De zeis

In de vroege ochtendmist beloop ik mijn woon-werktraject. In de verte ontwaar ik boeren. Ze zijn aan het maaien op de dijk langs het spoor. Met grote halen zwiepen hun zeisen heen en weer, heen en weer. Het rustgevende beeld katapulteert mij naar mijn jeugd in de hoge bergen van Frankrijk. Ik kan bijna de highmakende geur van vers gemaaid gras ruiken, het gezoem van zomervliegjes horen, een weldadige bries op mijn wang voelen. Een hels kabaal brengt me met een ruk naar het hier en nu.

Ik ben dichterbij gekomen. De boeren hebben fluorescente hesjes aan en koptelefoons op. De bosmaaiers waarmee ze zwaaien schijten dikke wolken benzinedampen: de nevel die ik eerder zag. Ze kijken gekweld. Het lawaai dat ze produceren werpt zich als een olievlek voor hen uit: bij het station hoor je ze nog.

Gevat door het gebeuren ben ik tot een halte gekomen. De werkers maken precies dezelfde beweging als de zeisers uit mijn kinderjaren. Ze gaan ook niet sneller. Het enige verschil is dat ze benzeen, tolueen en herrie uitwerpen.

Helaas is de zeis, dat prachtige, zowat gratis ding, met uitsterven bedreigd. En met haar de hark. Steun daarom de VBHZ (Vereniging voor Behoud van de Hark en de Zeis)!

 

4 responses

  1. Een hele tijd terug, zeg, 1996-1999, heb ik nog op een boerderij gewerkt, een zorgboerderij. En daar heb ik nog van een collega activiteitenbegeleider, maar van huis uit boer, het ‘zeisen’ geleerd. Effe oefenen jongens, swingen vanuit de heupen, heb je die oordoppen ook niet meer nodig.

    • ‘Zeisers’ daarentegen, mocht niet van Sargasso, omdat het niet bestond. Werd in ‘boeren-met-zeis’ veranderd (‘Het moet wel grammaticaal correct Nederlands blijven’ sic).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *