Baard (2)

Mijn baard dus. Negen maanden staat hij nu. Of moet ik zeggen ‘hangen’? Wat doet zo’n ding eigenlijk?

Mijn snor, die staat. In twee krullen levert hij het bewijs dat symmetrie niet perfect hoeft te zijn. Tenminste: dat hoop ik dan maar als ik de borstelige haren ‘s morgens vloekend tot de orde probeer te roepen met een pommade van het illustere merk Suavecito. Suavecito. Het product waar in de jaren ’30 al, menig mafiabaas zijn haren even strak mee naar achteren trok als het wurgkoord om de keel van zijn slachtoffers.

Enfin. Heeft het mijn leven veranderd? Natuurlijk. Zelf ben ik nu pas content over mijn gezicht. Ik weet: iedereen is mooi en ware schoonheid zit van binnen. Maar als ik oude foto’s van mezelf bekijk, zie ik toch vooral een blote-konten-gezicht. Zelfs met het would-be-hippe weekendbaardje dat jarenlang op mijn kin ronddwarrelde. Het had toch een te hoog ‘wat-wilt-ge-nu-gehalte’.

Het huidige oerbos, dat is overduidelijk een keuze. ‘Wat jullie ervan vinden, interesseert mij geen fuck’. Dat straal ik volgens kenners uit. En ik geef ze onmiddellijk gelijk. Volgens anderen heb ik nu een karakterkop, en sommigen vinden dat het mij minstens 20 jaar ouder maakt. Twintig jaar? En ik ben verdomme al 45!

Lange tijd weigerde ik het dan ook te geloven. Het gevaarte mag dan grijs-neigend-naar-wit zijn, maar mijn  ringen dan, mijn petje, mijn zwarte kleren en rode converts? Dat is toch geen ensemble voor een pensionado?  Helaas is de werkelijkheid weerbarstiger dan een antieke spiegel.

Zo checkte ik in bij een hotel en betaalde met bankkaart. Daar staat mijn zoontje van vijf op afgebeeld. ‘Aaaah..’, sprak het jonge ding achter de balie. ‘Is dat uw kleinzoon?’ Ze keek onder welke stapel papieren ze met een vuurrood hoofd kon wegkruipen toen ik aanving te schateren. Ik heb eens hetzelfde meegemaakt met een jonge vrouw die niet zwanger bleek te zijn.

Inschattingsfoutjes dus. Optisch bedrog zelfs, ingegeven door de dodelijke combinatie van vriendelijkheid en overmoed.

Maar toch. De laatste tijd merk ik dat men opvallend vaak stopt als ik de straat wil oversteken. Er wordt zelfs geremd. De teleurstelling van de bestuurders in kwestie is bijna tastbaar, als ik vervolgens té vlotjes de zebra over wandel, en eindigt in een giftige tuut als ik met een kwiek huppeltje op het trottoir spring.

Het zal door mijn pijp komen.

8 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *