De Bijbel | Met een kluitje in het riet

BIJBEL MOLOVICH

Zeven jaar geleden begon ik op Panzerfaust de Bijbel Lees Sessies. Dit is aflevering 22.

Waarom, zo dacht ik nadat ik Genesis had afgerond, zou God eigenlijk zo’n treiterkop zijn? Waarom maakt hij het Zijn creatie, die Hij met zoveel liefde op de wereld had gezet, zo moeilijk? Ik vermoed dat Hij de mens heeft gecreëerd om Zijn eigen eenzaamheid te bestrijden. Sommige mensen nemen een hond als ze eenzaam zijn, of halen een bruidje uit Rusland, God creëerde de mens.

De eeuwige tragiek van God is alleen dat Hij nooit deel kan uitmaken van Zijn creatie. De eeuwige buitenstaander. Hij heeft het geprobeerd door Zichzelf als Zijn Zoon op aarde te zetten, met als jammerlijk gevolg dat Hij aan het kruis genageld werd . De andere eeuwige tragiek van God is dat de mens Hem eigenlijk niet nodig heeft. God heeft juist de mens nodig, Hij moet aanbeden worden. Alleen door aanbeden te worden, wordt Hij bevestigd in Zijn bestaan. Maar omdat de mens heel goed zonder God kan, moet de mens er zo nu en dan op gewezen worden dat hij zijn lot niet in eigen handen heeft. En dat doe je niet door de mens een luizenleventje te geven. Want als de mens alles maar in de schoot geworpen krijgt, als hij niets hoeft te doen behalve te genieten van zijn bestaan, ja, dan is hij binnen mum van tijd vergeten aan wie hij dat allemaal te danken heeft. Alleen door de mensheid zo nu en dan met rampspoed te overspoelen, blijven ze aan je denken. En blijven ze je nodig hebben. En blijven ze je aanbidden. God is geen liefde, God is een schreeuw om liefde. Eén grote, oneindig langgerekte schreeuw. Hou me vast, schreeuwt God. Maar niemand kan Hem vasthouden.

Doch dit alles geheel en al terzijde. Waar waren we? Bij het tweede hoofdstuk van de Bijbel: Exodus, movement of Jah people. Nadat God aan Jacob en Jozef heeft beloofd dat zij een volk zullen voortbrengen dat groot in getal is, voegen hun nakomelingen de daad bij het woord:

De Israëliteten nu waren vruchtbaar en breidden zich snel uit; zij vermenigvuldigden zich en werden uitermate talrijk, zodat het land met hen vervuld werd. (Exod. 1:7)

Na verloop van tijd wordt de Farao die zo gesteld was op Jozef vervangen door een volgende Farao, die Jozef nooit gekend heeft. Deze ziet met lede ogen aan hoe de Israëlieten zich voortplanten als konijnen en talrijker worden dan de Egyptenaren, hij ziet zijn eigen volk morren, en begint zich af te vragen waar de loyaliteit van deze gastarbeiders ligt, mocht het bijvoorbeeld tot een oorlog komen. Hij begint de Israëlieten te onderdrukken door ze tot slavernij te dwingen. Dan gebeurt er iets interessants:

Hoe meer men hen onderdrukte, des te meer vermenigvuldigden zij zich en breidden zij zich uit, zodat men bevreesd werd voor de Israëlieten. (Exod. 1:12)

Zo zie je maar weer. Soms valt er niks anders doen dan je voort te planten. Juist als ze proberen je te bestrijden. Wellicht had de Farao er beter aan gedaan de Israëlieten te naturaliseren, hen niet te vrezen maar er juist voor te zorgen dat de Israëlieten loyaal aan hem werden door ze als broeders te beschouwen en door ze trouw aan de Egyptische vlag te laten zweren. Maar de Farao was kortzichtig en veroordeelde de Israëlieten tot nog zwaardere slavernij, hij vernederde hun zonen door hun scooters af te pakken en beval de vroedvrouwen van de Israëlieten elke nieuw geboren zoon zonder pardon in de Nijl te werpen. Wat de godvrezende vroedvrouwen weigerden, waarna de Farao aan heel zijn volk opdroeg pasgeboren jongetjes in de Nijl te werpen (Exod. 1:22). Hoewel niet expliciet vermeld wordt dat deze wet enkel Hebreeuwse jongetjes betrof, mogen we daar wel van uit gaan. De man die toen over Egypte heerste was weliswaar gestoord, hij was niet gek.

Net zoals een kleine veertien eeuwen later, vormde deze drastische geboortebeperkingspolitiek de opmaat voor een nieuw religieus tijdperk, de aankondiging van een belangrijk religieus leider. Een Levitische vrouw kon het niet over haar hart verkrijgen haar zoon in de Nijl te werpen. Of toch niet op zo’n manier dat hij niet bleef drijven.

Daarom nam zij voor hem een biezen kistje, bestreek het met asfalt en pek, legde het kind erin en zette het in het riet aan de over van de Nijl. (Exod. 2:3)

Het kindje wordt gevonden door de dochter van de Farao, die net bezig was een bad te nemen in de Nijl. Zij raakt ontroerd door de tedere aanblik van het jongetje en krijgt medelijden. Ze geeft een Hebreeuwse vrouw de opdracht het kind te zogen, en er voor te zorgen totdat het groot is. Als het kind groot is, adopteert de dochter van de Faroa de jongen en noemt hem Mozes, “Want, zeide zij: ik heb hem uit het water getrokken.” (Exod. 2:10)

Op een dag is de inmiddels volwassen Mozes getuige van een aframmeling van een Hebreeër door een Egyptenaar. Mozes weet dat hij zelf een Hebreeër is, kijkt vlug om zich heen, slaat de Egyptenaar dood, en begraaft hem in het zand. Dit voorval komt de Farao ter ore, en deze besluit dat Mozes dood moet. Mozes vlucht en komt uiteindelijk in het land Midiam terecht. Hij rust uit bij een bron, net op het moment dat daar de zeven dochters van de priester water komen putten, net op het moment dat deze zeven dochters door herders van de bron gejaagd worden, zodat Mozes zijn opvliegende aard kan doen laten gelden en de zeven dochters van de priesters redt van de herders. Het mag, vermoed ik, geen verwondering wekken dat Mozes niet veel later een van de zeven dochters van de Priester huwt en bij haar een kind verwekt.

Volgens mij is Mozes de eerste van Gods uitverkorenen, die zich niet altijd automatisch bij elke situatie gelaten neerlegt. Die, zoals dat tegenwoordig heet, pro-actief kan optreden als hij het ergens niet mee eens is. Vergeleken met hem waren zijn voorvaderen passieve schoothondjes. Wellicht kunt u zich nog herinneren hoe Abraham tot tweemaal toe zijn vrouw opdroeg om zich in den vreemde voor te doen als zijn zus, bang als hij was dat vermoord te worden mocht iemand seksuele gevoelens koesteren voor zijn vrouw (die toen al zo’n jaar of tachtig was, maar dat terzijde). En hoe Isaäk hetzelfde deed toen hij naar de Fillistijnen ging. En hoe Jacob lijdzaam toestond dat Laban om de zeven jaar ongevraagd zijn contract verlengde, terwijl dat niet bepaald de afspraak was. En dat Jozef vernedering na vernedering onderging zonder ook maar een enkele keer een poging te ondernemen tegen het hem aangedane onrecht te protesteren. Mozes is duidelijk uit ander hout gesneden. Die ramt erop los wanneer de situatie daar om vraagt. Wellicht komt dit doordat hij een Leviet is. Hij is in ieder geval de juiste man op het juiste moment. Precies de man die God nodig heeft om Zijn volk uit Egypte te leiden naar het Land van Melk en Honing.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *