PEC

Zijn oom had verteld dat Ajax de beste club ter wereld was. Dus was hij voor Ajax en niet voor PEC. Dat PEC Zwolle in de rust, toen hij naar bed moest, met 4-1 voor stond, deed hem niks. Ajax was immers de beste club ter wereld en kon derhalve niet verliezen.

De volgende dag weigerde hij te geloven dat PEC van Ajax had gewonnen. Wij gingen naar de huldiging. Eerst naar de rondvaart. Het duurde even voordat ze uiteindelijk kwamen. Er werden liedjes gezongen. Het is stil aan de overkant. Zwolse malloten. Ik ben een Zwollenaar. Er klonk gestamp. Verderop waren de mensen aan het juichen. De brug ging open. Daar kwam de boot. Blauw-witte balonnen rondom. Vooraan stond Rond Jans te glunderen. De beker bevond zich net aan de andere kant toen ze langs ons voeren. De beat was meedogenloos. Mijn dochter zei dat ze het een beetje eng vond. Aan haar hoofd zag ik dat ze het behoorlijk eng vond. Ik hield haar stevig vast en zei dat ze nergens bang voor hoefde te zijn. Mijn zoon vroeg waarom de voetballers geen voetbalkleding droegen.

Een minuutje verder en de boot was voorbij. We stonden op en liepen naar onze fietsen. Mijn zoon vroeg hoe het kon dat de voetballers geen voetbalkleding aan hadden. Ik zei dat ze waarschijnlijk naar huis waren gegaan in de tussentijd. Maar volgens hem kon dat niet. Dat er inmiddels een kleine 20 uur voorbij waren gegaan sinds PEC Zwolle de Beker had gewonnen en dat de spelers dus ruim de tijd hadden gehad om iets anders aan te trekken, ging er bij hem niet in. Hijzelf draagt het liefst 24 uur per dag voetbalkleding (inclusief scheenbeschermers). Bovendien, zo nam hij aan, gingen ze vanavond nog voetballen. Daar waren het immers voetballers voor.

Tijdens de huldiging in het park zat hij de hele tijd op mijn schouders. (Mijn dochter was inmiddels huiswaarts gekeerd, samen met mevrouw Molovich. Er werd teveel vuurwerk afgestoken. Zij houdt meer van vlinders.) Zodra ik hem even van mijn schouders wilde halen omdat het me te zwaar werd, raakte hij lichtelijk in paniek iets te moeten missen van wat zich op het podium afspeelde.

De burgemeester ging speechen. ‘We hebben de beker’, zei hij. ‘We habben de bekewrrr’, klonk het naast me. Men vond ‘m nogal bekakt praten. De menigte zong dat wie niet springt van joodse komaf is. De burgemeester sprong en zong mee. Welk woord hij zong waar je jood moest zingen, kon ik niet liplezen.

Ron Jans zei dat de man die daar voor het podium in zijn rolstoel zat zijn vader was. De vader van Ron Jans schokschouderde van het huilen. Ron Jansen vroeg of we met ‘m mee wilden zingen. Ik ben een Zwollenaar, zong hij. Een echte Zwollenaar. Ik ben trots dat ik een blauwvinger mag zijn. Toen het refrein voor de tweede keer werd ingezet, zong ik mee. Mijn zoon niet. Inmiddels beweert hij dat hij altijd al voor PEC is geweest.

4 responses

  1. Ben het wel met je zoon eens: ik vind het ook altijd een afknapper om voetballers tijdens zo’n huldiging in identieke pantalon, dasje, overhemd en jasje te zien – alsof ze net naar kantoor gaan of komen: dat waren niet de zelfden die net over het veld die slidings maakten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *