Hier doe je het voor

Om kwart over zeven stond ik met mijn zoon op de parkeerplaats van SV Zwolle. We waren de eerste. Het miezerde. Daar kwam de boomlange A. met zijn zoontjes aan lopen. Hij trok een blikje energy-drink van een of ander huismerk open. Even later kwamen ook de andere vaders met kinderen de parkeerplaats op. We gingen naar Lelystad ’67. Het was het tweede competitieduel van de F5. Daarvoor hadden we nog twee bekerduels gespeeld. De allereerste wedstrijd hadden we gewonnen. Een bloedstollend 4-5, uit tegen de F’jes van Dalfsen. Een week later verloren we thuis met 7-4 van een meisjesteam. En weer twee weken later verloren we met 10-1 van de F3 van SV Zwolle (volgens de officiële cijfers zelfs met 12-1).

Lelystad beloofde een eenvoudiger tegenstander te worden. Die hadden de week ervoor met 7-4 verloren, als ik het goed had gezien. Ik had het niet goed gezien, zo bleek later. Ze hadden met 2-1 verloren.

Onderweg geselden striemende regenbuien onze auto’s. Daar reden we, door een troosteloos polderlandschap. De sfeer was goed in de auto waarin ik zat. Twee vaders en vijf jongetjes die ‘je bent zo sexy als je danst’ zongen. En elke keer begonnen te juichen als ze een trein zagen. De tegenstanders werden alvast voor loser uitgescholden.

De losers stonden wat lacherig langs de lijn toen ze hun tegenstanders zagen. Die waren gemiddeld een kop kleiner.

Desondanks waren de eerste drie minuten van ons. We speelden uitsluitend op de helft van de tegenstander. We sleepten er zelfs een corner uit, maar de scheids deed alsof zijn neus bloedde. Bovendien liep hij doodleuk tijdens het scheidsen te coachen. Schaamteloze thuisfluiter. Pas toen het 9-0 voor Lelystad stond, begon hij wat mededogen te tonen. Dit in tegenstelling tot de spelers.

Toen er nog niet gescoord was en de bal zich voor het eerst in de buurt van onze goal begaf, werd ik opgeschrikt door een luidruchtig geschreeuw naast mij. Het was de vader van U. Voorheen werd U. vergezeld door zijn opa, nu was zijn hele familie mee. En met name zijn vader bleek van het fanatieke soort. “NAAR VOREN!”, schreeuwde hij. “TRAP DIE BAL NAAR VOREN!! AFSPELEN. AFSPELEN. NAAR VOREN. BLIJF DAAR NIET ZO STAAN. NAAR VOREN!!!’ En dat dan de hele tijd door. Met een Indiase tongval.

Ik had niet het idee dat het hielp. Sterker nog, het leek juist averechts te werken. Bovendien verziekte het mijn kijkplezier. Al was het maar omdat ik het vervelend vond dat mijn zoon op deze manier toegeschreeuwd werd. Al snel stond het 1-0 voor Lelystad. En daarna 2-0. En 3-0. En hoe meer tegendoelpunten er vielen, hoe meer de vader van U. zich opwond. Ik vond dat ik er wat van moest zeggen. En voor ik het zelf door had, zei ik het ook. Of hij wat rustiger aan kon doen. “Hoezo”, zei hij. “Ik ben toch gewoon aan het aanmoedigen!?” Er volgde nog een korte discussie over de wat mij betreft vrij duidelijke grens tussen aanmoedigen en uitkafferen. Hij was daarna wel wat rustiger. De opa van U. kwam nog uitleggen dat U. vorig jaar al bij de F’jes zat. Hij was als het ware blijven zitten. In mijn hoofd begreep ik wel wat daar de oorzaak van was.

Het bleef doelpunten voor Lelystad regenen. Mijn zoon pakte nog wel wat ballen af van de tegenstander, ook al waren ze een kop groter. Hij is zich aan het ontwikkelen tot een waar kuitenbijtertje. Voor niemand bang. Type Davids. Ik zie een grote toekomst voor ‘m in ’t verschiet. En ook al was het inmiddels 14-0 voor Lelystad, hij bleef monter door gaan.

Uiteindelijk werd het 17-0. Daarna werden er nog traditiegetrouw penalty’s genomen. L., die keepte, kreeg de allerlaatste bal van de wedstrijd vol in zijn gezicht. Huilen. Daarna in de auto. De stemming zat er al snel weer in.

Hier doe je het toch voor.

2 responses

  1. Van de zomer las ik geheel toevallig, Lelystad van Joris van Casteren. Leuk boek. Maar het biedt ook een inkijkje in hoe de bevolking van die stad tot stand kwam. Er zaten nogal wat, uh, lastige mensen bij. Van Casteren heeft met het boek kennelijk op nogal wat (bestuurlijke en ambtelijke) teentjes getrapt, maar da’s weer een ander verhaal. Wat ik zeggen wou, geen wonder dat zoiets twee generaties later een lastige tegenstander op het veld kan opleveren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *