De bijbel | De zondvloed

BIJBEL MOLOVICH

Alweer zeven jaar geleden begon ik op Panzerfaust de Bijbel Lees Sessies. De hoogste tijd om de draad weer op te pikken. Maar voordat ik dat doe, even alle afleveringen tot nu toe. Dit is aflevering 6.

God is de oerkunstenaar. En zoals het de oerkunstenaar betaamt, kreeg Hij op een gegeven moment genoeg van Zijn schepping, en dan met name van de mens. Hoe lang Zijn schepping nu precies had bestaan voordat Hij besloot om het te vernietigen, wordt niet expliciet vermeld, maar het kan wel worden uitgerekend door de leeftijden waarop de Oudvaders hun zonen kregen die tot Noach leidden bij elkaar op te tellen en daar de zeshonderd jaar aan toe te voegen die Noach had geleefd toen God besloot om de mensheid door de zondvloed weg te laten spoelen. Om die berekening te maken beginnen we bij Adam die 130 was toen hij Seth kreeg, die 105 jaar was toen hij Enos verwekte, die 90 was toen hij Kenan kreeg, die 70 was toen hij Mahalaleël kreeg, die 65 was toen Jared kwam, die 62 was toen Henoch kwam, die 65 was toen hij Methusalah kreeg, die 187 was toen hij Lamach kreeg, die 182 jaar had geleefd toen hij een zoon verwekte die hij de naam Noach gaf. En die leefde dus 600 jaar toen God op een slechte dag naar om toe kwam met de Gouden Tip® om een ark te bouwen.

Het duurde dus ongeveer 130 + 105 + 90 + 70 + 65 + 62 + 65 + 187 + 182 + 600 = 1556 jaar voordat God Zijn buik vol had van de wereld en serieus overwoog om er mee te kappen. (Ik zeg ‘ongeveer’ omdat enkel wordt vermeld hoe oud de Oudvaders waren toen ze hun kroost verwekten, en tussen de verwekking en de geboorte zit gemiddeld negen maanden zoals u wellicht weet, dus moeten we er eigenlijk een aantal jaartjes bij optellen, maar dat zijn details.) Hoe lang hij zich al aan het irriteren was, wordt nergens duidelijk. Vanaf de zondeval was Hij natuurlijk al lichtelijk teleurgesteld over Zijn schepping. En het werd er vermoedelijk ook niet beter op. Maar er moet een moment geweest dat God bij Zichzelf dacht: en nu is het genoeg geweest, dit gaat helemaal nergens meer over, we kunnen er beter mee ophouden.

Als je naar Zijn schepping kijkt, zie je al dat God meer impulsief dan berekenend te werk gaat. Het zou me niets verbazen als er weinig tijd zat tussen het idee om Zijn schepping te vernietigen en de beslissing om het ook daadwerkelijk te doen. Over dat soort dingen moet je nooit te lang nadenken, anders besluit je toch weer om het niet te doen. Bovendien is het ook zo’n soort idee dat je niet kunt negeren.

Ooit zag ik een documentaire over The Young British Artists, waartoe Michael Landy behoort die in februari 2001 het kunstwerk Breakdown tot stand bracht. Het kunstwerk bestond hieruit dat hij al zijn bezittingen (van zijn auto tot zijn familiefoto’s tot de kleinste postzegel) vernietigde. Aan het eind had hij niets meer behalve zichzelf, zijn kat en zijn vriendin. De vernietigde spullen werden weggegooid. (Overigens was Landy ook de kunstenaar wiens tentoongestelde vuilnisbak door een werkster van de Karsten Chubert Gallery niet voor een kunstwerk maar voor een gewone vuilnisbak werd aangezien en bij het grofvuil werd gezet.) Volgens Landy zelf was zijn kunstwerk bedoeld om de romantiek van het consumerisme aan de kaak te stellen, maar dat vind ik eerlijk gezegd maar kunstenaarsprietpraat. Ik vind het veel waardevoller om de vernietigingsactie te zien als een ultieme poging om met een schone lei te beginnen. Op een gegeven moment komt de kunstenaar op een punt in zijn leven dat alles vernietigd zou moeten worden om weer verder te kunnen. Ik vermoed dat Landy baalde toen hij op dit idee kwam, want zo leuk is het niet om van alles afstand te doen, maar hij moest het doen, want hij had het bedacht. Er was geen weg terug meer. Het was het enige wat hij kon doen om voor zichzelf geloofwaardig te blijven.

En zo moet de Zondvloed ook worden gezien. Met dit verschil dat God niet all the way durfde te gaan. Stiekem hield God te veel van Zijn Schepping om er definitief afstand van te nemen. Vooral ook omdat Hij bang was, denk ik. Bang om Zijn bestaansrecht te verliezen. Want in het diepst van Zijn gedachten, weet God ook wel dat Hij niet kan bestaan zonder de mens, dat Hij niets is zonder ons, laat staan een God. De mensheid volledig wegvagen, zou zelfmoord zijn geweest.

Om Noach te laten merken dat Hij hem een enorme gunst verleent, geeft God hele specifieke opdrachten aan Zijn oogappeltje bij het bouwen van de ark. Van goferhout moet Noach de ark maken, hij moet ‘m in vakken verdelen en van buiten en van binnen met pek besmeren. Zoveel el lang moet hij zijn en zoveel el breed. En op de boeg moet er een beeld van een lekker wijf met blote tieten hangen die met haar rechterhand voor haar ogen in de verte tuurt. En vervolgens moet Noach van alle dieren een mannetje en een vrouwtje verzamelen, van de onreine dieren één paar en van de reine dieren zeven paar (dit vooral opdat er na de zondvloed meteen wat dieren geofferd kunnen worden zonder uit te sterven).

Afijn, zoals het een lievelingetje van de klas betaamt, doet Noach wat hem gevraagd wordt en zeven dagen nadat hij de boot gebouwd heeft, laat God het regenen dat het een aard heeft, terwijl Noach gezellig samen met zijn vrouw, drie zonen, hun vrouwen en alle dieren van de wereld in de boot heeft plaatsgenomen. Hoewel, nu ik erover nadenk, zo gezellig zou het ook wel weer niet zijn geweest. Noach, in al zijn irritante onberispelijkheid, mag dan vermoedelijk wel geen vrienden hebben gehad – of toch in ieder geval geen vrienden die hij waardevol genoeg achtte om hen op z’n minst te waarschuwen voor wat zou komen gaan opdat ze hun eigen plan zouden trekken – zijn vrouw, zonen en hun vrouwen zouden op hun beurt toch wel íemand buiten hun directe familie hebben gekend van wie ze genoeg hielden om niet in een al te vrolijke stemming te verkeren toen hun medemensen een verdrinkingsdood stierven terwijl zij lekker droog in dat schip zaten. Persoonlijk zou ik me behoorlijk schuldig voelen. Maar ja, misschien is dat nu eenmaal het lot van de uitverkorene: gedoemd tot een eeuwig durend schuldgevoel. Waarom ik wel en zij niet? Het wrange is ook dat het voor een onberispelijk man als Noach, wiens geweten zo zuiver is dat het bijna onmenselijk is, ongelooflijk moeilijk moet zijn geweest om niet te hoeven deelnemen aan al dat leed dat zich buiten de Ark afpseelde – en vooral ook om geen hulp te kunnen bieden. Wie weet heeft zijn buurman nog op de deur gebonkt, het water tot zijn lippen, “Noach”, schreeuwend, “alsjeblieft Noach, laat me erin, ik zal alles doen waar je…” Waarna er wat gegorgel klonk en er een ijzige stilte over de arkvaarders heendaalde, slechts onderbroken door het schoorvoetend gemekker van een schaap. Leuk is anders.

Honderdvijftig dagen duurde het totdat God een wind over de aarde deed strijken, zodat de wateren daalden. Zeven maanden en zeventien dagen later bleef de Ark steken op het gebergte van Ararat. Een paar maanden later was de aarde droog en verlieten Noach en zijn vrouw en zijn zonen en hun vrouwen en alle meegenomen dieren de Ark. Waarop Noach als een gek een altaar begint te bouwen om wat exemplaren van het reine vee en het reine gevogelte te offeren. “Toen de Here de lieflijke geur rook, zeide de Here bij Zichzelf: Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel des mensen hart boos is van zijn jeugd aan, en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik gedaan heb. Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.” Kortom, God heeft enigszins spijt van zijn onbezonnen actie. Eerlijk gezegd vind ik dat een beetje laat, maar goed, beter laat dan nooit zullen we maar zeggen, ook al was het voor velen té laat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *