Chinezen in Parijs

Ergens in een woud, diep in de Vogezen
Wonen twaalf slechtziende Chinezen
Ze leven daar door een speling van het lot
In een houten blokhut zonder slot

Het is alweer een hele tijd geleden
Dat zij hier aan kwamen gereden
Ik was net de ramen aan het lappen
Toen ik hen dat busje uit zag stappen

Ze liepen als een kip zonder kop
Het woud in, de grootste liep voorop
Ze maakten foto’s van alles om hen heen
En alles was belangrijk, naar het scheen

Ik deed mijn best ze af te luisteren, echt!
Helaas is mijn Chinees behoorlijk slecht
Maar zo nu en dan kon ik een woordje horen
Zo sprak er één over de Eiffeltoren

En een ander over de Champs Élyssées
En weer een ander over Musée d’Orsay
Dit was duidelijk niet zo maar voor de gein
Die Chinezen dachten in Parijs te zijn

Ze liepen verder, ik lapte mijn ramen
En zag hen die dag niet terug te samen
En ook de dag daarna en daarna weer
Bleven ze weg en zag ik hen niet meer

Ik maakte mij kortom ernstig zorgen
Tot er plots een voor me stond die morgen
In zijn beste Frans noemde hij mij monsigneur
Of ik de weg wist naar de Sacré Coeur

Ik heb hen toen maar in de waan gelaten
Dorstte niet over hun fout praten
Ik wees hen op een hagelwitte rotspartij
De twaalf Chinezen waren als kinderen zo bij

Ze vroegen of ik heel misschien
Nog wat meer Parijs kon laten zien
Ik zag een spar en zei: de Eiffeltoren
Je gelooft het niet, het kon hen zeer bekoren!

Ik nam hen naar het treinstationnetje mee
En zei, zie hier, Musée d’Orsay
Ik heb ze voor het bord met aankomsttijden gezet
L’Origine du Monde, zei ik, van Gustave Courbet

Inmiddels zijn ze hier alweer een jaar of zeven
Overduidelijk genietend van het goede leven
De bezienswaardigheden hebben ze wel gezien
De Sacré Coeur inmiddels zelfs een keer of tien

En ’s avonds als het donker wordt en koud
Gaan zij terug naar hun hutje in het woud
Daar drinken zij een glaasje wijn of twee
En soms drink ik er eentje met hen mee

Ik vraag mij wel eens af hoe lang ze blijven nog
Ergens worden zij wel gemist door iemand toch?
Maar ze blijven zitten waar ze zitten die Chinezen
Verknocht aan Parijs, lichtstad in de Vogezen

3 responses

  1. Dank Herr Molovitski voor weer een hilarisch moment.
    Vraagje: wordt dit door de pro’s als een alexandrijn nieuwe stijl gerekend? Mij komt het behoorlijk alexandrijnisch over (al tel ik geen 12 maar meestal maar 11 jambes, sorry resp 6 en 5 OFZO, maar ik las dat het bij alexandrijnen mag – afwijken van het aantal jambes – IS DAT ZO?? Please uitleg ik moet het weten, dit laat me niet meer los misschien weet iemand dat Rigo Reus misschien? Die weet altijd alles.)

  2. Annie Molovich G. Schmidt. Ja, leuk gedicht, erg leuk zelfs. Maar ik ben altijd jaloers geweest op de Gymnasiumklantjes en de mensen die Letteren gestudeerd hebben en dus alles weten over die Alexandrijnen, jambes en wat OZ nog meer noemde. Nee, sorry, ik weet niet alles. Maar het is wel een erg grappig gedicht, met misschien wel een vervolg in zich: gaan de Chinezen nog naar Giethoorn, Praag of Berlijn?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *