Labels

Als meisje krijg je geregeld ‘wat zie je er lief uit!’ te horen als je weer eens een schattig jurkje met leuke laarsjes hebt aangekregen van je ouders. Mijn dochter was er niet van gediend. “Ik ben niet lief!”, riep mijn dochter boos als je dat tegen haar zei. “Wat ben je dan wel?”, vroegen wij dan. “Gewoon L.”, zei ze eerst. Later zei ze: “Ik ben niet lief, ik ben stoer.” En dan op zo’n manier dat je het wel uit je onnadenkende hoofd liet om haar ooit nog eens lief te noemen.

Jurkjes draagt ze niet. Het liefst draagt ze een rokje met een T-shirt. Die meestal zuurstokkleurtjes hebben zodat ze er toch weer superlief uitziet. Maar doet er niet toe. En het is ook niet dat ze nooit speelt met typisch meisjesspeelgoed. Integendeel. Ze kan uren met haar My Little Pony’s spelen. En ze is constant in de weer met kleine tasjes en opbergdoosjes waarin ze alles verzamelt wat ze tegenkomt. En ze heeft een roze handtasje waar ze een roze poedel in draagt.

Maar noem haar niet lief.

In de serie Angels of America speelt Al Pacino de rabiaat rechtse advocaat Roy Cohn die aan aids lijdt. Wanneer hij de diagnose van zijn dokter te horen krijgt, wil hij dat niemand het te weten komt. Want aids is voor drugsverslaafden en homo’s. En hij is geen homo. “I am a heterosexual man who fucks around with guys”, zegt Cohn. Woorden en labels zijn niets meer dan handvatten voor de maatschappij om te kunnen zien waar je staat in de voedselketen. En aangezien Roy Cohn, in tegenstelling tot homo’s, behoorlijk hoog staat in de voedselketen, is hij geen homo en heeft hij geen aids.

Dat mijn dochter er lief uit ziet en lieve dingen doet, betekent nog niet dat ze lief is.

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *