De bijbel | Het Paradijs

BIJBEL MOLOVICH

Alweer zeven jaar geleden begon ik op Panzerfaust de Bijbel Lees Sessies. Hoogste tijd om de draad weer op te pikken. Maar voordat ik dat doe, even alle afleveringen tot nu toe. Dit is aflevering 2.

Zoals wij in de eerste aflevering hebben gezien, heeft God de mens uit het stof der aarde geschapen. Om precies te zijn doet Hij dat in Genesis 1.26 onder het uitspreken van de volgende woorden:

“En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.” (Gen 1:24)

“Kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.” Zoals ik al zei, God zat er een beetje doorheen toen hij de mens creëerde. Gemakshalve ga ik er maar even vanuit dat het woord ‘Ons’ in dit geval als meervoud van verhevenheid moet worden beschouwd en dat God de wereld in zijn eentje heeft geschapen, zonder hulp van andere goden. (Overigens komen er in de bijbel wel degelijk andere goden voor, zoals wij later zullen zien, ze mogen alleen niet aanbeden worden. De God van de Joden is een verdomd jaloerse God, bang om terzijde geschoven te worden, bang om genegeerd te worden, want dan zal Hij ophouden te bestaan, maar dit even terzijde en vooruitlopend op de zaak.) Verwarrender echter dan dat ‘Ons’ is de indruk die de Bijbel geeft dat God de mens, of in ieder geval de vrouw, twee keer heeft geschapen. De eerste keer doet hij dat als volgt:

En God schiep den mens naar zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. (Gen 1:27)

In dit stukje schept God man en vrouw tegelijkertijd, de man naar Gods evenbeeld, hoe de vrouw eruit ziet wordt niet duidelijk. Echter, in Genesis 2:8 tot en met 2:20 blijkt de man alleen te zijn, en wel zo alleen dat God zich genoodzaakt ziet om Adam, terwijl hij in een diepe slaap verkeert, een rib uit het lijf te nemen en daaromheen met wat stukken vlees de vrouw te bouwen. Eerlijk gezegd weet ik niet zo goed wat ik hiervan moet denken. Wellicht zijn de man en vrouw uit Genesis 1:24 een ander soort mens. Gewone stervelingen die de aarde moeten bevolken en moeten heersen over al het leven op aarde. Mensen die naar Gods evenbeeld geschapen zijn, maar die nog niet over een ziel beschikken. Zoiets als zombies. Pas in Genesis 2:7 blaast God levensadem in de mens: “Alzo werd de mens tot een levende ziel.” En ik vermoed dat hij dat alleen bij de man doet, die hij vervolgens Adam noemt en in de Hof van Eden plaatst, dat in die dagen in de buurt van de Eufraat en de Tigris ligt en nog geen treinstation met Wageningen hoefde te delen.

Adam krijgt in dit Paradijs op aarde de taak om een beetje op de zaak te passen. Zo nu en dan de bloemetjes water geven, de bomen snoeien, lief zijn voor de diertjes. Tevens moet hij al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels een naam geven. “Prima karweitjes voor een stagaire”, moet God gedacht hebben nadat hij alles had geschapen en van mening was dat hij wel even genoeg gedaan had. Het enige wat Adam niet mag doen is van de boom der kennis van goed en kwaad eten, op straffe des doods. Mij best, denkt Adam tussen de regels door. Die is al lang blij dat hij een beetje naakt door de tuin mag wandelen. Echter, geluk gaat op den duur vervelen, zeker als je het niet kan delen. God begrijpt dat en creëert de vrouw uit de rib van de slapende Adam.

Als Adam ontwaakt en de vrouw voor zich ziet, kan hij zijn geluk niet op, zoals u aan de brede grijns op de foto had kunnen opmaken. Na de genoemde uitingen van verrukking verklaart hij plechtig: “Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot één vlees zijn.” Aangezien God zowel de vader als de moeder van Adam is, voorspelt hij onbewust al wat gaat gebeuren. Dat is wat lust met je doet. Niet meer dan een seconde of tien nadat hij tot de ontdekking is gekomen dat de vrouw bestaat en hij is al meteen bereid om alles en iedereen in de steek te laten, enkel en alleen om een potje te kunnen neuken. De geile aap.

Hoofdstuk 2 van Genesis eindigt met de woorden: “En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.” Eigenlijk is de Hof van Eden een soort naturistencamping. Zo eentje waar je ongegeneerd aan je ballen kunt krabben als je er jeuk hebt, zonder dat iemand er raar van op kijkt. Zelfs als je vervolgens even aan je vingers ruikt, wordt dat als de normaalste zaak van de wereld ervaren. Persoonlijk heb ik het niet zo op dat naturistengebeuren. Ik loop niet graat te koop met mijn eigen naaktheid. In een sauna zul je mij niet zo snel vinden, tenzij ik gedwongen word. Mijn schaamtegevoel is te groot, mijn Geheime Deel dient voor zoveel mogelijk mensen geheim te blijven.

 Ooit hebben D. en ik, toen we samen onze verjaardag vierden, als cadeau een dagje Beautyfarm Saunadrome gekregen van onze gezamenlijke vrienden. Beleefd als wij van nature zijn, hebben wij hier, volledig tegen onze zin in, gebruik van gemaakt. “Verboden in zwembroek te betreden”, stond er in de kleedkamer op bordjes te lezen. Vervang de woorden ‘in zwembroek te betreden’ door ‘voor Joden’ en je weet met wat voor een volk je te maken heb. Volbloed nazi’s zeg ik u. En dan zie je maar weer wat voor een laffe hond ik ben: ik gehoorzaamde gedwee. (Ik vrees dan ook dat je bij mij niet hoeft aan te kloppen voor een onderduikadres. U mag het natuurlijk altijd proberen, misschien sta ik in tijden van nood wel degelijk mijn mannetje, maar ik wil u alvast hoeden voor een teleurstelling. Hoewel, aan de andere kant ben ik ook weer niet in staat om iets te weigeren.) Gelukkig werd er niet gerept over het draperen van een handdoekje rond je lendenen, een maas in de wetgeving waar ik opgelucht gebruik van maakte. Maar ja, om je handdoekje nu ook in het bubbelbad aan te houden, ging zelfs mij wat ver, zodat ik me gedwongen zag om dat poedelnaakt te betreden, met alle risico op onderdrukt hoongelach van dien. Pas toen de bubbels het zicht op mijn geslacht ontnamen, kon ik weer rustig ademhalen. En dan keek je naar rechts, en dan zag je een of ander uitgelebberd wijf wijdbeens op een strandstoel voor apegapen liggen. En dan keek je snel weg, en dan zeg je een kale gorilla controleren of z’n pas gezette eikelpiercing niet was gaan etteren. Neen, ik voelde me niet bepaald op m’n gemak tussen al die bungelende, uitgezakte, gelifte, besneden, geschoren, niets aan de verbeelding overlatende want schaamteloos geëtaleerde geslachtsdelen. Kortom: blij dat Adam en Eva uit dat Paradijs geknikkerd zijn. Ik zou het er zelf niet meer dan een dag hebben uitgehouden.

3 responses

  1. Ja maar hee hoo Eva was toch niet uitgelubberd en vol piercings? Ik zie haar meer als een toppunt van schoonheid, zoiets als Koningin Beatrix ofzo. Die zou ik wel de hele tijd naakt achterna willen zitten tussen de bosjes van het paradijs. Ow hell yeah.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *