In de schoone natuur

Van de week een voetje buitengezet. De lucht brak open, zonnestralen zouden mijn herstel bespoedigen. Met mijn filosofische vriendin A. uit L. er op uit. De grote plas was het doel.

Wijdsgebarend door een moerasbos. Eromheen rietlanden, veldjes, wandelaars, nog meer moerasbosjes. De filosofische lijnen van mijn gezelschap vervlechtten zich voortdurend tot windhoosjes terwijl we al struikelend over glibberige moerasbosboomstronken bewogen.

Uit het bos, de openheid van de rietlanden, graslanden en het eindeloze water. De grasvelden lagen bezaaid met drollen. Gek eigenlijk, de natuurliefhebbers leken wel uit twee variëteiten te bestaan. Identieke paren op identieke fietsen in identieke jassen. En middelbare mensen met hun hond. Ook al is correlatie geen causatie zullen de drollen wel van de fietsende paren afkomstig moeten zijn, die baasjes zijn veel te netjes om zoveel troep achter te laten.

We gingen door een hek heen. Vijf meter gras met water aan weerszijden en dan volgde een tweede hek. We stonden even stil bij het tweede hek. Voor ons strekte een ruw schiereiland uit, eindeloos in een stralend blauw luchttafereel. Op het water fiere kopjes. Het gras was zompig. Vol met drek. Ganzendrek, Schapendrek, Zwanendrek, Drek. Maar de vijf meter tussen de twee hekken: brandschoon! Nog geen konijnenkeuteltje.

Ware liefhebber van De Schoone Natuur, kent uw plaats. Vijf meter breed omgeven door hekken. Daar is uw plaats! Dat u het maar weet.

2 responses

  1. “Maar de vijf meter tussen de twee hekken: brandschoon! Nog geen konijnenkeuteltje.”: Wat gek! Die hekken zijn toch van het gangbare model (2 of 3 horizontale stangen)? Daar kan een konijn makkelijk onder door… Hoe zou het komen dat ze dat niet doen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *