The act of killing

Anwar Congo is een preman. Een verbastering van ‘free man’. Een vrije jongen. Hij verkoopt bioscoopkaartjes op de zwarte markt en spiegelt zich aan Elvis en John Wayne. Maar dan vindt er een coup plaats in de Indonesische legertop. Soekarno komt aan de macht. Anwar Congo wordt leider van een Indonesisch doodseskader dat in 1965 meehielp aan de dood van naar schatting 1 miljoen communisten, Chinezen en intellectuelen. De moordenaars zijn nooit voor hun daden veroordeeld. Integendeel. Ze wonen tussen de mensen wier ouders en grootouders ze hebben vermoord. Ze persen de Chinese middenstand af. Ze worden nog steeds gevreesd. Ze zijn nog steeds preman.

In één van de eerste scènes van The Act of Killing, zien we Anwar de cha-cha-cha doen op de plek waar hij in de jaren ’60 honderden slachtoffers heeft vermoord. Een minuut daarvoor liet hij nog zien hoe hij zijn slachtoffers met behulp van ijzerdraad keelde. Anwar doet het dansje om te illustreren hoe hij zijn demonen probeert te vergeten: alcohol drinken, marihuana roken en dansen.

De truc die regisseur Joshua Oppenheimer bedacht: hij laat Anwar en zijn medebeulen een film maken over hun daden. Tijdens het bespreken van de film, bespreken ze hun daden. Ze halen herinneringen op. Soms in alle ernst, soms tussen neus en lippen door. We zien Anwar achterin een citroën Mehari zitten, naast Adi Zulkadry (oprichter van de Pancasila Jeugd, een paramilitaire organisatie die nog steeds bestaat en de bevolking intimideert als dat nodig is). Adi vraagt aan Anwar of hij zich de campagne ‘vernietig de Chinezen’ nog kan herinneren. Tijdens een lange voettocht stak Adi toen tientallen Chinezen neer, totdat hij op een gegeven moment de vader van zijn Chinese vriendin tegenkwam en ‘Vernietig de Chinezen’ veranderde in ‘Vernietig de Chinese vader van mijn vriendin’. Adi vertelt hoe hij zijn schoonvader doodstak. Anwar glimlacht. Alsof ze herinneringen ophalen aan hun studententijd, toen ze soms uit dronken baldadigheid autospiegeltjes van auto’s trapten op weg naar huis.

The Act of Killing lijkt in een parallel universum te zijn gefilmd. Hier heeft een perverse Umwertung aller Werten plaatsgevonden. Fout is goed, misdadigers zijn helden, de moordenaars hebben gewonnen. Ze vertellen er zelfs over in een talkshow op nationale televisie. En de talkshowhost lijkt het doodnormaal te vinden dat haar gesprekspartners moordenaars zijn.

Anwar en z’n vrienden erkennen wel dat moorden het ergste is wat je kan doen. Daarom moet je een goed excuus hebben. Geld bijvoorbeeld. ‘Mannen zoals ik heb je overal,’ zegt Anwar. Hij vertelt graag over zijn daden. Tegelijkertijd heeft hij nachtmerries en wordt hij achtervolgd door de demonen uit zijn verleden. Hij lijkt pas echt te beseffen wat hij heeft gedaan nadat hij in de huid van een slachtoffer was gekropen. ‘Mijn menselijke waardigheid werd mij afgenomen. Ik voelde wat mijn slachtoffers voelden,’ bekent hij plechtig. Voor het eerst in de film weet regisseur Joshua Oppenheimer zich niet in te houden: ‘Voor je slachtoffers was het veel erger. Jij wist dat het een film was, zij wisten dat ze dood gingen.’ In de volgende scène zien we Anwar braken op de plek waar hij eerder de cha-cha-cha danste. Een kat die een haarbal uithoest. Alsof zijn lichaam zich wil verlossen van de duivel die erin huist. De duivel blijft zitten waar hij zit. Er komt niets uit.

 

[Dit stukkie verscheen op Sargasso]

One response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *