont dat u oog hebt voor de belangrijke dingen in het leven.

  1. Belgisch voetbaljargon

Belgen hebben er een hekel aan als hun kloeke tongval geïmiteerd wordt. Zinsneden als: ‘dat taaltje is zo zacht’, drijven onze zuiderburen tot razernij. Niettemin is het misschien handzaam om tenminste te weten waar het over gaat. Een korte greep, louter bedoeld tot meer begrip, zeker niet om zelf te bezigen:

  • Match = Wedstrijd
  • Ploeg = Elftal
  • Ref(eree) = Scheids(rechter)
  • Half Time = Rust
  • Mexican Wave = The Wave (door de laatste mondiale successen van de Rode Duivels op het WK in Mexico, 1984. Wordt zelden ingezet en nooit afgemaakt)
  • Boempatat! = Die zit! (goal, knietje, tackle, doodsschop)
  • Deftig = Goed, fatsoenlijk. (Meestal negatief gebruikt: ‘Da’s toch gene deftige speler!’)
  • Lap! = Ja hoor, zie je wel!
  • Draagberrie = Brancard (dus niet: dat Berry van Aerle na PSV brancarddrager bij de Rode Duivels is geworden)

 

7 responses

  1. @rigoreus: tsja..de bierinname.. Belgen zijn in staat om ook met twintig pinten in hun klep nog een minimum aan beschaving op te brengen. Bij Nederlanders ontbreekt dat wel eens. To put it mildly…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *