Ziek

Ziek zijn, ik haat het. Gelukkig ben ik nooit. Normaal voel ik het van verre aankomen. Dan is het een kwestie van negeren, veel water drinken en mezelf ervan overtuigen dat het niet doorzet. Dat doet het ook nooit. Tot voor kort.

Het was een jaar of vijf geleden dat ik voor het laatst ziek was. Maar nu kon ik het niet meer negeren. Snot tot de nok, bij elke keer slikken alsof je een slok scheermesjes neemt, een diepe oorpijn en een timmerploeg in je voorhoofdholte. En het vervelende is: zodra je eraan toegeeft, geeft je lichaam het op en verhevigen de symptomen zich met een factor zesenhalf.

Sinds februari doe ik aan karate. Ik ben het gaan doen omdat ik nodig eens wat meer moest bewegen. Met name de warming-ups zijn zwaar. Zeker voor iemand die zich de afgelopen twintig jaar hooguit inspande om de trein te halen. Een paar weken geleden heb ik in een weekend alle tegels uit onze tuin gehaald en de aarde omgespit. De dag erna had ik mijn zwaarste warming-up ooit, waarbij ik o.a. op diverse manieren moest opdrukken. Voor veel mensen ongetwijfeld de normaalste zaak van de wereld, mijn trillende armen waren op een gegeven moment amper in staat mij omhoog te drukken. In drie dagen heb ik mij toen meer ingespannen dan de afgelopen twintig jaar bij elkaar.

Een week later moesten wij ons achterwaarts opdrukken. De handen steunend op de knieën van iemand die achter je push-ups deed. Het leek er verdacht veel op dat ik toen voor het eerst in mijn leven mijn triceps heb moeten aanspreken. Zelden zo’n spierpijn gehad. Diezelfde week werd ik ziek.

Mijn lichaam was gewend om alles op een laag pitje te doen. Op z’n janboerenfluitjes. Als er dan een virusje in aantocht was, kon mijn lichaam zijn reserves aanspreken om de vijandelijke indringer tegen te houden. Die werden dan luid gapend wakker, spanden zich even een dag of twee in, zodat ik al die tijd gewoon door kon gaan met mijn dagelijkse bezigheden, en dan was het gevaar wel weer geweken. De reserves konden terug naar hun hok, en mijn lichaam kuierde weer door in z’n eigen tempo.

Maar nu waren die reserves met hele anderen dingen bezig. Ze waren bezig mijn lichaam te helpen zich te herstellen van pijnen die het niet eerder had ervaren. Mijn lichaam wist niet wat hem overkwam.
“Kom op jongens”, zei mijn lichaam tegen zijn reserves, “er komt een griepje aan. Hou het tegen!”
“Rot op!”, zeiden mijn reserves, “zie je niet dat we andere dingen te doen hebben?”
“Maar ik wordt ziek!”, zei mijn lichaam, in lichte paniek nu.
“Doe dan ook godverdomme niet van die domme dingen”, zeiden mijn reserves.

Waarna mijn radeloze lichaam het opgaf en de naderende keel-, oor- en hoofdpijn de vrije loop liet. Met als gevolg dat ik twee dagen uit de running was. Inclusief zo’n wazige nacht waarin je alles eruit probeert te zweten. Ik was een koelkastverkoper in mijn koortsvisioenen. Het waren geen dromen, ik was duidelijk bij bewustzijn. Ik wist dat ik geen koelkast had, noch een klant om een koelkast aan te verkopen. Het enige wat ik had was een kussen. Daar was ik mij terdege van bewust. Toch was ik een koelkastverkoper. Er was geen ontkomen aan. Het maalde in eindeloze rondjes door mijn brein.

De volgende dag moest ik naar Amsterdam. De spierpijn was inmiddels weg. Mijn reserves trokken zich uitgeput terug. Het ging redelijk. Ik dronk liters thee. ’s Avonds, in de auto terug naar huis, voelde ik het griepje weer opkomen. Alles was voor niets geweest. Dacht ik. Maar die avond, zonder dat ik het door had, bleek dat zeurende gevoel van een slepend griepje ineens verdwenen. Het was al niet meer dan een vage herinnering.

Sporten, begin er niet aan.

6 responses

  1. Hee precies dezelfde ervaring hier! Die hele griepgolf langs me heen gegaan tijdens een bacchanale winter vol gif en snoep en luiheid, het moment dat ik denk “hee laat ik weer eens gezond doen” POEF. Keelpijn futloos en misere. Sporten gezond me hoela.

  2. Ik heb hetzelfde met zgn gezond eten. 3 vriendinnen verloren aan kanker, waarvan 2 verwoede vegetariërs cq ‘into health food’ en de hele mikmak. Eentje zoop wel als de kolere, dat zal het wel zijn, maar toch, als ik de resterende vriendinnen bekijk, dan valt het op: geen enkele gezondheidsfreak ertussen. Stuk voor stuk doodnormaal etende vrouwen. ‘Met mate’-types.
    PS: zelf ga ik stug door met het (would-be) gezondheidsfreak zijn, maar dat is uit nood geboren: als ík eet of drink zoals de rest van jullie val ik binnen 2 sec morsdood. Daar heb ik geen kanker voor nodig. Misschien is dát de uitleg wel. De van nature zwakkeren redden het enkel tot de volwassenheid door strikter te zijn dan de rest. Tot het niet meer opgaat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *