Met de vlam in de pijp

Een neef van me, een vrij kleine maar gespierde man, was ooit vrachtwagenchauffeur. Hij distribueerde voor Vroom en Dreesman koelkasten en wasmachines binnen het vaderland.

Hij was, zoals het hoort, in staat tot het rollen van een sjekkie met slechts 1 hand, daarbij het enorme stuur van zijn veelwielige mastodont als hulpmiddel gebruikend, terwijl vrouwlief hem, geflankeerd door het onvermijdelijk uit de Baarzee opgedoemde nageslacht, vanuit het eeuwige fotolijstje op het dashboard glimlachend gadesloeg. Enige maanden lang logeerde hij om logistieke redenen regelmatig in mijn ouderlijk huis waar voor hem iedere dag om 4 of 5 uur in de ochtend de wekker afliep wat mij als volkomen in strijd met de menselijke waardigheid voorkwam. Welke dingen konden er in hemelsnaam belangrijk genoeg zijn om midden in de nacht je bed voor uit te komen? Ik bedacht een kort lijstje en koelkasten kwamen er niet op voor. Wanneer ik van school kwam en de rechthoekige doos op wielen geparkeerd zag staan bekropen me dan ook vaak onplezierige gevoelens.

Na vrij korte tijd bleek er een koelkast tijdens het uitladen per ongeluk op de grond te zijn gevallen: er zat een deuk in. Weliswaar aan de achterkant waardoor je er in de praktijk geen hinder van ondervond, maar toch was het apparaat daarmee onverkoopbaar geworden en kon mijn neef het voor een sterk gereduceerde prijs aan mijn ouders aanbieden, die daar – altijd worstelend met een gebrek aan cashflow – gretig op ingingen. Het was een enorme meevaller voor ons. Niet veel later viel er wederom een koelkast op de grond. Ook deze werd met aanzienlijke korting verkocht, ditmaal aan een oorlogsinvalide die wat verderop in de straat woonde. Ik was nog heel jong en onnozel maar had toch al vrij snel in de gaten waardoor de onhandigheid van mijn neef veroorzaakt werd. Het verbaasde me dan ook niet dat ik op een gegeven moment te horen kreeg dat de heren Vroom en Dreesman geen gebruik van zijn diensten meer wensten te maken.

Door deze carrièrewending hoefde mijn neef niet meer bij ons te slapen en we verloren hem uit het oog. Tot we enige jaren later het bericht van zijn dood ontvingen. Hij was in een oud Volkswagenbusje een bocht uitgevlogen en tegen een dikke boom tot stilstand gekomen. Tegen een boom rijden is op zichzelf al onverstandig en nadelig voor de gezondheid, maar – en dit speciaal voor de jongere lezers – helemáál als men het met een oud Volkswagenbusje doet, want dan wordt men als bestuurder slechts van de buitenwereld gescheiden door een voorruit en een nagenoeg in hetzelfde vlak liggend stukje blik. Het was dus een behoorlijke smeerboel geworden en men had de kist met de overblijfselen van mijn neef maar meteen voorgoed dichtgespijkerd omdat men het opbaren ervan niet bevorderlijk voor de geestelijke gezondheid van de nabestaanden had geacht. En die hadden het toch al zwaar te verduren, temeer daar er gefluisterd werd dat er ‘alcohol in het spel’ zou zijn geweest.

Ik heb de onheilsbocht later een keer gezien en hij was zo flauw en gelijkmatig dat ik me niet kon voorstellen hoe iemand er uit zou kunnen vliegen, ook niet als hij stomdronken was. Zelf had ik in die toestand veel scherpere bochten moeiteloos gerond, maar wellicht was ik op dat gebied een natuurtalent, je wist het niet. Misschien was mijn neef wel gewoon achter het stuur ingedut . Omdat hij toch eindelijk eens de slaap in moest halen die hij bij ons tekort was gekomen.

3 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *