Tikibad

Dit is geen recensie van Boek, 256 Blz.

Geen van de vier Akoboekhandels had het meesterwerk op stok (ziet u wat ik hier doe?). “Maar we kunnen het wel voor u bestellen mijnheer”. Neen, toch maar niet. Van de week bij toeval langs een Kwaliteitsboekhandel voor een puntenslijper voor dochterlief. De puntenslijper en gummenhoek was ingewisseld voor een kek Italiaans design koffiemachien. Maar Boek, dat bleken ze te hebben!

Geluidswal. Gegil en ruisend water versmolten, een echte geluidswal, zo overdadig aanwezig dat hoogtepunten in geluid smoren. Af en toe klinkt een soort misthoorn. Even later stromen de opgewonden kinderen toe. Nog een misthoorn. Zoonlief heeft zijn plaats in de impactzone ingenomen en straalt. Voor mijn neus begint het te golven. De geluidswal wordt nog wat sterker en overal beweegt water en bewegen mensen. Het lijken wel de miertjes die meedrijven op de vloedgolven als ik het terras weer eens onder water zet om van die schaamteloze ondergravers af te komen. De badmeesters en juffen (het zijn echt geen meesteressen) laveren door de geluidswal door elkaar met een schril fluitje aan te spreken.

’Maar we kunnen dus niet naar mijn huis, en ik ook niet naar het jouwe, want ik heb myxomatose’ (…) Mijn opmerking deed haar werk: het konijn haalde haar hand weer van mijn schouder. ‘Het is al in een vergevorderd stadium,’vervolgde ik, aangemoedigd door haar gebaar. ‘Daarom drink ik ook zoveel, dat verdoofd de pijn.’

Grote verscheidenheid aan mensen. Ik moet af en toe op vier kinders letten dus mijn oog glijdt over alles wat voorbijkomt. Een prachtig gebouwde man, mooie torso. Bruin. Geblond haar. Klein en subtiel tatooetje. Een vuist in het gips ingepakt in een plastic zakje. Hoeveel grappen over een boksongeluk zal hij al over zich heen hebben gehad? Kinderen tot mensen in alle overgangen, soorten en maten. Een joch, geen grammetje vet te veel. Vijftien hooguit. Met een grote taoeage op zijn buik. Het lijkt wel een uitdijende schimmelvlek. Een prachtige neger. Krijgt het wel aan de stok met de badmeesters en juffen die allen nauwelijks de pubertijd lijken te zijn ontgroeid. Mannen wiens armen gewesleyd zijn, zwart van de tekeningen. Een schitterend rondborstige orientaalse. Ik twijfel, Turks, misschien wel Iraans? Ogen vol plezier, vol vuur. Af en toe een moment van herkenning en blij gezwaai van dochter of vriendinnetje.

Terwijl ik in gedachten met duizenden andere trotse onderpresteerders in kleur liep te marcheren over de Maliebaan, evenzoveel meisjes in rokjes met fantasiepanty’s eronder aan de kant van de weg om ons toe te juichen en coupons met korting voor een maaltijd bij de McDonald’s naar ons te gooien, had ik nog steeds geen eten

Even benen strekken. Zoveel uur zitten is zelfs met Het Boek in de schoot geen groots idee. Al vier keer ben ik bijna opgestaan om de benen te strekken om vervolgens weg te zinken in een moedeloze inertie in mijn wit-plastieken stoel om toch vooral verder te lezen. Vijf keer is scheepsrecht en ik overwin mezelf. Ik kom langs een soort reuze beslagkom met een gat in het midden. Van tijd tot tijd komt er een schaars gekleed mens met hoge snelheid ingeschoten die twee of drie rondjes maakt om vervolgens in het putje midden onderin te verdwijnen. Ik mis het mixer element waarmee ik de aardappels, groeten en vlees tot een amorfe hap weet te prakken een beetje. De muur van geluid is overal.

In mijn woonkamer was het zeventieneneenhalvegraad. Wat een geluk dat mijn thermostaat tot op de halve graad ingesteld kon worden. Sommigen van mijn vrienden hebben zo’n ouderwetse thermostaat met een analoge draaiknop waarbij je nooit weet of het ding nou op twintig of eenentwintig graden staat. Uiteindelijk krijg je het dan zo warm van het steeds opstaan van de bank om aan de thermostaatknop te draaien, dat je temperatuurbeleving compleet in de war is en je de knop op achttien graden moet zetten om het twintig graden te laten lijken.

De lucht is zwanger. Niet van geuren, die worden vakkundig afgeblazen en vervangen door een Vinexeur. Neen, het is dertig graden, luchtvochtigheid totaal. Elke porie is nat. Achter me turen door het net niet beslagen raam een stel Duitse toeristen het bad van mijn jeugd in. Kijkend naar alles dat beweegt en lawaai maakt. Maar de zware deken van de lucht binnenin krijgen ze niet mee. Net als in natuurdocumentaires over Tropenwouden. De zware warme deken, daar overigens wel met wilde geuren, is niet te vatten in beeld. Aan de andere kant van het bad zit een moeder te kijken naar haar dochter. Van top tot teen in meerdere lagen zwart. “Gelukkig is je Ramadan weer voorbij” denk ik dan maar.

217 Bladzijden. Tijd om te gaan. Vakantie is voorbij. Kut, Boek net niet uit.

4 responses

      • Ja, dat is het Tikibad waar Oxysept naar toe gaat om de verbouwing te ontvluchten en waar hij terecht komt in een lawaaihel van gillende kinderen en dat hij gek ervan wordt en een extra chocoladdereep opeet die hij eerst niet wilde maar moest kopen van de kassière en dat hij daar ziek van wordt en op het EHBO belandt en… #SPOILERALERT!!!!

  1. OZ, als ik google op Oxysept en tikibad dan krijg ik alleen maar links naar Levensvloeistof (blijkt bij nadere inspectie met bril op lenzenvloeistof te zijn, levensvloeistof en Oxysept vond ik al wat raar). Heb jij een linkje?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *