5 minuten #78 – de nieuwe website van de NS

De NS heeft een nieuwe reisplanner. Het ziet er allemaal net even anders uit, dat is wennen. Dat heb je bij veranderingen. Na een tijdje blijkt meestal dat het handiger werkt dan voorheen. Het wordt allemaal uitgebreid getest. Nieuwe functies van Twitter en Facebook worden altijd met gemor ontvangen, maar zou Facebook vandaag teruggaan naar de interface van 2008 dan kunnen ze dat hele platform opdoeken, dan loopt iedereen weg.

Waar bij de NS-reisplanner voorheen stond ‘plan uw reis’ staat nu ‘waar ga jij naartoe vandaag?’ Dat is vriendelijk bedoeld, een vraag is aardiger dan een commando. ‘Wilt u de bon?’ verdient de voorkeur boven ‘neem de bon aan’. Op internet, in geschreven tekst, komt het geforceerd over. Ik bezoek die reisplanner niet voor de gezelligheid, ik kom om een reis te plannen. Het gaat ze bovendien helemaal niets aan waar ik heen ga. En waarom ‘vandaag’? Misschien wil ik pas volgende week met de trein.

Even opmerkelijks is de overgang van vousvoyeren naar tutoyeren. De NS doet het vanaf nu lekker informeel. Of, dat kan ook, ze hebben cookies ingezet. Ik word met ‘je’ aangesproken omdat mijn internetgedrag verraadt dat ik een hippe jonge peer ben, terwijl mijn buurvrouw, die een hond heeft die Toppie heet, met ‘u’ wordt aangesproken. Het zijn cookies van likmevestje, anders hadden ze geweten dat ik gewoon ‘plan uw reis’ had gewild en niet ‘waar ga jij vandaag naartoe?’

Cookies vallen me toch al tegen. Ik pin geld uit de muur sinds mijn twaalfde. Nog nooit heb ik op de vraag ‘wilt u een bon?’ geantwoord met ‘ja doe maar’. Altijd zeg ik nee. En nog steeds krijg ik die vraag. Hoe moeilijk kan het zijn?

TOELICHTING

Ik heb ooit meegewerkt aan een test voor een website. Dat was voor een of andere door de overheid gefinancierde gezondheidsinstelling. De website was bedoeld om sporters voor te lichten over blessures. Ik moest zeggen of ik het allemaal logisch vond zoals ze het bedacht hadden en of ik het een goed idee vond om Wilfried de Jong te strikken voor de instructiefilmpjes die ze erbij hadden bedacht. Dat was knap laat, want die filmpjes bestonden al.

Mijn oordeel luidde dat ik het maar onzinnig vond, zo’n site, dat ik er nooit op zou kijken en dat ze het geld waarschijnlijk beter aan iets anders konden besteden. Als dank kreeg ik een boekenbon. Ik weet niet of die site ooit gelanceerd is. Ik heb er nooit iemand over gehoord.

Op de basisschool had ik een vriendje dat een konijn had dat Lodewijk heette. Een ander vriendje vond dat zielig, Lodewijk was geen naam voor een konijn. Ik geloof niet dat huisdieren een uitgesproken mening over hun naam hebben. Hoewel, soms zie je zo’n mijn-kat-is-kwijtposter hangen en dan heet dat beest Minoes. Of Blackie, als-ie zwart is. Dan zou ik geloof ik ook weglopen. Toppie vind ik wel leuk gevonden, vooral omdat het nogal ordinair klinkt terwijl mijn buurvrouw vrij chic is en Toppie zelf eigenlijk ook.

 

 

 

Dit was een stukje in de rubriek 5 minuten: vijf minuten blind tikken, een korte reflectie op het getikte, spel- en stijlfouten eruit en dat is dat.

[Meer van Klaas Knooihuizen op Klaasknooihuizen.nl, OOR, HP/De Tijd, Nieuwe Revu.]

5 responses

  1. En op de een of andere manier lees ik het stukje steeds als alsof ik een gesproken column hoor. Alsof Arnon Grunberg ‘m voorleest op de vpro-radio, die intonatie.

  2. Alle ellende omtrent de NS zijn bij lange na niet opgelost in al die jaren, zeker al niet met nieuwe dienstplanners, en in het begin van de 20ste eeuw stond er ooit in een weekblad (uit privacyredenen noem ik de naam hiervan liever niet) een verhaal met wel 80 redenen waarom men beter NOOIT meer in de trein kon stappen en mensen juist zo agressief maken!
    Aan deze treinergernissen heb ik er zelfs nog een aantal bijgevoegd daar ik al meer dan een kwart eeuw met de trein reis en mijzelf in meer dan 90% hier goed in herken. Deze lijst zal echter een zeer zodanige lengte hebben dat ik hem dus in twee delen vermeld en meer in eigen bewoordingen om het niet al te saai en eentonig te doen overkomen of als plagiaat. kinderspel is.
    Hieronder kunt u ongeveer 100 redenen bekijken waarom men vaak beter treinen kan mijden en misschien herkent u zich hier eveneens als treinreiziger in:

    1. Een onderzoek toont aan dat u in de spits 48% tot 50% kans heeft op vertragingen (daarbuiten nog altijd 20% tot 25% de kans heeft om te laat te komen).
    2. Door die vertragingen bestaat het gevaar dat u ook een aansluitende verbinding mist.
    3. Zelfs de NS-bestuurdersvoorzitters zijn van mening dat er op korte termijn geen enkele verbeteringen zijn te verwachten voor ons aftandse en uitgeleefde spoorwegennet.
    4. Gemiddeld springen er ieder jaar ongeveer 200 personen voor de trein. Volgens ervaren reizigers, conducteurs en andere ervaringsdeskundigen is dat bepaald geen prettig gezicht en dat levert daarnaast minimaal een vertraging van 1,5 uur op.
    5. Door de hoge prijs van een treinkaart zijn carpoolen inmiddels een zeer aantrekkelijk alternatief.
    6. Uw trein kan plotseling -vaak minuten lang- stil komen te staan en zonder dat u zelfs te horen krijgt wat er aan de hand is.
    7. De koffie in de trein (als deze nog wordt geserveerd) en in de restauratie is in veel gevallen nog steeds niet te drinken.
    8. In de treinen stinkt het vaak naar zweet, poep, braaksel, volle luiers, soms tabaksrook van asociale rokers en andere onbestendigheid.
    9. Irritante mobiele telefoons, apps en dito gebruikers zijn nog steeds niet verboden in de trein.
    10. Blikkerige housebeats en scheurende hardrock-gitaren kunnen vaak via andermans oeihard knallende walkmans of smartphones uw gemoedstoestand negatief beïnvloeden. De top-10 van de meest gehate nummers stonden inmiddels gepubliceerd op het internet. Het nummer ‘I’m A Barbie Girl’ van Aqua stond met stip op 1.
    11. Er zijn nog steeds mensen die denken dat ze alleen in de trein zitten en daar vaak ook naar handelen.
    12. Invaliden moeten vaak door de afschaffing van de perronhulp straks gewoon alleen (eventueel met uw welwillende hulp) in de trein zien te komen.
    13. Door het vertrek van Lovers van de rails heeft het duidelijk gemaakt dat een grote bek in het spoor-land het vaker wint van betere service en kwaliteit.
    14. De stationsrestauratie (mits deze nog bestaat) blijkt op sommige plaatsten bijna een soort opvangcentrum voor daklozen, zwerfjongeren en junks.
    15. Door de onstuimige groei van de NS (steeds meer passagiers en steeds minder zitplaatsen) kampt deze vaak met een groot tekort aan treinstellen en vaker passagiers op overvolle perrons moet achterlaten. Door de enorme drukte kunnen veel passagiers vaak niet op tijd de deuren bereiken.
    16. Door de capaciteitsproblemen van de NS zet deze echt alles in wat maar kan rijden: de nood is soms zo hoog dat men zelfs af en toe treinen uit de jaren ’60 van stal haalt. Voor uw goede geld (op uw OV-chipkaart) kunt u daar eveneens in terechtkomen.
    17. Het gevaar bestaat dat u soms dreigt in elkaar te worden geslagen door agressieve en/of gefrustreerde medereizigers en u loopt de kans gearresteerd te worden als u hetzelfde gaat doen.
    18. Met een beetje pech behoort u tot de 10% of meer (opgegeven door de NS) die tijdens de spits meestal geen zitplaats vind.
    19. Uw trommelvliezen kunnen het begeven door de automatische fluit van de conducteur als hij/zij deze laat afgaan (bij een volgepropte dubbeldekker kunt u vlakbij de deur ook in de verdrukking staan).
    20. Soms zijn er ook treinen, hoewel het onwaarschijnlijk lijkt, die TE VROEG vertrekken.
    21. Geregeld staan er op informatieborden onjuiste informatie.
    22. Een onderzoek toont aan dat het percentage vertragingen in de herfst en winter meestal het hoogste is (door weersomstandigheden en deze zijn helaas al sinds de oprichting van de NS hetzelfde).
    23. Het is soms veel te warm of te koud in de treinen.
    24. Als de ramen in de coupé tegen elkaar open staan dan kunt u wegwaaien oftewel verkouden worden.
    25. U komt soms voor vertrek tot de ontdekking dat de kaartjesautomaat of anders de OV-chipkaartlezer wederom buiten gebruik is.
    26. U kunt met papiergeld niet in een automaat terecht en maar één kaartje tegelijk kopen (en komt zo lang in de rij te staan).
    27. Vaak staan er te weinig kaartjesautomaten en loketten opgesteld op de perrons.
    28. In de buurt van het station zijn er zelden in de buurt voldoende parkeerplaatsen.
    29. U wordt geregeld als vee vervoerd – vrijwillig tegen elkaar aangeplakt voor veel geld – in de ochtend- of avondspits.
    30. Vaak bestaat het gevaar dat u uit het bagagerek een koffer op uw hoofd krijgt of, door alle consternatie die treinreizen met zich meebrengen, uw eigen exemplaar vergeet.
    31. Wc’s zijn soms in de trein en op de stations op zijn zachts gezegd heel smerig.
    32. Het kabinet is met grote meerderheid tegen de privatisering van de monopolistische NS en acht een beursgang niet noodzakelijk, waardoor de ellende in de trein alleen verder zal toenemen.
    33. Het risico bestaat dat u eventueel vertrapt, dan wel doodgedrukt, wordt bij het in- en uitstappen.
    34. Het tocht of waait altijd op de perrons.
    35. Bij de loketten blijkt u soms in de verkeerde (of langzame) rij te staan.
    36. U kunt helaas lang niet altijd met bij het NS-loket met uw pinpas of chipknip betalen waardoor u extra lang in een rij moet wachten, terwijl uw trein juist wel op tijd vertrekt.
    37. Er is een mogelijkheid dat u in een zojuist afgekoppeld treinstel zit zonder te weten dat deze op het station achterblijft omdat dit niet of nauwelijks wordt opgeroepen of slecht is te verstaan.
    38. In de spits kunt u soms na een treinreis uw kleren direct naar een stomerij brengen.
    39. U kunt soms met blauwe schenen de trein verlaten als u kiest voor de (bijna) altijd krappe vier-zitsbankjes (en uw overbuurman/overbuurvrouw zijn of haar benen strekt).
    40. Omvallende fietsen op het balkon kunnen een aanslag op uw gezondheid en mobiliteit plegen.
    41. Door de gemorste hete koffie of thee van uw buurman of buurvrouw in de trein kunt u tweedegraads brandwonden oplopen.
    42. De speciale aanbieding bij de ruiltender is bijna altijd hetzelfde.
    43. De meeste stoptreinen rijden op sommige dagen buiten de spits meestal maar één keer.
    44. Bij te weinig zitplaatsen mag u niet automatisch in de 1ste klas coup plaats nemen.
    45. Door het blauwe licht op sommige stationstoiletten ziet u vaak geen hand voor ogen.
    46. Bij een stremming wordt u met bussen vervoerd en krijgt dan vaak geen restitutie (terwijl u wel degelijk betaald heeft voor een treinreis).
    47. Als excuus voor het ongemak ontvangt u één consumptiebon, goed voor één kop van die slappe koffie.
    48. De kans bestaat dat u uiteindelijk ergens anders aankomt dan de borden op het perron aangeven.
    49. U kunt treinpersoneel en railtenders aantreffen die voor NS-begrippen ongekend grappig denken te zijn (hetgeen weer funest kan zijn voor uw ochtendhumeur).
    50. Bij regen bestaat de kans dat een paraplu uit een bagagerek valt en zo uw oog doorboort.
    51. Treinreizen in de spits werkt vaak stressbevorderend en kan hierdoor hierdoor hartklachten en ademnood en ander lichamelijk letsel veroorzaken.
    52. De kans bestaat dat uw buurman of buurvrouw iets te fanatiek in de weer is geweest met de knoflookpers.
    53. Corpsballen en andere studentikoze types gebruiken de trein als vervoermiddel nadat ze een drankgala of andere alcoholistische bijeenkomst hebben bijgewoond.
    54. Sommige mensen zetten de trein in als vervoermiddel bij een verhuizing zodat u tussen de lampenkappen en de kamerplanten kunt komen te zitten.
    55. Lopen in een rijdende trein kan een slingerende en levensbedreigende gebeurtenis zijn, zeker als de trein onverwachts moet remmen.
    56. U ziet bijna nooit blije gezichten in de stations, op de perrons of in de treinen.
    57. In een dieseltrein kunt u stil komen te staan als de brandstof op is.
    58. Een jaartrajectkaart voor alle gezinsleden kost haast bijna net zoveel als een kleine middenklasser.
    59. Bacillen en ziektekiemen van allerlei aard hebben vrij spel in de coupés en op de volgepakte perrons.
    60. Kadans en schommelingen maken schrijven en lezen in de trein vrijwel onmogelijk.
    61. De minister van Verkeer en Waterstaat gaat zelf ook veel liever met de auto.
    62. Rekeningrijden, files en verhoogde benzineprijzen wegen niet op tegen de vrijheid die u in uw auto heeft.
    63. Voorlichters van de NS zeggen meestal dat alles reuze meevalt terwijl vaak het tegendeel waar is.
    64. Een kaartje kopen bij de conducteur is veel duurder dan bij het loket of een kaartjesautomaat, mits deze er nog zijn.
    65. U moet goed uitkijken dat dat u niet door rondrijdend materieel wordt aangereden op het perron.
    66. U loopt het risico dat uw geparkeerde fiets waarschijnlijk is vernield of gestolen bij uw terugkomst op het station.
    67. De rijwielstalling is meestal niet open tot de laatste trein vertrekt.
    68. De NS wil loketten gaan sluiten en wil in de toekomst alleen kaartjesautomaten en OV-chipkaartlezers inzetten (nota benen om de serviceverlenging te kunnen vergroten).
    69. Treinpersoneel weet bij storingen vaak zelf niet eens wat er aan de hand is.
    70. Bijna 600 keer per jaar moeten treinen stoppen omdat er een koe, paard of schaap op de rails staat.
    71. De gratis kranten Spits en Metro hebben de coupé in één grote oud-papierbak (en oud papier is, zo u weet, bijna niets meer waard) veranderd.
    72. De klantvriendelijkheid van overbelaste loketmedewerkers is vaak beneden alle peil.
    73. Er zijn nog steeds binnenvaartschippers die geen koers kunnen houden en het zo voor elkaar krijgen om een spoorbrug te rammen.
    74. Er lopen nog steeds idioten in Nederland rond die het leuk vinden om een trein te doen ontsporen door voorwerpen op de rails te deponeren.
    75. Na het gebruik van de toiletten in de trein valt uw ontlasting tussen de rails wat op de stations geen prettig gezicht is.
    76. Via de vaak krakende intercom kunt u net het omroepbericht niet verstaan.
    77. Er zijn reizigers die niet het fatsoen hebben om anderen het eerst uit te laten stappen.
    78. Er wordt altijd en eeuwig geklaagd door treinreizigers.
    79. Als u op weg bent naar een groot overstapstation kan uw trein soms daar niet in omdat de perrons nog door andere treinen zijn bezet.
    80. Het openbaar vervoer zoals bussen en taxi’s is, op zijn zachts gezegd, bij veel stations slecht geregeld of een complete chaos.
    81. Soms kunt u nergens in of buiten de stations schuilen voor slecht weer.
    82. Boemellijnen zijn meestal grotendeels enkelsporig zodat, als een boemeltrein vertraging heeft, uw trein op een station minuten lang moet wachten tot de vertraagde trein is gepasseerd.
    83. Sommige spoorbruggen zijn nog enkelsporig wat de doorstroom van treinen weer belemmerd.
    84. Veel moderne stations zijn vaak koud, tochtig, vochtig en verschrikkelijk lelijk.
    85. Monumentale stations hebben meestal voor 50% a 75% een gemoderniseerd interieur, lijken zo net op saaie theatergebouwen, ze worden ingesloten door veel grotere moderne en lelijke kantoorgebouwen en hebben vaak zelfs een spoorwegennet dat nog uit de 19de eeuw dateert.
    86. Kleinere stations hebben meestal geen stationsgebouw meer en ze zien er meer uit als een bushalte met verhoogde stoep, hebben hooguit een kaartjesautomaat, weinig verlichting en een slechte plek om te schuilen.
    87. In sommige steden kunt u op weg naar het station dit haast niet vinden door gebrek aan of slechte richtingaangevers of omdat dichte begroeiing van bomen dit aan het zicht ontdekt.
    88. Als u uw (vouw)fiets meeneemt naar de trein of daaruit kunt u deze haast de trap in het station niet op of af krijgen omdat deze trappen geen fietsgleuf aan weerszijden bezitten.
    89. Liften en roltrappen in de stations zijn geregeld buiten werking door onderhoud of slechte weersomstandigheden.
    90. Vloeren in stations zijn bij sneeuw en zware regen meestal spekglad zodat u zo snel kunt uitglijden.
    91. Sommige grote stations zien er van binnen meer uit als een enorme supermarkt of een winkelstraat waar u snel de weg kwijtraakt.
    92. De ruimte buiten de stations is enorm krap waardoor er gevaarlijke verkeerssituaties kunnen ontstaan voor treinreizigers e.a.
    93. Tijdens de spits is het zo reusachtig druk dat u bijna het risico loopt een trein te missen.
    94. Buiten de spits, vooral ’s avonds, zijn stations en perrons zo verlaten dat dit een zeer onveilig gevoel geeft als u op een (vertraagde) trein wacht.
    95. Treinen stoppen op grote overstapstations vaak veel te ver van een voetgangerstunnel of -brug waardoor u supersnel moet terug lopen naar het station, aansluitingen mist of als een marathonloper moet gaan hardlopen om een trein te halen. Vaak is de trein niet eens te zien door de verre afstand en vooral als het perron ontzettend lang is.
    96. Stationsrestauraties zijn opgeheven door de enorme prijzen voor het eten daar vroeger bijvoorbeeld een kop soep 3,50 gulden kostte en daarna 3,50 euro zodat veel mensen dus de hoge prijzen niet meer wilden betalen.
    97. Stations trekken geregeld vandalen, zakkenrollers, zwervers, bedelaars, opdringerige krantenverkopers, junks en ander gespuis aan wat daar helemaal niet thuishoort.
    98. Soms wordt er opgeroepen dat een trein op een ander perron stopt dan u gewend bent en moet u zich weer haasten om bij het andere perron te komen en daarna wordt er weer opgeroepen dat het een vergissing is.
    99. Soms rijdt een trein veel te ver door op een overstapstation en mist zo de plek waar u op de trein wacht. U moet dan weer gaan hardlopen om de trein niet te missen en staan horden treinpassagiers met hetzelfde probleem u in de weg.
    100. Stations, zelfs de meest moderne, verpauperen enorm snel, worden erg slecht onderhouden en ze kosten zo kapitalen aan renovaties (zeker als het om vandalisme, urineren en graffiti gaat) en als deze worden uitgevoerd geeft dat voor u weer enorme overlast.
    101. Als u in een intercity vanuit een station vertrekt kan deze vertraging oplopen daar soms een stoptrein of een goederentrein voorrang krijgt en deze zijn veel trager dan intercity’s.
    102. Vertragingen ontstaan ook daar er dwaze personen langs en op het spoor lopen die het gevaar van treinen onderschatten en machinisten zo schrik aanjagen.
    103. Als u wel op tijd in een overstapstation arriveert en aan de overkant van het perron uw aansluitende trein denkt te halen rijdt deze soms pal voor uw neus weg.
    104. Treinen vallen soms uit of lopen vertragingen op doorweersomstandigheden zoals sneeuwbuien, ijzel, zware regenbuien, felle zomerhitte of blikseminslag maar ook door
    wissel-, sein, overweg- en computerstoringen, kapotte bovenleidingen of defecte spoorwegovergangen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *