Het vreugdevuur der ijdelheden

Recensie –  Met ‘Het vreugdevuur der ijdelheden‘ van Tom Wolfe zijn wij getuige van de ondergang van Wall Street-boy Sherman McCoy. Dat is genieten. Want a) Tom Wolfe weet waarover hij het heeft en b) Tom Wolfe heeft het met heel veel liefde voor het woord (en voor ijdelheid) opgeschreven.

Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of de letterkundigen het er al over eens zijn dat Het vreugdevuur der ijdelheden officieel een klassieker genoemd mag worden. Eigenlijk was mij gevraagd of ik voor deze serie De Avonden wilde behandelen. Aanvankelijk wilde ik dat wel. Het leek me wel wat om in het zonovergoten Languedoc mezelf weer eens onder te dompelen in de eindejaarsmijmeringen van Frits van Egters. De naderende kaalheid van zijn broer, de open staande poepflap van vader, de bessensap van moeder: wat wil een mens meer tijdens zijn vakantie? Maar toen ik er beter over ging nadenken, vond ik het toch weer wat ver gaan. Bovendien: waarom een klassieker lezen die ik al had gelezen?

Ik merkte al vrij snel dat ik met ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ een bijzonder gelukkige keuze had gemaakt. Ik had mezelf geen beter vakantieboek kunnen gunnen.  ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ is vrij eenvoudig samen te vatten: stinkend rijke Wall Street-jongen raakt betrokken bij een ongeluk in de Bronx waarbij een ‘veelbelovende zwarte scholier’ in een coma raakt en wordt zo het middelpunt van een mediahype, waardoor hij de controle over zijn leven verliest en machteloos zijn eigen ondergang tegemoet struikelt. Het boek stond al wat langer op m’n lijst, omdat het me wel interessant leek of de ondergang van obligatiehandelaar Sherman McCoy iets vertelt over de wereldwijde crisis waarin wij thans verkeren.

De kwetsbare kant van Wall Street

Anders dan in die andere Wall Street-klassieker American Psycho, leren wij in ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ de kwetsbare kant van een Wall Street-speler kennen. Sherman McCoy is geen meedogenloze psychopaat, maar een arrogante WASP, wiens zelfverzekerdheid gestaag afbrokkelt zodra hij in botsing komt met de echte wereld. En samen met zijn zelfverzekerdheid laat ook de wereld die hij kent hem in de steek.

Dat die zelfverzekerdheid niet heel veel meer is dan een dun laagje chroom, wordt reeds in het eerste hoofdstuk duidelijk, waarin wij getuige zijn van de worsteling die Sherman McCoy heeft met zijn teckel in een poging hem een riem aan te doen. Tijdens die worsteling lezen wij dat Sherman voor zichzelf de term Master of the Universe had bedacht, een begrip dat hij ontleende aan de He-man-poppetjes van zijn dochtertje en dat nog steeds wordt gebruikt voor de grote Wall Street-jongens. U begrijpt dat de hoogdravende term in schril contrast staat met de aardse, vernederende worsteling die Sherman met z’n teckel heeft. Deze tegenstelling vormt de rode draad door het hele boek. Alle personages door wier ogen wij de hype rond McCoy volgen, worden geregeld geconfronteerd met de betrekkelijkheid van hun glorieuze zelfbeeld.

New journalism

‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ was Wolfe’s eerste roman. Hij was een van de grondleggers van het New Journalism, een journalistieke stroming uit het begin van de jaren ’60 waarin literaire technieken worden gebruikt in een poging de waarheid meer recht aan te doen (zie ook Hunter S. Thomspon, Norman Mailer en Truman Capote). In ‘Het vreugdevuur der ijdelheden’ keert Wolfe dit om: hij gebruikt zijn journalistieke ervaring om een roman mee te componeren.

Je voelt in alles dat Wolfe weet waarover hij het heeft. Begin jaren ’80 begon Wolfe mee te lopen met de afdeling moordzaken van de Bronx en woonde hij rechtszaken bij. Aanvankelijk lukte het niet om al zijn observaties in een bevredigende romanvorm te gieten. Om zijn writer’s block te overwinnen, begon hij, in navolging van Charles Dickens, zijn boek als serie te schrijven. De serie verscheen in 1984 en 1985 in Rolling Stone. De deadline dwong hem om door te schrijven. Ontevreden met het eindresultaat heeft hij nog twee jaar besteed aan research, herschrijven en schaven. Wellicht hebben wij de twijfelende kant van Sherman McCoy te danken aan het feit dat Wolfe’s hoofdpersonage in eerste instantie helemaal gaan Wall Street-jongen was, maar een schrijver.

Alles is ijdelheid

Door ijdelheid als centraal motief te kiezen, heeft Wolfe op vrij sublieme wijze de tijdsgeest van de jaren ’80 te pakken gekregen. Van de Bronx tot Wall Street, van crackdealers tot obligatiehandelaars, van de politie tot de delinquenten: iedereen is geobsedeerd door de manier waarop ze overkomen. Officier van justitie Larry Kramer heeft z’n indrukwekkende bouw (waarbij hij precies weet welke spieren hij wanneer moet aanspannen), elke zwarte heeft de zogenaamde patserpas (en bijpassende hagelwitte sneakers van het juiste merk), Sherman McCoy heeft zijn aristocratische kin die hij zo hoog mogelijk heft en zijn onberispelijke pakken.De enige die zich onttrekt aan uiterlijke ijdelheid is de Engelse riooljournalist Peter Fallow, maar die heeft dan weer last van intellectuele ijdelheid, waardoor hij zich ver verheven voelt boven de rest van de mensheid in het algemeen en het Amerikaanse deel daarvan in het bijzonder. Dat hij dreigt te mislukken als journalist in New York heeft vooral met de stupiditeit van anderen te maken. En met zijn drankzucht. Dat hij een journalistiek genie is, blijft als een paal boven water staan.

Het immer onberispelijke wit van zijn pakken verraadt dat Tom Wolfe weet waarover hij het heeft. De obsessie van zijn hoofdpersonen is die van hemzelf. Maar Wolfe staat boven de ijdelheid. Hij ziet als een vermakelijk menselijk tekort, het perfecte materiaal om zijn personages mee op te bouwen en aan ten onder te laten gaan. De liefde waarmee hij het vreugdevuur der ijdelheden hoger en hoger laat oplaaien, werkt bijzonder aanstekelijk.

Het is lang geleden dat ik een boek heb gelezen dat met zoveel plezier is geschreven. De katers van Peter Fallow, de society diners van de McCoys, het verhoor van de politie in McCoys bibliotheek, de sterfscène in een van New Yorks chicste restaurants: grappiger scènes kan ik mij maar moeilijk heugen. Wolfe neemt de tijd om de scènes op te bouwen, hij beschrijft alles zeer gedetailleerd, maar dan weer niet zo gedetailleerd dat het saai wordt. Tijdens de apotheose had ik waarlijk vlinders in mijn buik van de spanning.

Tussen neus en lippen door kraakt Wolfe nog wat aardige noten over de westerse samenleving aan het einde van de twintigste eeuw: de totstandkoming van een mediahype, de obsessie van Amerika met afkomst, charismatisch leiderschap, de woede van het volk… Wolfe legt het haarfijn en met heel veel liefde voor het woord bloot.

 

[Deze recensie verscheen ook op Sargasso]

2 responses

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *