De poedel

De poedel was reusachtig. Een reusachtige poedel, de witte vacht gemillimeterd op vier zwarte voeten en twee zwarte oren na, die fluffy waren gebleven. Hij trotteerde fier door het park, richting het hondenkransje verderop. Elke morgen kwamen de hondenbezitters bijeen op dit gedeelte van het plantsoen om hun viervoeters uit te laten en wat te buurten met elkaar. Daar koerste hij resoluut naar toe, de reusachtige witte poedel met zwarte voeten, gevolgd door zijn mens.

Het was ‘s ochtends vroeg, op mijn woon-werkverkeer. De slaap zat nog in mijn hersenen. ‘Een reusachtige witte poedel met zwarte voeten’ registreerde ik sloom terwijl ik doorfietste. Een tien minuten verderop drong zich de ietwat verontrustende observatie op ‘Met VIER zwarte voeten… en TWEE zwarte oren.’ Ik fietste iets wakkerder verder. Bij het stoplicht: ‘Verder spotless wit.’ Ik was nu klaar wakker. Dit kon niet. Moeder natuur had een reusachtige poedel gecreeërd, dat al, maar hem bovendien toegerust met precies vier pikzwarte voetjes, alle vier precies dezelfde hoeveelheid zwart, tot precies hetzelfde streepje op de enkels? En precies dezelfde zwarte oren? Wow. Pet af voor moeder natuur.

Op mijn weg terug zag ik hem weer. Het kon niet ontgaan dat hij door had dat hij bijzonder was. ‘I am special’ zag je hem denken, terwijl hij dolvrolijk met opgeheven hoofd op de weide draafde. De overige honden erbiedigden hem. Hij was de ster van het speelveld.

Een kleine week later (ik was hem inmiddels compleet vergeten), was ik bijna thuis toen ik zag dat de slijter die minstens zolang ik in deze buurt woon – bijna dertig jaar – zijn drankspijzen had gevent, vertrokken was. De ruimtes gebruikelijk bezaaid met glazen flessen oogden zenachtig leeg. En gayroze geverfd. In het midden pronkte een behandelbed. Op de gevel las ik: ‘Trimsalon’.

 

Zouden ze tegenwoordig poedels verven?

 

4 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *