Jakob had een droom

BIJBEL MOLOVICH

Zeven jaar geleden begon ik op Panzerfaust de Bijbel Lees Sessies. De hoogste tijd om de draad weer op te pikken. Maar voordat ik dat doe, even alle afleveringen tot nu toe. Dit is aflevering 16.

Het aardige van God is dat Hij volkomen onberekenbaar is. Denk je net dat je niks fout kunt doen, blijkt dat zulks verkeerd gedacht was. Heet je Isaäk en heb je enig krediet opgebouwd door net niet door je vader geofferd te zijn, blijkt God de pik te hebben op je lievelingszoon, Esau. Nadat Jakob zijn vader Isaäk en zijn broer Esau heeft belazerd door zich voor Esau uit te geven en zo, geheel onverdiend, de zegen van zijn vader te ontvangen, vlucht Jakob, op aanraden van zijn liefhebbende moeder, naar Mesopotamië, om aan de wraakzucht van zijn broer te ontsnappen.

Terwijl hij op doorreis is, droomt Jakob van een ladder die tot de top van de hemelen reikt. Langs de ladder klimmen engelen naar beneden, en bovenaan staat God die zegt: “Ik ben de here, de God van uw vader Abraham en de God van Isaäk; het land, waarop gij ligt, zal ik aan u en aan uw nageslacht geven. En uw nageslacht zal zijn als het stof der aarde, en gij zult u uitbreiden naar het westen, het oosten, en noorden en zuiden, en met u en uw nageslacht zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. En zie, Ik ben met u en Ik zal u behoeden overal waar gij gaat, en Ik zal u wederbrengen naar dit land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik u heb toegezegd.” (Gen. 28:14-15)

Andermans dromen zijn zelden de moeite waard, zei ik laatst al. Dromen die in dienst staan van het verhaal kunnen daar de uitzondering op vormen. In Jakobs droom schuilt een belofte, de belofte dat alles goed zal komen, dat Jakob zich geen zorgen hoeft te maken. En omdat Jakob zo onder de indruk is van deze belofte, doet hij er zelf ook een. Jakob belooft de Here als God te erkennen als Hij Zijn beloftes nakomt. Nu doet Hij dat uiteindelijk ook, Zijn beloftes nakomen, maar uiteraard weer niet zoals je zou verwachten.

Van zijn vader en moeder heeft Jakob de raad gekregen om naar Laban te gaan, de broer van Rebecca (Jakobs moeder), en uit diens dochters een vrouw te kiezen. Zoals reeds eerder bleek: inteelt was de normaalste zaak der wereld in die dagen. Het is ontroerend te lezen dat Jakob ook daadwerkelijk valt als een blok voor een van die dochters, te weten Rachel: “En Jakob kuste Rachel en verhief zijn stem en weende.” (Gen. 29:11) Als Jakob even later aan Laban om de hand van zijn dochter vraagt, spreken ze af dat Jakob zeven jaar in dienst van Laban zal werken, in ruil voor Rachel. Laban gaat akkoord.

Omdat Jakob stapelverliefd is op Rachel vliegen die jaren als een schaduw heen, en voor hij er erg in heeft, zijn de zeven jaar voorbij. Tijdens een feestmaal doet Laban zijn dochter van de hand. Echter, de volgende dag, als de kater daar is, ontdekt Jakob dat niet de mooie Rachel naast hem ligt, maar de kleurloze Lea, wier ogen flets waren en wier geur een beetje zurig. Als Jakob verhaal gaat halen bij Laban, antwoordt deze dat het nu eenmaal niet gebruikelijk is om eerst de jongste dochter weg te geven, en de eerstgeborene zonder man te laten zitten. Laban belooft dat Jakob ook zijn jongste dochter krijgt, als zijn huwelijksweek met Lea voorbij is. Maar dan moet Jakob wel beloven nog zeven jaar voor hem te werken. Aangezien Jakobs liefde voor Rachel oneindig is, ziet hij geen andere mogelijkheid dan de wil van zijn schoonvader na te komen. “Aldus diende hij bij hem nog eens zeven jaren.” (Gen. 29:30)

Alsof Jakob door zijn schoonvader niet genoeg genaaid is, doet ook de Here God nog een duit in het zakje door van Lea een ware kinderfabriek te maken, en Rachel onvruchtbaar te laten. Lea krijgt vier zonen van Jakob, en bij elk kind spreekt ze de tevergeefse hoop uit dat haar man nu wel van haar zou houden. Rachel raakt intussen stikjaloers op haar oudere zus, en reageert haar woede af op Jakob door hem haar onvruchtbaarheid te verwijten. Als zij vervolgens weer bij zinnen is, besluit ze haar slavin tot Jakob te laten komen, en de zoon die daaruit zou voortkomen als de hare beschouwen. Lea, die inmiddels ook niet meer vruchtbaar is, besluit hetzelfde te doen. Het wordt een waar kindergevecht tussen de twee zussen.

Na een tijdje blijkt Lea ineens weer vruchtbaar en krijgt ze nog twee kinderen van Jakob. En pas dan denkt God aan Rachel: “Hij opende haar schoot, en zij werd zwanger en baarde een zoon.” (Gen. 31:23) Die zoon wordt Jozef genoemd, en nadat die zoon op aarde is gezet, vindt Jakob dat het genoeg is geweest, en gaat hij naar Laban toe om te vragen of hij nu eindelijk mag gaan. Maar Laban heeft gemerkt dat de zaken nogal goed gaan sinds Jakob voor hem werkt, en weigert hem te laten vertrekken. Na een diepe zucht, stelt Jakob voor dat hij voorlopig nog voor zijn schoonvader blijft werken, maar dat hij in de tijd die hem rest zijn eigen veestapel mag vormen uit de gespikkelde en gestreepte dieren die geboren worden. Laban gaat hiermee akkoord, waarna God ervoor zorgt dat alle gezonde dieren spikkels of strepen krijgen, en de ongezonde niet.

Wat blijkt uit deze verhalen is dat God fundamenteel onberekenbaar is. Hij is jaloers, speelt spelletjes, komt Zijn beloftes na maar niet zoals je verwacht had, en schept met duivels genoegen de voorwaarden voor levens vol onrecht. Het was natuurlijk ook een hard bestaan in de woestenij van die dagen. De mensen hadden een God nodig die grillig was, op wie je niet hoefde te rekenen als je om Zijn hulp vroeg, een God die deed wat Hij zelf wilde en Wiens wegen volkomen ondoorgrondelijk waren. Alleen zo kon je begrijpen dat het leven meestal niet gaf waar je om vroeg, dat de klootzakken beloond werden en de rechtschapenen benadeeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *