Gemier

We zaten in de tuin. De zon scheen, de kat joeg op een wiegend grassprietje, ik las een boek en de kinderen (inclusief buurmeisje) aten een boterham met smeerkaas. Mijn dochter zag een bij. In werkelijkheid zag ze een vlieg, maar ze zei: “Kijk, een bij.”
Ik keek en zag een vlieg. Het buurmeisje vertelde dat ze laatst een mier in haar bad had aangetroffen.
“Mieren zijn toch niet gevaarlijk”, zei mijn zoontje. “Pap, mieren zijn toch niet gevaarlijk?”
“Nee”, zei ik, “de meeste mieren zijn niet gevaarlijk. Alleen rode mieren een beetje. Die kunnen bijten.”
“O ja, rode mieren”, zei mijn zoontje.
Ik las verder en de eerstvolgende zin die ik las, was deze: “Over de vloer van de keuken lopen een paar vastberaden mieren langs de plint onder aan de keukenkastjes, om vervolgens weg te glippen in een kier in de hoek.”

Het ronduit schitterende ‘Alles wat vaststaat, verdampt’ gaat over de ramp in Tsjernobyl. Bovenstaande zin las ik op pagina 370. Voor die pagina was nog geen enkele mier in het boek voorgekomen. En ik vermoed dat er in de resterende 51 pagina’s ook geen mier meer ten tonele zal worden gevoerd. Voor zover ik kan beoordelen, hebben de mieren enkel een illustrerende functie. Wellicht vormt de eendimensionale vastberadenheid van de mieren een subtiel commentaar op het communistisch systeem dat op het punt staat in elkaar te klappen. Maar meer is het niet. De zin lijkt puur geschreven om mij deze toevalstreffer te doen laten beleven.

Je weet dat dit soort dingen vaker gebeuren. Ze vallen op omdat ze zo weinig voorkomen. En daarom zou je er geen enkele betekenis aan hoeven geven. Maar toch kom je er moeilijk van los. Ddt is het soort toeval dat geen enkele andere functie heeft dan mij van m’n stuk te laten brengen. Hetzelfde soort toeval dat ervoor kan zorgen dat er een windhaan van een kerk vliegt om honderdvijftig meter verderop in jouw oog te eindigen. Het soort toeval dat Marc Oraison, zo weet ik dankzij Rudy Kousbroeks boekje De Logologische Ruimte ‘de donder van God’ noemde. Nu heeft een windhaan in je oog verregaande gevolgen. Twee volstrekt onafhankelijk van elkaar staande zinnen die uitsluitend voor mij en voor niemand anders samenkomen, hebben dat niet. Maar de neiging om er iets groters in te ontdekken valt moeilijk te onderdrukken. Ik kan er alleen geen enkel teken in ontdekken dat ook maar van enige importantie zou kunnen zijn.

9 responses

  1. En nou ben ik nieuwsgierig hoe je bij dat boek “Alles wat vaststaat, verdampt” uit bent gekomen. Aangeraden, recensie gelezen, was iemand er lovend over?

  2. Recensie gelezen. En Tsjernobyl is voor mij jeugdsentiment. En ja, jeugdsentiment is een misplaatst woord in dit geval. Of een misplaatst gevoel.

  3. Nadat je vroeguh grootse thema’s behandelde, zoals ‘De bijbel volgens Molovich’, ben je tegenwoordig wel heel diametraal omgeslagen naar de ultra micro-kosmos van het familieleven in de achtertuin, met als logisch consewuente verdere (blik-)vernauwing nu ook oog voor de mier. Maak je verder nog iets anders mee ook eigenlijk, of openbaart de essentie het bestaan zich voor jou vandaag de dag via het kleine, en is dat genoeg?

  4. Zo nu en dan gebeurt er iets (was onlangs in New York, wil ik nog over schrijven), zo nu en dan zie ik iets (een tv-programmaatje of zo), zo nu en dan lees ik iets (een boek of zo) en zo nu en dan bedenk ik iets (een gedachte of zo), maar meestal gebeurt er inderdaad zo goed als niets en schrijf ik daar dan maar over. Overigens begon ik ooit met de bijbel lees sessies om altijd iets te schrijven te hebben. Misschien ga ik er weer eens mee beginnen. Ben bij de 10 geboden blijven steken.

  5. Ja, dat is het mooist: zowel het ene als het andere. Kleine obserbvaties en het grote perspectief, beide zetten onze dagelijkse, sleetse blik even aan het wankelen.

  6. “Toeval bestaat niet”: over deze zin kan ik minutenlang mijn hoofd breken en nog steeds niet begrijpen of het betekent dat toeval nou wel of niet bestaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *