Tijdsbesef

Sommige mensen hebben er te veel van, anderen te weinig en er zijn er ook die het helemaal niet hebben: tijd, dat abstracte begrip dat door je vingers glipt en in je nek hijgt. Mijn 98-jarige grootvader had nadat alle arbeid was gedaan, te veel tijd die hij tot zijn verdriet niet eens kon gebruiken aan het samen zijn met vrienden van weleer wier tijd inmiddels was opgeraakt terwijl zíjn levensjaren zich aan elkaar bleven rijgen. Met mijn tijd daarentegen is het schipperen, nog lang niet pensioengerechtigd en met kinderen zo jong dat ze niet alleen zeggen maar ook daadwerkelijk geloven dat ze nooit groot willen worden en altijd bij mamma willen blijven. Dat onze tijd niet overeenkwam, begreep mijn grootvader soms wel, maar vaker niet. Als híj tijd had om te bellen was ik druk bezig met rugzakken vullen en die ene scheenbeschermer zoeken; als ík tijd had, deed hij een dutje of begon zijn vroege avondeten en wee de gebeente die dan durfde te storen. Maar tijdens zijn laatste dagen viel onze tijd samen terwijl we hand in hand zaten en het enige geluid in huis het tikken van de klok was. Het leek alsof de seconden steeds sneller gingen, maar het was zijn ademhaling die alsmaar langzamer werd. Tijdens zijn afscheidsplechtigheid stond de tijd stil en leken zelfs de wolken bewegingsloos tegen de strakblauwe lucht. De tijd voelde eindeloos en dat is zij ook. Of misschien is er geen tijd en is er alleen maar nu.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *