Geestelijk Gestoorde Gorilla: deel II

In het vorige deel kreeg de arme Rarry een gorilla van zijn bovenbuurman. Onderhandelen over teruggave bood weinig soelaas. Wat anders rest hem dan met gezakte schouders terug te keren naar zijn appartement?

POLITIE

“Ongelooflijk. Ik zou echt de politie gebeld hebben,” zei Bob zijn hoofd schuddend. Rarry keek hem strak aan, maar besloot hem niet te wurgen. Waarom ook niet. Dit ging nergens over. Die aap was bezig zijn hele huisraad te slopen. Dus! Ringring!
“Met de politie.”
“Er zit een aap in mijn huis,” liet Rarry weten.
“Dat kan niet de bedoeling zijn,” zei de politie.
“Nee,” zei Rarry. Dus! Een half uur later kwam de politie.

“Goedenavond,” zei de politie, “Wat is precies het probleem?”
“Mijn buurman heeft een aap in mijn huis losgelaten. Hij moet die aap terugnemen.”
“Duidelijk,” zei de politie, “Is het uw aap?” vroeg de politie.
“Nee!” riep Rarry. “Het is ZIJN aap! Zijn aap! Hij moet weg!!”
“Als het niet uw aap is kunnen we hem niet weghalen,” zei de politie agent, “Dan moet de eigenaar ervoor tekenen.”
“Ja maar dat doet die niet! Hij werkt niet mee! HIJ DEED DIE AAP IN MIJN HUIS!!”
“Het is zijn aap,” zei de politie, “Een man mag met zijn bezit doen wat die wil natuurlijk.”
Rarry kneedde zijn gezicht met één hand.
“Hij gaf hem aan mij. Is het dan mijn aap?”
De politie agent knikte bevestigend.
“Kunt u hem dan weghalen?”
“Heeft u een eigendomsbewijs?” vroeg de agent.
“Nee,” zei Rarry.
“Dan is het niet uw aap,” zei de agent.
“NEE! HET IS NIET MIJN AAP! Maar hij kan toch niet zomaar, TEGEN MIJN WIL IN een aap in mijn huis plaatsen?!”
“Nee niet tegen uw wil natuurlijk niet meneer,” zei de agent, “Dat zou helemaal nergens op slaan. Dan zou ik hem vragen of meneer de aap terug wil nemen.”
Rarry wou de agent vermoorden.
“Dat heb ik gedaan. De bovenbuurman wil hem niet ophalen.”
“Oh. Dan moet u dat maar even zien te regelen dan.”
“DAAROM BEL IK JULLIE! HIJ WIL NIETS REGELEN!!”
“Hm,” zei de agent, een iets opschrijvend in zijn notitieboekje, “Jaja. Dat is dus het probleem. We gaan wel even met hem praten.”

Godzijdank. Rarry ademde uit. Zijn borstkas was gewoon verkrampt van tien minuten lang niet volledig uit kunnen ademen.

Vijf minuten later kwam de politie terug.
“Meneer Rarry,” zei de agent, “Wij hebben met meneer hierboven gesproken.”
“Ja?” vroeg Rarry hoopvol.
“Meneer hierboven heeft beloofd contact op te nemen met iemand die de aap komt ophalen.”
“Beloofd?” vroeg Rarry al minder hoopvol.
“Dinsdag komt er iemand langs. Dat heeft meneer beloofd.”
“Dinsdag?” vroeg Rarry wanhoopvol.
“Mmmmm hmm,” knikte de agent, weer schrijvend.

DINSDAG

Rarry zat in een hoekje van zijn huis de gorilla niet aan te kijken. De gorilla was bezig zijn woede uit te leven op Rarry zijn favoriete stoel, tot de bel ging en de gorilla helemaal wild werd. Kruipend onder een regen van fluffy katoen en houtsplinters bewoog Rarry zich naar de deur, waar twee man in overalls stonden.
“Mwoagen,” zei de linker, “We komen een…” hij keek op zijn klapbord, “…Aap ophalen.”
“Dank u,” fluisterde Rarry.
“Kunt u hier even tekenen,” zei de rechter, kauwend op wat kauwgum.
Rarry pakte de pen uit zijn hand en wilde tekenen, maar werd tegengehouden door de linker.
“Mogen we wel eerst even uw eigendomsbewijs zien?”
“Wat?” vroeg Rarry. Paniek tintelde van zijn tenen naar zijn gezicht.
“Uw eigendomsbewijs. Anders kunnen we de aap niet meenemen.”
“Het is niet mijn aap,” zei Rarry, met wat moeite met ademhalen, “Het is de aap van mijn bovenbuurman.”
“Oh,” zei de kauwgum kauwende rechter.
“Oh,” zei de linker, zijn schouders ophalend, “Dan gaan we boven even kijken.”

Rarry keek verslagen naar beneden. Twee minuten later kwamen ze terug. Rarry wist hoe laat het was.
“Hij is niet thuis,” zei de linker.
“Luister,” zei Rarry, “Luister, er zit een aap in mijn huis. Een gigantische, wilde aap die boos is op alles wat ik heb. En nu heb ik NIETS meer. Ik heb de boosdoener gesproken. De politie. Niemand wil helpen. De bovenbuurman moest het regelen van de politie. Alstublieft, bel hem.”

De rechter knikte. “Ok.”
Hij belde. Legde de situatie uit. Na een tijdje hield hij zijn hand over het spreekgedeelte van de hoorn.
“Meneer zegt dat het uw aap is.”
Rarry wou huilen.
“Het is niet mijn aap. Het is zijn aap. Hij heeft die aap aan mij gegeven.”
“Dan is het toch uw aap?” vroeg de linker. Rarry wilde nog harder huilen, en zijn handen om de keel van de linker sluiten, en huilen tot hij dood zou zijn.
“Ik wou die aap niet. Het is ZIJN aap.”
“Hij zegt dat het uw aap is.”
De rechter haalde zijn schouders op.
“Nou ja dan kunnen we weinig beginnen he.”

ZAL ER WEINIG TE BEGINNEN WERKELIJK BLIJKEN TE ZIJN OF WEET RARRY DIT CONFLICT BROODNODIG TE ESCALEREN DAAR WAAR NODIG IS??? VOLGENDE WEEK!! IN!!!!! GEESTELIJK!!!!!! GES!!TOORD!!E!!!!! G!!!!ORR!!!ILL!!A!!!!!!!

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *