Oer-gezin

Het geeft niets dat mijn kinderen zo veel praten, ook niet dat ze dat constant doen en evenmin dat ze dat alleen met mij doen! Al zitten ze bij hun vader op schoot, dan nog beginnen ze elke zin met “mammaaa”. Zo komen al hun vragen om vertalingen van liedjes op de radio (“I came in like a wrecking ball”) en uitleg van krantenfoto’s van oorlogen, uitsluitend bij mij terecht.

Zoals lang geleden de vrouw het onderlinge contact onderhield en de man stoer op jacht ging, zo is ons gezin in feite een overgebleven fossiel uit de oertijd. Want terwijl ik de blaren op mijn tong praat, neemt manlief – de held van de kinderen – de lichamelijke kant van de opvoeding voor zijn rekening.

Na ‘s ochtends Tai Chi-oefeningen doen dan wel de vlinderslag trainen in het meer achter ons huis, worden er de hele dag door Kung Fu-bewegingen à la Bruce Lee gemaakt. Dat één van de eerste woorden van onze dochter “Bjoes Jie” was, spreekt hier boekdelen.

Maar toen de kinderen mij zagen lezen in een dikke pil van Ken Follet (begin er alleen aan als je 800 pagina’s in één ruk kan uit lezen!) keken ze met een schuin oog naar mij. Mentaal bereidde ik me al voor op een uitleg mijnerzijds van de Eerste Wereldoorlog vanuit Engels, Duits, Russisch en Amerikaans perspectief en dat in jip-en-janneketaal. Maar nee, ik had zowaar mijn eigen heroïsche moment of fame toen ze vol ontzag vroegen: “Ga je dat héle boek lezen?”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *