Sterker dan hoofdluis

Toen ik op de lagere school zat kwam er ieder jaar een soort verpleegster langs die onze haren doorkamde op zoek naar hoofdluizen. Of ze ooit iets vond kan ik me niet herinneren, in ieder geval niet bij mij. Omdat ik er sindsdien nooit meer iets overgehoord had, dacht ik gemakshalve dat de beestjes wel uitgestorven zouden zijn. Kennelijk is dat niet het geval, want gisteren zag ik op tv een reclame voor een middel tegen hoofdluis en ik neem aan dat het bedrijfsleven [nog?] geen middelen probeert te verkopen ter bestrijding van levensvormen die in het geheel niet bestaan.

Wat me vooral opviel was de ‘slogan’ waarmee de fabrikant meent het product, waarvan de naam me inmiddels al weer ontschoten is, te moeten aanprijzen: ‘Sterker dan hoofdluis’. Dat zinnetje vond ik een misser, want dat het ‘sterker dan hoofdluis’ is lijkt me toch wel het minste wat je van een middel ter bestrijding van hoofdluis mag verwachten. Zonder die eigenschap zou het gebruiken ervan immers zinloos zijn. Verder leek het me nogal aanmatigend om opschepperig te gaan zitten doen omdat je iets hebt ontwikkeld dat sterker is dan een beestje dat maximaal slechts een paar millimeter groot wordt. Ik vind dat geen opmerkelijke prestatie. Mijn voeten – zowel het linker- als het rechterexemplaar – zijn bijvoorbeeld sterker dan een mier, maar hoor je mij daar ooit over?

Treuriger nog stemt de gedachte dat het bedrijf waarschijnlijk Veel Geld aan een reclamebureau heeft moeten betalen voor die slappe slagzin [slapzin?] die ze van mij gratis hadden kunnen krijgen. Want ik mag dan arbeidsongeschikt zijn, dat wil nog niet zeggen dat ik niet bereid ben af en toe een steentje bij te dragen aan de maatschappij. Heb ik niet enige jaren geleden na het consumeren van een fles Spa Citron de slogan ‘Spa Citron, frisdrank van het zuiverste water!’ bedacht en deze voor niets aan de firma Spa aangeboden? Nou dan. Ze hebben hem niet gebruikt, maar wie weet wat de toekomst brengt.

6 responses

  1. Misschien loopt de hoofdluisindustrie nog een beetje achter. Net als youtube: wordt langzaam populairder, en dan valt het normale mensen op die zich dan afvragen “Waarom kijken anderhalf miljoen mensen naar een of ander meisje die in een auto verteld over hoe verwarrend haar dag is als ze ook naar dure tvpdroducties kunnen kijken.” Misschien dat vorig jaar de beste antihoofdluisreclame een slogan had als “Deze ruikt niet naar poep.” of “Eindelijk! Een beter alternatief dan je kaalscheren!”
    Wat ik me dan afvraag is, hoe is de antihoofdluisindustrie populairder geworden? Komt het vaker voor? Is er een bubble?

  2. Als vader van een lagereschoolkind weet ik dat het nog steeds een hot item is, de hoofdluis. Er heerst momenteel een luizenpandemie van epische proporties. Mijn kinderen zijn er nog niet door besmet, vermoedelijk doordat wij niet zo hygiënisch zijn (daar houden ze niet van, die luizen). Maar ouders die normaal zo biologisch verantwoord zijn als zuurdesem ledigen nu driftig flessen puur vergif boven hun eigen hoofd en dat van hun kinderen. De school is inmiddels in tweeën gedeeld. Aan de ene kant zitten de luizenkinderen, aan de andere kant de luisvrije. De luizenkinderen krijgen allemaal een gele luis op hun shirt gespeld, zodat ze makkelijk te herkennen zijn.

    Nog een aardig weetje: de neten, zoals luizeneitjes heten, schijnen helemaal niet te jeuken. Terwijl de uitdrukking ‘dat jeukt als de neten’ is.

    Nu ik dit schrijf begint het trouwens te jeuken op mijn hoofd dat het een aard heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *