Lunchgarden

In België is het een begrip, dit zelfbedieningsrestaurant bij tankstations en warenhuizen. Zoiets als in Nederland Van der Valk, met dezelfde uitgedroogde beenham, kwakkelfriet en doorgekookte groenten. Hoewel. Het blijft België, het culinaire Walhalla van het tot hiertoe aan ons bekende universum. Dus is er wel Trappist, Bourgogne en zelfs cava te krijgen. En mosselen, veel mosselen. Daar kun je nu eenmaal niks aan verprutsen, en dat doen ze dan ook niet. Al wil ik dat bij Van der Valk nog zien gebeuren.

‘Culinair walhalla’ is wel een rekbaar begrip. Want aan de kassa staan rijen Belgen met slappe witloof op hun bord, die ‘s avonds gniffelen als bij een kookprogramma iemand niet weet hoe hij coquilles moet openen.

Wat zit er nu allemaal? Door de ligging bij uitvalswegen, bevinden zich er rond dit middaguur veel vertegenwoordigers. Tegenover mij zijn er een paar gelaten  bezig met vergaderen achter een portie spaghetti waarvan ik het al dente-gehalte niet wil weten. Dat geldt ook voor het materiaal waar het gehakt van gemaakt is trouwens. Een juffrouw die zomaar advocate zou kunnen zijn, zucht herhaaldelijk aan het tafeltje naast mij. Of dat door de merkwaardige kleur van haar Cafe Latte komt, of door de stapel dossiers is niet duidelijk.

Verder is er wat winkelend publiek -een tweetal kinderen proberen de speelhoek te verbouwen terwijl hun ouders in hun vol-au-vent roeren in een wanhopige poging  om wat vlees te ontdekken- en ouderen, veel  ouderen.

De Lunchgarden lijkt een laatste toevluchtsoord voor iedereen met grijs haar, vals gebit en een broek van Terlenka. ‘Culinair walhalla’ is het in dit geval letterlijk, want een man op pantoffels hoest zo hard dat ik vrees dat het zijn Laatste Avondmaal is. Ook eenzame dames op leeft, bij wie de kleur van hun permanent peefect matcht met hun nepgoud, schuifelen met hun eetkarretje langs de koeltoog met waterige tomate-crevettes. Tuk op het weekmenu en wat aanspraak.

Terwijl ik me aan mijn eigen denigrerende epistel zit te verlustigen en grinnik om een paar mooie onliners die de Lunchgarden en al zijn bezoekers tot het einde der dagen belachelijk moeten maken, vraagt een oude heer of hij met zijn madam aan mijn tafeltje mag zitten.

Fragiel tilt hij twee dienbladen met mosselen van zijn eetkarretje, dat tegelijkertijd zijn madam overeind houdt. Ik mag hangen als hier de rollator niet is uitgevonden. Zij laat zich op de plastic stoel vallen, en hij schenkt een Bergerac in, die ik nog ken uit een wijngids.

Dan beginnen ze aan hun mosselen. Ze genieten zichtbaar en schenken elkaar verliefde blikken. Hij strijkt teder over haar met met ouderdomsvlekken overdekte hand. Zij voert hem een mossel, geraffineerd geklemd in een schelp.

Wat ben ik toch een klootzak. Hier bij de Lunchgarden wil ik met mijn madam oud worden, beslis ik ter plekke.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *