Hoe Oud Zeikwijf bijna in de boeien werd geslagen in De Nederlandsche Bank

DSC_0089

 

Eindelijk ving Oud Zeikwijf de tocht naar De Nederlandsche Bank aan om het prijzengeld van de Blogger des Vaderlands te halen.

Een ingelijst biljet van 1000 piek wilde zij. Maar na telefonisch overleg bleek zulks niet te worden gedrukt door de firma Joh. Enschedé. Waar de Joh. voor stond liet zich raden. De punt erachter deed haar denken aan die na de belettering “ORANJE-NASSAU.” boven de deur van de rijkskazerne aan de Sarphatistraat, waar menig jongeling van haar jeugdelijke kringen de keuring onderging.

“Dan maar 2 van 500” had ze besloten. Het zou een beetje proppen op de lijst zijn, maar wat was er aan te doen? Zelf een biljet van 1000 piek drukken mocht niet, en iets neps geven vond ze maar nep.

De procedure voor het binnen treden van het ietwat taps toelopende gevaarte op het Frederiksplein te Amsterdam is eens magistraal uit de doeken gedaan door collega blogger Oxysept. Dat gaan wij niet dunnetjes overdoen.

We volstaan met de kanttekening dat het ‘best iets heeft’, zo’n bezoek aan De Belangrijkste Bank der Nederlanden. Voor een vliegweigeraar zoals zij, was het elke keer een avontuur om haar identiteitsbewijs ter controle te overhandigen, haar bezittingen in de plastic bakken op de lopende band te doen en door het röntgenpoortje te worden uitgelezen. Het gaf haar een spannend gevoel van vliegvelden, douanes en verre reizen. Daar werd ze blij van. En als Oud Zeikwijf blij is, dan straalt ze dat ook uit.

Zeker nu ze 2 biljetten van 500 piek kwam halen.

Eenmaal door het poortje stond ze dus aan de geheime kant daarvan te stralen van blijdschap en grapjes te maken met de beambten.

“Hahaha hoe vervelend zou het zijn als er nu iets geks in mijn tas gevonden werd!”

“Mevrouw, er ís iets in uw tas.”

“VERDOMME! DE MESSEN!”

Zodra die arme man op die manier keek (bedremmeld, niet wetend wat hij met haar aan moest, want het was toch maar een ouwe lieve – blije – moeke), kwam de herinnering aan die 2 messen acuut bij haar binnen. 2 weken had ze die krengen heen en weer gedragen – van huis naar werk en van werk naar huis – zonder zich die maar een keertje te herinneren, maar nu, nu wist ze het weer. Ze had verdraaid 2 messen bij zich, verstopt onderin haar tas, bij de controle in De Nederlandsche Bank.

Een aantal van de pakweg 20 agenten die daar 24/7 in vol ornaat en wapenuitrusting posten spoedden zich naar de plaats delict. Oud Zeikwijf zuchtte. “Dit is typisch iets wat ik niet ga kunnen uitleggen” zei ze tegen zichzelf en tegen degene die haar betrapt had. Ze begon toch maar, met haar, als altijd, drukke stem en dito gebaren: “Ze komen uit thuis, uit de bestekla. Ik heb een heel klein huis met pubers dus is die la overvol. Zo’n 2 weken geleden kon ik er niet meer tegen. Al die messen vielen van hun vakje af zo vol was dat. Ik dacht: ik breng de oudste messen weg naar de zaak, daar gebruiken we ze wel voor het één of het andere…”

“U heeft een zaak?”

“Ik heb een zaak.”

“Waar is uw zaak?” (Zoals u inmiddels weet uit het verhaal van Oxysept gaat heel Nederland naar De Nederlandsche Bank op het Frederiksplein in Amsterdam, niet alleen de Amsterdammers).

“In Amsterdam.”

“Hoe heet uw zaak.”

[geeft naam van zaak]

“Ga door”

“Dus toen deed ik die 2 messen, u zult het zien als u ze daaruit haalt, het zijn 2 oude messen, en ook 2 stomme messen, ondingen zijn het, ik gebruik ze nooit, daarom wilde ik ze weg hebben, ik deed ze in mijn tas. Maar toen had ik ze in mijn tas en toen ben ik ze vergeten.”

Gelukkig had zij niet haar gebreide legging met hertenmotief aan noch een gekke pruik op, wat wel af en toe zo is, maar een zeer degelijke jas van vers gestoomd nep bont, haar parels met assortie pendants en verdikkeme nog aan toe de satijnen sjaal van wijlen oma Toune om de nek, die aan het geoefende oog tekenen van verval bloot gaf, maar in zijn algemeenheid toch iets sjieks over het geheel bracht. Dat allemaal kon je wegstrepen tegen die onverbiddelijke opstandige uitstraling.

Zij wist: “Dit ga ik niet redden. Het is het meest ongeloofwaardige verhaal dat dit stel braveriken ooit gehoord hebben. Ze gaan me ter plekke in de boeien slaan en naar het bureau afvoeren. Ik ben de rest van de dag kwijt aan bewijzen dat ik geen misdadiger ben, en nog minder een terrorist, en dat al het goud van De Nederlandsche Bank mij bij wijze van spreken gestolen kan worden.”

Het goud dat zich, as they spoke, onder hun voeten bevond. Heel het goud van NL. Of nagenoeg. Hoe de verhoudingen lagen was haar in de loop van opeenvolgende vasthouden aan en loslaten van de Gulden Standaard niet geheel duidelijk meer. Maar veel was het wel, en ze zou niet de eerste zijn die een poging had ondernomen zich wat van die weelde toe te eigenen, hoe omslachtig ook.

Gelach haalde haar uit haar rêverie. De agenten waren om het röntgenapparaat gaan staan en stonden te ginnegapen bij de aanblik van de 2 schuldigen die uit de tas tevoorschijn waren gekomen.

“Ver komt u er niet mee” kon de uitvoerder tussen 2 lachsalvo’s uitbrengen. En uw beteuterde Oud Zeikwijf werd, met haar 2 messen, de spelonken van De Nederlandsche Bank in gestuurd.

6 responses

  1. En dan te bedenken dat waar nu het afgrijselijk (van grijs) gedrocht staat voorheen een prachtige passage stond die weer het laatste overblijfsel van een Paleis van de Verbeelding (excuus: het Paleis van de Verbeelding) was. Met deze neerwaartse spiraal ben ik benieuwd welk monsterlijk gedrocht het Frederiksplein zal bezetten nadat het huidige Bankgebouw door een tasjeszwaaiende terreurmijnheer zal zijn opgeblazen.

    Fijn stuk inderdaad OZ. Eigenlijk zou je de winnaar ingelijst 2200 gulden moeten geven met als opdracht over zijn of haar reis naar het binnenste van de bank te bloggen. Dat moet Verniaanse proporties kunnen halen.

  2. Dankie.
    In die spelonken (de kassa) heb ik nog minutenlang (u weet inmiddels van Oxysept hoe lang de ingreep gemiddeld duurt), staan mijmeren over wat ik zou doen. Ik hád verdikkeme 2 messen bij me. In het holst van het heiligdom.
    Luid schreeuwend seppuku plegen leek me het beste.
    Maar ik ben Arnoud Pik a.k.a. Mijnheer Oud Zeikwijf niet, die aan guerillakunst doet. Dus hield ik me in.

  3. U moet weten dat, uit diepe eerbied en een beetje angst voor het legendarische relaas van Oxysept, zelf nooit durfde een verhaal over De Nederlandsche Bank te schrijven. Wie zei De Nederlandsche Bank zei immers Oxysept. En niet uit gebrek aan gelegenheid (ik ben wel 2 x/jaar in dat gebouw te vinden en ik kan u verzekeren dat het elke keer JEUKTE aan mijn schrijfzin). Ik was dan ook de hemel te rijk toen bovenstaande mij waarlijk gebeurde: eindelijk kon ik mij eraan wagen!

  4. Ha zoiets heb ik ook eens meegemaakg op de vluchthaven van Munchen! Ik stond een beetje schaapachtig om me heen te kijken, wachtend terwijl mijn rugtas door de rongtgenscanner ging. En dan werd mijn blik scherpgetrokken op de licht paniekerende blik van de beambte, die in het Duits nerveus haar collega riep, wijzend naar het scherm. En ik keek naar het scherm boven mij, die het zelfde weergaf, en werd herinnerd aan de levensechte replica van een mensenschedel die ik achteloos als souvenir had gekocht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *